Sinds gisteren is België een prefeodaal land. Want de lijfeigenen in de middeleeuwen genoten meer rechten dan de huidige burgers in de straten van hun gemeenten. Het Belgische parlement heeft de vrije burger, de citoyen, afgeschaft. Voortaan kunnen dappere burgers evengoed door lompe agenten uit de administratie beboet worden als lomperiken door dappere agenten. Binnenkort kan iedereen als verdachte worden opgepakt, in nazi-Duitsland heette dat Schutzhaft. Nu nog het moment afwachten waarop het parlement zichzelf afschaft met het oog op de openbare orde, veiligheid en vrede.

Advertenties

‘Draai je nek eens een beetje, langzaam,’ zei Marianne bij haar thuiskomst tegen haar man. Vlak daarna haalde ze haar schouders op en zei dat het al niet meer hoefde. Ze had genoeg gezien. Nog meer dan op haar man was ze kwaad op zichzelf omdat ze het niet eerder had gemerkt. ‘Kijk me niet meer aan,’ zei ze tegen haar man, die geschrokken was teruggevallen in de zetel waarin hij altijd zat. ‘Kijk me niet meer aan,’ had ze nog eens gezegd, gewoon omdat de waarheid nu plots helemaal tot haar was doorgedrongen. Haar vriendin had gelijk. Haar man was een vogel. Die dertig jaar dat ze met hem samen was, had ze daar nooit iets van gemerkt. Ze was met een vogel getrouwd. Het was om de muren op te lopen.
Marianne liep naar de badkamer. Ze probeerde de film van haar huwelijksleven af te draaien. Maar er was niets opmerkelijks. Ze had nooit iets verdachts aan haar man gemerkt. Ze waren altijd een goed echtpaar geweest, ze hadden geen kinderen en zelfs geen huisdieren gehad en niets wees erop dat in die situatie ooit verandering zou komen. Ze waren nooit samen naar de zoo geweest en nooit had haar man erop aangedrongen om dat te doen. Ze kon zich niet herinneren dat er ooit een kooi is huis was geweest of dat haar man ooit gefloten had, zelfs niet in het begin naar haar, toen het nog de moeite loonde. En toch was het waar dat hij een vogel was, al kon Marianne niet uitleggen hoe of waar, misschien niet in het geheel, maar in de afzonderlijke delen.
Juist daarom, dacht Marianne. Een betere vermomming is niet denkbaar. Ze haalde de handdoek waarin haar man zijn nagels knipte uit de wasmand, maar vond daarin geen sporen. Ze haastte zich naar de keuken, maar vond in de kast geen zaad dat haar vermoeden voedsel gaf. Toen Marianne de woonkamer betrad, zat haar man nog altijd stokstijf in de zetel, de handen om de leuningen gekromd. Er parelde wat zweet op zijn voorhoofd, merkte Marianne, die zich afvroeg hoe dat nu kon.
Marianne wist niet hoe ze het moest aanpakken. Plots trok ze weer haar mantelpakje aan en spoedde zich naar de fopshop, alsof ze vleugels had. Precies één euro dertig gaf ze uit. Daarna haastte ze zich weer naar huis, maakte het papier van het minuscule pakje los, opende de la van het nachtkastje waarin haar man zijn bedlectuur bewaarde, deponeerde daar iets wat zilverachtig glansde, spoedde zich weer naar de woonkamer en bleef daar zo lang naast haar man zitten tot die aanstalten maakte om naar bed te gaan. Marianne bleef zitten waar ze zat.
Ze hoorde hem plassen, hij poetste zijn tanden zoals altijd. Ze hoorde hem de slaapkamer binnengaan. Het bed kraakte. Ze hoorde hoe hij de la van het nachtkastje opentrok. Vlak daarna snerpte de politiefluit door het hele huis.

 

 

Voltaire

26 mei 2013

Voltaire verbleef een tijdlang aan het hof van Frederik de Grote in Potsdam. Op een dag stuurde de koning hem een invitatie voor een etentje, in het Frans uiteraard. Hoe luidden de uitnodiging van de vorst en het antwoord van Voltaire voluit?

