Breitbart geknipt

28 februari 2017

Niet dat ik er iets mee wil doen, maar ik heb vandaag de domeinnaam

 

http://www.breitbartnews.be

 

gekocht, zodat Steve Bannon tenminste via dit portaal zijn vuiligheid niet meer kan spuien.

 

Pandora

27 februari 2017

Vervelend is vooral dat we de rampen niet ín de doos van Pandora kunnen stoppen.

 

Het monster van Trump

26 februari 2017

Je zou kunnen zeggen dat Franz Kafka de wereld en de aanhang van Trump al heeft doorgrond. In Kafka’s wereld zijn tal van personages op zoek naar een schuld die hen in de ogen van de anderen doet bestaan. Niet in de eerste plaats om zichzelf te verrijken (dat ook wel) zijn ze bereid om hun misdaden te begaan, want voor hun vergrijp hebben ze vooral een ontologisch motief: ze willen opgemerkt worden. De wereld van Trump en Bannon bestaat echter niet uit individuen, maar uit de agressieve massa. Trumps primaire militantenkern is een beweging – géén partij – die instinctmatig naar uitbreiding zoekt. De harde kern bestaat uit idealistisch uitschot: onverschillig voor de argumenten van de politieke tegenstander (die immers de vijand is), zonder overtuiging, maar wel met een ongebreidelde lust tot geweld. Wat we in het huidige stadium zien: het ontbranden van de dagelijkse, agressieve strijd om de hegemonie van de beweging in alle maatschappelijke geledingen, een beweging waarin de al lang gecapituleerde Republikeinse Partij helemaal is opgegaan (zie ook het optreden van Steve Bannon bij de Conservative Political Action Conference, waar hij van uitgestotene vorig jaar nu tot heiland is uitgeroepen: ‘We love you, Steve!’). De harde kern van de Trump-beweging streeft nu naar de expansie van haar amorfe massa. Het altijd hongerige monster, dat zijn destructieve legitimatie niet uit de grondwettelijke instellingen, maar alleen uit zijn groeiende getalsterkte haalt, speurt naar mensenvlees, de krachtbron voor de energie waarmee het iedereen die in zijn weg staat wil verslinden of verpletteren.

 

Een duik in het drakenbloed

23 februari 2017

Een tikkel verweesd voel ik me natuurlijk na de publicatie van mijn boek. Niet alleen een gat in het pantser, ook de wet der traagheid overdondert me (bliksemsnel). Er gaat geen dag voorbij, of ik brei er nog een kop of staartje aan. De veteranenziekte: een mengsel van journalistieke reflex, perfectionistische neurose en het onvermogen om los te laten. Het uitstrijken van de moederkoek. En dagelijks gekweld door de vraag: wat zoek ik hier, in deze stad, wat is mijn rol in deze voortaan al te Dode Zee? In dat halfduister stuitte ik vorige week (een geval van serendipiteit) op een dode die me niet meer loslaat, die me vervult met een vertwijfelde empathie em me bevoorraadt met stof voor een groot verhaal à la Danilo Kiš (‘Encyclopedie van de Doden’). Die dode legt nu beslag op al mijn dagen, vanaf mijn eerste oogopslag tot lang na middernacht. Bovendien zou ik, als ik het doe, hier nog een tijdje kunnen verwijlen om te dubben, ook al moet ik tussendoor op stap voor onderzoek: naar Düren en omstreken in het westen, naar Nürnberg en de streek van Midden-Frankenland in het zuiden, oostwaarts naar Frankfurt, waar ik met Kleist ben afgesproken voor een competitie, zeg maar een duel in het om het stormachtigst kussen van de Markiezin van de Oder. Wat een verhevigd gevoel: niet te weten of je jager bent of prooi, opgeheven door de spanning tussen die twee polen, niet langer onderhevig aan de zwaartekracht, zelfs gesterkt door een mentale levitatie die zich voor de buitenwereld misschien manifesteert in een lichtere, verende tred. Maar mijn verhaal is ook een duik in het drakenbloed, wetend dat ik dit keer het lindeblad waaronder ik kwetsbaar ben met opzet op mijn hartstreek kleef. Zo waad ik, alles of niets, tot de tanden met mijn naaktheid gewapend, in die poel, waaruit al een gesmoorde schaterlach weerklinkt.

 

Schmerz

22 februari 2017

‘Ausmerzen’: een werkwoord dat bijna fysiek pijn doet, dat ik associeer met smart, Schmerz en smert (Russisch, смерть, dood). Een wetenschappelijke grond heeft die emotie niet. Het woordenboek (Duden) zegt immers dat de herkomst van het verbum niet opgehelderd is en dat het afgeleid zou kunnen zijn van ‘März’, de maand maart, omdat ooit in de lente de zwakke, voor teelt ongeschikte schapen uit de kudde werden ‘ausgesondert’ (geselecteerd én geëlimineerd). Dat laatste werkwoord behoort overigens ook tot het nazi-vocabularium.

