Postelectoraal

23 september 2013

De kiesoverwinning van de Duitse christendemocraten bewijst dat Europese politiek in Duitsland voorgoed tot de binnenlandse politiek behoort. Geconfronteerd met de eurocrisis waren alle andere thema’s voor de Duitsers van ondergeschikt belang. Merkels critici in de zwakke eurolanden moeten beseffen: een laks eurobeleid had wellicht tot een triomfale intocht van het reactionairste revanchisme in het Duitse parlement geleid. Zo’n intrede had een gevaar kunnen opleveren dat nu bezworen is: een naar hegemonie strevend Duitsland in het hart van Europa.

Los van de directe actualiteit wordt in alle commentaren een fundamenteel gegeven altijd over het hoofd gezien: Polen, dat voortdurend aandringt op een nog grotere Duitse rol in de verdediging van de euro, zou zelf de moed moeten hebben om tot de eurozone toe te treden. Het lidmaatschap van een groot, welvarend, belangrijk en goed bestuurd land als Polen, dat voor de eerste keer in zijn geschiedenis uitstekende relaties met Duitsland onderhoudt, zou een aantal vooroordelen tegen Berlijn kunnen slopen. Het zou de Europese Unie in haar geheel verstevigen en degenen in de eurozone meer gehoor verschaffen die beseffen dat het in toom houden van nationale begrotingen een absolute voorwaarde is voor het consolideren van de Europese Unie en het handhaven van de sociale rechtvaardigheid op lange termijn.

22 9

22 september 2013

Zwartgroen

Zure tijden

22 september 2013

De homo ludens als spelbreker.

Voedsel

21 september 2013

Een paar dagen geleden ging ik naar het eten kijken in het KaDeWe. 8,95 euro voor 100 gram garnalen. Maar op de oktoberbierfeesten in München kost een pul bier nog meer.

Bij de dood van een criticus

20 september 2013

In 2000 interviewde ik Marcel Reich-Ranicki (1920-2013), de Duitse criticus van Pools-joodse afkomst wiens ouders door de nazi’s waren vermoord en die zelf ternauwernood aan de dood ontsnapte. Samen met Tosia, zijn levensgezellin, die hij als jongeman in het Warschause getto had leren kennen, slaagde hij erin aan de deportatie naar de dodenkampen te ontkomen door onder te duiken bij een Pools gezin.

Tijdens dat gesprek in Frankfurt vertelde hij me: ‘De afschuwelijkste herinneringen heb ik aan de tijd na de vlucht uit het getto, toen we in het zogenaamde Arische deel van Warschau waren ondergedoken. Mijn vrouw en ik waren verborgen bij een Poolse familie. Ze waren arm en ze hadden niet veel te eten. Elke keer dat Bolek, de Poolse man, meende dat we moesten vertrekken omdat de situatie onhoudbaar begon te worden vond zijn vrouw Genia wel een argument om ons te laten blijven. En telkens als Genia zei dat we weg moesten omdat we anders allemaal samen zouden verhongeren, was het Bolek die repliceerde: “Ach, ze zijn nu al zo lang bij ons, we zullen het nog wel een tijdje uithouden.” Natuurlijk hielden we er voortdurend rekening mee dat onze schuilplaats ontdekt kon worden, dat iemand ons kon verklikken. Het sprak eigenlijk vanzelf dat we in die tijd voortdurend met de gedachte speelden om zelfmoord te plegen. Zelf ben ik nooit sterk geweest in het uitvinden van verhalen. Maar in onze schuilplaats sloeg de verveling vaak toe. Je moet er rekening mee houden dat het in de winter om vier uur donker was. Er was geen elektrisch licht en petroleum voor de lamp was te duur. Radio was er niet. Zo kwam Genia op het idee om me te laten vertellen. Vele maanden heb ik ’s avonds en ’s nachts verhalen van Shakespeare, Molière en Theodor Fontane naverteld.’

Marcel Reich-Ranicki had zijn leven en dat van zijn vrouw gered door goede verhalen te vertellen. Literatuur moest spannend en degelijk zijn. Bij elk boek dat hij later las, heeft hij zich wellicht afgevraagd of het zijn leven had kunnen redden. Geen wonder dat Reich-Ranicki als criticus geen compromissen sloot. Een roman, een theaterstuk of een gedicht was goed of was slecht. De criticus kon zijn beroep niet meer uitoefenen alsof zijn leven ervan afhing. Omdat het ervan afgehangen had.

Goed nieuws

19 september 2013

We storten ons op het slechte nieuws alsof we bang zijn dat de voorraad op raakt. Als die toestand zou intreden, zou de verkondiger van dat nieuws zeker doodgeslagen worden. Dat zou nog eens goed nieuws zijn.

Toen ik naar mijn hoofd greep was het al te laat. Het was er zonder hoed. Terug, terug, terug, van Potsdamer Platz naar Friedrichstrasse, via de voetgangersbrug over de Spree naar de kroeg waar hij nog altijd hing, een beetje slapper na ons gesprek over Vitaliano Brancati. Met de rand diep in mijn ogen verliet ik de Bösebubenbar, in de Marienstrasse nog il bell’Antonio, in de Albrechtstrasse al Paolo il caldo, in de Sundgauer Strasse al weer helemaal mezelf. Dat harde hoekje Pecorino Costa Dorada had ik nu toch wel verdiend.

Огонёк

17 september 2013

Tussen de werkelijkheid en de taal kan zich zo veel gas ophopen dat ze elkaar vernietigen. Iets dergelijks heeft zich ook in de late Sovjet-Unie voorgedaan. Een van de meest gebruikte woorden in de Sovjet-administratie was het werkwoord ‘perfectioneren’. Het was immers uitgesloten dat er in de Sovjet-Unie iets verbeterd kon worden. Dat zou geïmpliceerd hebben dat er dingen waren die – een ondenkbaar uitgangspunt – niet goed waren. Vandaar dat er alleen dingen waren die vanuit hun degelijkheid geperfectioneerd konden worden. Bij gebrek aan problemen bestonden er dus ook geen woorden om ze te benoemen. Hoe hadden er dan methoden kunnen bestaan om ze op te lossen? Termen als glasnost en perestrojka, die in de tweede helft van de jaren tachtig opdoken, benoemden niets meer, ze sloegen het vonkje: ogonjok.

Grimmig heden

16 september 2013

Bruno Bettelheim, auteur van het beroemde essay ‘Kinder brauchen Märchen’, had de gewoonte de kinderen in zijn reformschool verrot te slaan. Ze noemden hem Benno Brutalheim.

Aardigheid

15 september 2013

…en als ik over het water wandel zullen ze zeggen dat ik niet kan zwemmen.