DE INVITATIE VAN DE KONING:

p
_____
grand

à

ci
____
sans

HET ANTWOORD VAN VOLTAIRE:

G a

Morianen

23 mei 2013

Vannacht droomde ik dat ik tijdens het wielrennen met witte wortelen gevoederd werd. Luik-Pastinaken-Luik.

Toen ik op Pinksteren op het perron van de metro in Bahnhof Zoo op het treintje naar Steglitz stond te wachten, kwam er een jonge man met een rugzak op me af die tegen mijn voet schopte. Hij jongleerde met een flesje spuitwater en ratelde de hele tijd in een taal die ik niet verstond, als het een taal was. Het was een mooie jongen, slank en met krulhaar, een jaar of vijfentwintig, schatte ik. Hij zag er niet verwaarloosd uit. In elk geval stapte hij in dezelfde wagen die ik had uitgekozen. Hij tolde er wat rond. Ik deed een experiment en stapte voortijdig uit in Spichernstrasse. Hij ook. Ik zette mijn weg voort met de volgende trein en zorgde ervoor dat ik in een andere wagen stapte dan de vreemde man, van wie ik vond dat hij een agressieve dreiging uitstraalde. Maar een halte verder, merkte ik dat hij toch weer in mijn wagen stond. Hij was niet gaan zitten, bleef woest met zijn flesje zwaaien en ratelde de hele tijd door. Op een bepaald moment leunde hij naar achteren, slingerde vervolgens zijn bovenlijf naar voren alsof het werd afgeschoten en spuwde met volle kracht in het venster, waarop zich een schuimige klodder aftekende die lijdzaam naar beneden droop. In de Berliner Strasse stapte ik weer uit. Hij ook. Maar in dat station schudde ik hem van me af, tenminste, als hij me achtervolgde. De volgende dag las ik in de krant dat er in de supermarkt van Gesundbrunnen een verwarde jongeman van dertig was opgepakt. Hij had met een mes een man gedood. Ik voelde me de hele dag verstoord.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn kan ik niet passeren zonder in de kolos – in 1934 op bevel van Hitler als aanbouw van de Reichsbank gebouwd naar de plannen van Heinrich Wolff – een enorme laars te zien die de hele omgeving verplettert. De namen van de straten aan de voet van de laars geven me gelijk: Kleine Kurstrasse, Kleine Jägerstrasse, enz. Verder constateer ik dat de ambassade van Noord-Korea op het terrein staat waar ooit Hitlers weggebombardeerde lievelingshotel Kaiserhof stond, op de hoek van de Glinka- en de Mohrenstrasse. De partijcentrale van de NSDAP was er in 1932 op de bovenste verdieping gevestigd. Een betere plek had de Noord-Koreaanse ambassade zich niet kunnen dromen.

Ungeist

22 mei 2013

Obama, ‘a lame duck’, wel nog snaterend.

Claude Lanzmann toonde in Cannes hors concours zijn ‘Le dernier des injustes’, een lange dialoog met Benjamin Murmelstein, de enige ‘Judenälteste’ van Theresienstadt (‘Der Führer schenkt den Juden eine Stadt’) die de Holocaust overleefde. Na de oorlog werd Murmelstein wegens collaboratie met de nazi’s aangeklaagd, maar in Tsjechoslowakije zonder voorbehoud vrijgesproken. Murmelstein: ‘Gershom Scholem wilde me zien hangen, de man die tegen het ophangen van Eichmann geprotesteerd heeft! Hij was wel wat capricieus, die Scholem. Een goede historicus, maar van contemporaine geschiedenis snapte hij niets.’

In 1978 keerde de tachtigjarige joodse theatercriticus Alfred Kerr, die voor de nazi’s uit Duitsland was gevlucht, naar Hamburg terug om er een opvoering van ‘Romeo and Julia’ bij te wonen. Maar hij kreeg een beroerte. Toen hij door een journalist gevonden werd, verklaarde Kerr: ‘Het stuk was slecht, maar zó slecht was het nu ook weer niet.’

In 1985 verschenen in de reeks Deutsche Klassiker Verlag (Suhrkamp) de eerste delen van Goethes verzameld werk, in 1995 werd die Frankfurter Ausgabe afgesloten: 40 delen, 50.000 bladzijden. Afgesloten? Eigenlijk niet, want het register ontbrak. Inmiddels is het klaar: twee delen, 2500 bladzijden, meer dan een miljoen begrippen. Een recensent noemde het even onlees- als onmisbaar. ‘Het uitmesten van een Augiasstal met een pincet.’