 

Het lijkt wel alsof Trump de kiesstrijdmodus niet kan verlaten, lees, hoor en zie je overal in de media, die verbaasd zijn over de leugens (Zweden) die de Leader laatst weer eens, nu voor zijn aanhang in Florida, debiteerde. Dat bewijst alleen maar dat de media totaal ongeschoold zijn in het fenomeen. Wie Trump en zijn aanhang wil doorgronden, moet Hannah Arendt lezen, wier totalitaire model ook opgaat voor de wereld van Trump: ‘Totalitaire bewegingen kunnen slechts aan de macht blijven zolang ze zelf in beweging blijven en alles in beweging zetten.’ Trump kan rekenen op de steun van een beweging (waarin de republikeinse partij nu opgaat) die ‘het gareel’ van de democratische en grondwettelijke (scheiding der machten) beperkingen (want die worden als hinderlijk ervaren) van zich wil afgooien. Trump moet op zijn massa kunnen rekenen, en zij op hem. Dat is het ritueel dat ze altijd opnieuw op geregelde tijdstippen in een wederzijdse roes van aanhankelijkheid moeten celebreren: zwarte missen waarin de gist van het totalitaire deeg moet rijzen. Wat de Amerikaanse regeringsleden ook beweren om de gemoederen van de ‘bondgenoten’ in Europa te bedaren: hun woorden zijn het speeksel niet waard waarmee ze worden geproduceerd. En wie het nu nog heeft over het ‘leerproces’ dat Trump moet doormaken heeft er al helemaal niets van begrepen.

 

Doorgronding van het dak

20 februari 2017

Ik zal niet zover gaan te beweren dat de Berlijner de kunst van de ‘joie de vivre’ verstaat. Maar wat hem kenmerkt is toch een assertieve opgewektheid, die aanstekelijk is. Ik verklaar dat verschijnsel met de toedracht dat negentig procent van de Berlijners huurders zijn. Anders dan mijn landgenoten, die zich soms voortvarend en voorbarig huisbezitters wanen, hebben de Berlijners een dak, maar geen zwaard van Damocles boven het hoofd. Helemaal vrij zijn de Berlijners weliswaar niet, maar ze liggen tenminste niet in de twintig- of dertigjarige ketenen die de op eigen fortuin aangewezen Belgen eufemistisch ‘lening’ noemen. En wie, die in de kracht van zijn leven aan de stenen ligt gekluisterd, heeft nu zin om fluitend door het leven te gaan?

 

Philemon en Baucis

19 februari 2017

Van het enige paar lage schoenen dat ik draag tot het versleten is, rukte ik een paar dagen geleden de eerste, vandaag de tweede veter kapot, ze eindigden als een oud koppel waarvan de langst levende zich haast om dood te gaan na het overlijden van de wederhelft. Wat zijn de gaatjes als grafjes leeg! Is het toeval dat ik vlak daarna in een van de talloze boeken waarmee mijn nachttafel is bezaaid op de zin stuit: ‘Ik was enthousiast over een grote keuze aan veters, ik kocht enkele pakjes “Ultra Hiker” van licht leer, in Berlijn zijn veters slechts met moeite te krijgen en meestal krijg je niet die, die je nodig hebt.’ (Thomas Medicus, ‘Heimat. Eine Suche’, 2014).

 

Massa en machteloosheid

18 februari 2017

1925. Sensatie in het Berlijnse grootwarenhuis Wertheim! In de etalage staat een reusachtige fles die tot aan de rand met erwten is gevuld. Wie het aantal erwten kan raden, krijgt een sportwagen van het merk Apollo, of een Ibach-vleugel, of een flat cadeau. De Berlijners reppen zich massaal naar de Leipziger Platz om zich aan het spektakel te vergapen.
Ik vermoed dat het succes van de fles in de etalage in werkelijkheid een precaire grondslag heeft. De gierende inflatie is nog maar net bedwongen. Een ei kost niet langer 320 miljard mark (het tarief van 2 december 1923). We kunnen ons maar moeilijk inbeelden welke wonden die totale geldverpulvering in de geestelijke huishouding van de modale Duitser heeft geslagen. Plots was al het spaargeld foetsie.
Het moet voor de Berlijners die in 1925 voor de Wertheim-etalage stonden een late troost zijn geweest dat zoiets waardeloos als een massa erwten (rond als muntjes) zo’n materiële potentie kon ontplooien. In de hyperinflatietijd was er immers geen verschil tussen veel en niets geweest.
In zijn ‘Massa en macht’ trekt Elias Canetti de onverwachte en drastische conclusie dat de Duitsers een misdaad met de afmetingen van de Holocaust wellicht niet uitgevoerd, geduld of over het hoofd gezien zouden hebben als ze niet enkele jaren tevoren een inflatie hadden beleefd waarbij de mark tot op een biljoenste van zijn waarde kelderde. ‘Het is deze inflatie als massaverschijnsel die door hen [de Duitsers] op de joden werd afgewenteld,’ meent Canetti.

 

De stad als meisje en vrouw

16 februari 2017

‘What is the city but the people?’ vroeg Shakespeare retorisch. Maar ik ken geen beter antwoord dan dat van J.D. Salinger, dat hij gaf zonder misschien de vraag te kennen. ‘Probably for every man there is at least one city that sooner or later turns into a girl. … She was there, and she was the whole city, and that’s that,’ schreef hij over Wenen, nee, over het Weense meisje Leah, dat joodse meisje dat in 1938 voor hem ‘Wien’ was, in dat hartverscheurendste verhaal dat in plaats van ‘A Girl I Knew’ – wat was hij woedend toen het in 1948 onder die titel verscheen – ‘Vienna, Vienna’, nee, nee, ‘Wien, Wien’ had moeten heten. Maar anders dan Wenen is Berlijn een vrouw die alleen maar uit naar perfectie strevende wanklanken bestaat, geknakt als het in twee stukken gebroken leven van de voor altijd door oorlog en verlatenheid gekwelde, deerniswekkende sergeant X in ‘For Esmé – with Love and Squalor’, een verhaal dat je helemaal alleen in volslagen duisternis moet lezen, in een geluiddichte kamer, waar je schaamteloos kunt schaterlachen om zoveel ongeluk.