‘Fataal genoeg heeft Adolf Hitler, [Wagners] medestrijder in de “Ungeist”, gezegd: zo lang Wagner gespeeld wordt, zal men aan mij denken. Dat heeft hij juist ingeschat. Men denkt bij Wagner ook aan “het andere”.’ (De regisseur Hans-Jürgen Syberberg in een gesprek met de FAZ van vandaag).

Dezelfde krant publiceert vandaag een reeks van negen portretjes in pasfotoformaat van Wagner. Op het zesde (1871) vertoont Wagner een sprekende gelijkenis met de Berlijnse opperluchthavenmanager Hartmut Mehdorn. Onmogelijk om niet aan ‘De vliegende Hollander’ te denken.

T4

21 mei 2013

Gropius-Bau. Anish Kapoor. ‘The Organ’ is een installatie die bestaat uit twee delen, van elkaar gescheiden door een grote rechthoekige witte wand. Aan de ene kant, boven ooghoogte, niets anders dan een onooglijke zwarte cirkel. Maar is het een cirkel, of is het een gat? Het is een gat. Aan de andere kant van de wand: een enorme machine, uitgerust met een oprijzende buis waarvan de mond precies past op het zwarte gat aan de andere kant. Misschien een verwarmingsinstallatie, misschien een stroomgenerator (ik vond een merk met de naam Kipor), misschien een gasverdeler. Unheimich. Waarom? Door de wanverhouding. Door het verrassingseffect: omdat een gigantische machine, verborgen achter de witte onschuld van een muur, uitmondt in een op het eerste gezicht zo onschuldig gat, niet groter dan de ingang van een muizenhol. Plato’s grot, teruggekeerd als een moderne installatie, in al haar facetten in beeld gebracht. En de twijfel of je werkelijk alles hebt gezien als je meent dat je alles in ogenschouw genomen hebt. Is de dreiging bezworen, of is er nog iets wat aan je aandacht ontsnapt, iets wat de dreiging wegneemt, of ze juist vergroot? Is er nog iets te zien achter wat je hebt gezien?

T4. Tiergarten 4. Onmogelijk het voorplein van de Philharmonie, niet eens zo ver verwijderd van de Kapoors installatie in de Stresemann Strasse, niet te associëren met ‘The Organ’. Hier werkten – ja zeker, ze waren aan het werk – de doders van het Duizendjarig Rijk.

T4. Een bescheiden, kleine maar goed doordachte tentoonstelling, buiten, achter een bushokje, als bushokje geconcipieerd, zeker toepasselijk, want de slachtoffers werden in de beruchte ‘grijze bussen’ gedeporteerd. Foto’s en documenten. Het leven van Anna Lehnkering, 1915-1940. Anna, ‘erbminderwertig’, werd in de gaskamer gedood door de geleerde mannen (en vrouwen) van wie de namen hier zijn geafficheerd. Ze kreeg wat de moordenaars de ‘Gnadentod’ noemden. Anna behoorde immers tot de groep van de ‘unnütze Esser’. Anna Lehkering werd vermoord in de doodsfabriek van Grafeneck, die in januari 1940 in bedrijf genomen werd. De T4-actie was genoemd naar de villa in Tiergarten 4, de locatie waar de psychiaters en dokters werkten die hun patiënten vergezelden naar de plaatsen waar ze werden terechtgesteld. De dokters en psychiaters draaiden eigenhandig de gaskraan open. Anna is een van de 70.000 slachtoffers van de actie, die begon met het doden van psychiatriepatiëntjes in dertig zogenaamde ‘Kinderfachabteilungen’. Alles samen werden bij de 300.000 mensen vermoord door de uitvoerders van Hitlers eugeneticaprogram.

De villa T4, ook al roofgoed, werd in 1945 tot ruïne gebombardeerd en snel afgebroken door de Berlijnse stadsmagistratuur, zodat ze geen gevaar meer opleverde. Sindsdien bestond de plaats niet meer. Zou architect Hans Scharoun een vermoeden hebben gehad van de plek waar hij zijn Philharmonie neerpootte? Onwaarschijnlijk. De Philharmonie staat precies op het terrein waar de moordvilla T4 heeft gestaan. Bitter: de Philharmonie staat in de Herbert-von-Karajanstrasse nummer 1. Von Karajan: al op 8 april 1933 toegetreden tot de NSDAP, lieveling van maarschalk Goering, in 1944 dirigent op Hitlers verjaardag in het Parijse Théâtre des Champs-Elysées. De slachtoffers hebben langer moeten wachten – tot 1989 – voor ze op dezelfde plek een plaat kregen waarop aan hun bestaan herinnerd wordt.

Überhaupt. Architecten die megaprojecten ontwerpen zouden zich altijd moeten informeren over de plaatsen waar hun plannen worden gerealiseerd. Scharoun is het prototype van een architect die aan urbanicide heeft gedaan. Zijn Staatsbibliotheek, tegenover de Philharmonie, plofte hij dwars over de Alte Potsdamer Strasse neer, alsof hij aan het adres van Walter Ulbricht, de bouwer van de Berlijnse Muur, wilde signaleren: wat u kunt, kan ik ook. Architectuur als blokkade, de Staatsbibliotheek als de expressie van een megalomaan voor wie de stad niets anders is dan buit. Scharoun, Speer, Von Karajan. Een pot nat.

In een brief op privébriefpapier gaf Hitler op 1 september 1939 de opdracht artsen te benoemen die de ‘Gnadentod’ aan ongeneeslijk zieken moesten geven. Een bevestiging dat de oorlog, die op dezelfde dag tegen Polen begon, voor Hitler alleen maar een denkmantel was om ongehinderd te kunnen moorden, bloed dat in bloed vergoten wordt.

Morianen met Pepys

20 mei 2013

-We zijn de pijpen waar de natuur in blaast. Geen wonder dat we ernaar dansen.

-De werkelijke werkelijkheid ervaren we pas wanneer we haar verwoording als magie ervaren.

-Pinksteren gisteren in Berlijn. De zon is geel. Het sissen van de vurige tongen in Schlachtensee.

-Op 25 mei 1662 hoort Samuel Pepys een preek waarin een prediker God verzoekt om een vrouw die net bevallen is te verlossen van de erfzonde van de zwangerschap, een bede die de dagboekschrijver op zijn minst merkwaardig vindt. In de volgende regel noteert hij dat de eerste erwten van het seizoen uitgekomen zijn: ‘This day I had the first dish of pease I have had this year.’

‘Dit lijkt wel vlak na de oorlog; de stationsruïne, een onvolledige Stresemannstrasse, de Martin-Gropius-Bau in de steigers en op een steenworp ervandaan de Muur, die aan de West-Berlijnse kant nergens een zo kale aanblik bood. Daartussen verdord onkruid en een paar nog woestere plekken waar duiven, meeuwen en kraaien boven cirkelden. Er was geen ander levend wezen te bespeuren, geen hond en geen mens; geen levende ziel aan wie ik kon vragen waar de Bernburger Strasse was.’

(‘Kwaaie Schapen’, Katja Lange-Müller, AP, vertaling Els Snick)

Mep

18 mei 2013

Ik ga liever met de natuur om dan met God. Als je iets goeds gedaan hebt, en je krijgt van de natuur een mep, dan aanvaard je dat. Maar als je iets goeds hebt gedaan en je krijgt van God een mep, dan is het meteen ruzie.

Wonderkind

17 mei 2013

De Duitse manager Hartmut Mehdorn, 71 jaar, is er weliswaar nooit in geslaagd de Deutsche Bahn vlot te laten rijden of Air Berlin met winst te laten vliegen, maar hij heeft in zijn nieuwe functie van opperluchthavenmanager wel iedereen in snelheid genomen door de oude Berlijnse luchthaven van Tegel te heropenen nog voor hij gesloten was, waardoor iedereen vergeten is dat Mehdorn is benoemd om de nieuwe Willy Brandt-luchthaven in Schönefeld zo snel mogelijk geopend te krijgen. Iedereen prijst Mehdorn, maar niemand weet of hij voor iets deugt.