Goldwater

14 juni 2017

Vertalen is aartsmoeilijk. Je valt van de ene hinderlaag in de andere, ‘Fettnäpfchen’ heet dat hier. Dat heeft niet altijd met ‘valse vrienden’ te maken, hoewel de vertaler er meer dan genoeg heeft. Hij heeft het zo druk met het afweren van zijn valse vrienden dat er geen tijd overblijft om echte te maken. De echte vertaler werkt ’s nachts, in de hoop dat de valse vrienden dan slapen. Maar de echte maffen dan ook.

Een doorgewinterd vertaler kan op de duur de valse vrienden ruiken. Maar dat volstaat niet om een goed vertaler te zijn. Een goed vertaler moet alles weten, minder gaat niet. Hij moet in elk geval veel meer weten dan de auteur die hij vertaalt. Vergeleken met de vertaler is de auteur een analfabeet. De auteur heeft het gemakkelijk. Hij schrijft op wat hem invalt. Maar de vertaler is de woordvoerder van zijn grillen. Een ondankbaarder taak is niet denkbaar. De vertaler mag niet eens verklappen wat voor stommiteiten hij in het werk van de vertaalde auteur heeft gecorrigeerd. Daar kun je nochtans boekdelen mee vullen. Maar niemand mag het weten.

Maar als de vertaler een fout maakt, krijgt hij de volle lading: van de auteur, van de uitgever, van de kritiek, soms zelfs van de lezer.

Het is onbegrijpelijk waarom de vertalers geen schrijvers worden, waarom ze niet op het dek in de zon gaan liggen in plaats van als galeiboeven geketend te blijven zwoegen en roeien in het met eelt gevulde duistere ruim.

Al die gedachten flitsten door mijn hoofd bij het lezen van een passage uit ‘Herzog’ van Saul Bellow. Niet dat daar de kwetsbare plekken van de vertaler behandeld worden, het is zo al erg genoeg. Maar ik stuitte er op een voorbeeld van een vertaalfout waartegen geen kruid gewassen is, omdat de valse vriend niet eens als dusdanig kan worden ontmaskerd.

Ongeveer halverwege de roman bestudeert Moses Herzog de obsceniteiten op de muren van New York: genitaliën, belachelijke copulaties en ook slogans. Hij leest: ‘Moslems, the enemy is White. Hell with Goldwater, Jews.’ Ik weet niet hoe de vertaling in de Nederlandse editie luidt, maar in de Duitse vertaling staat: ‘Hölle mit Goldwasser, ihr Juden.’ Misschien verkeerde de vertaler in de waan dat Goldwasser een door joden geprefereerd parfum is, maar in werkelijkheid is het de naam van een Amerikaans politicus van joodse afkomst die Goldwater heette. Maar hoe kan een vertaler die nog nooit van Barry Goldwater heeft gehoord dat weten? Dan kán hij in dat geval niet weten. Maar dat is geen excuus. Een vertaler moet namelijk zoals gezegd alles weten.

Maar ik heb geen leedvermaak om een vertaler die een fout maakt. Ik heb zelf eens ‘vor Toresschluss’ letterlijk vertaald in plaats van door ‘op het nippertje’. Dat is veel erger dan dat Goldwasser. Het is alsof Gwijde van Dampierre in Consciences ‘Leeuw van Vlaanderen’ de Franse koning bedankt voor zijn e-mailtje met bijlage. Maar het is weer niet zo erg als de Nederlandse vertaling van een woord uit Günter de Bruyns ‘Vierzig Jahre’. De Bruyn heeft het in zijn origineel over groepen mensen die in Oost-Berlijn staan te zwaaien met ‘Winkelemente’, wat de vertaler heeft omgezet in ‘hoekelementen’. In Vlaanderen zouden ze zeggen dat er bij de vertaler een hoek af is, wat in beschaafd Nederlands betekent dat hij ze niet allemaal op een rij heeft.

Overigens was ik een paar dagen geleden bij Dussmann in de Friedrichstraβe, en daar viel mijn oog toevallig (?) op een recentere Duitse pocketeditie van ‘Herzog’, waarin naast de naam van de oorspronkelijke vertaler ook die van zijn revisor staat. Ik kon mijn nieuwsgierigheid natuurlijk niet bedwingen en na enig bladeren stuitte ik op… ‘zur Hölle mit Goldwater’. Attent!

Het klopt dus niet dat de jeugd niets weet. De jonge vertaler weet over het Amerikaanse verleden en zijn politici blijkbaar meer dan de oudere collega-tijdgenoot van ‘Herzog’.

Van contentement om die tastbare vooruitgang ging ik op het terras van brasserie Dressler, Unter den Linden, een glas Sauvignon drinken, een Goldwater Sauvignon Blanc, 2016.

 

Kreeftjes

11 juni 2017

Mezelf betrapt op een tikfout in een nogal behoudsgezind neologisme: minnekreeftjes in plaats van minnekreetjes. Nu het schaartje erin.

 

Pennen

8 juni 2017

Ondanks zijn glijvlucht heeft mijn albatros al zijn pennen nodig.

 

Project

30 mei 2017

Mijn nieuwe boek heeft een spanwijdte van Beckett tot Herodotus.

De omkering is voor de welluidendheid.

Mijn albatrossen vliegen nu eenmaal op hun rug.

(Voorziene landing: september 2018)

Het geluther is voorbij, godzijdank.

 

Gelukkig is het van de Sundgauer Strasse naar Schlachtensee en Krumme Lanke niet ver. Om zeven uur in de ochtend sta ik oog in oog met het meer – het zijne groter dan het mijne. Ik ben de eerste zwemmer. Zodat ik in de namiddag, als ik op mijn balkonnetje onder de markies lees en studeer terwijl de eivolle treintjes richting Havel en Wannsee voorbijflitsen, veeleer neurie dan zing:

 

‘Will man im Monat Mai in ’t Grüne

Und fährt mit einem Vorortzug,

So hat man stets mit trüber Miene

De Neese voll und gleich genug.

Wenn dreissig im Coupé drin sitzen

Und leis’ die Frühlingsdüfte zieh’n,

Kann man vor Angst wie ’n Affe schwitzen –

‘ne dufte Stadt ist mein Berlin!’

(‘ne dufte Stadt ist mein Berlin!’, 1910, een Gassenhauer door Claire Waldoff, componist Walter Kollo, tekst F.W. Hardt)

 

Het ding

27 mei 2017

Wat een controverse! Ze gaat over de vraag of de koepel van het Slot in het centrum van Berlijn al dan niet met een kruis bekroond moet worden. De discussie is natuurlijk een gevolg van het hybride karakter van het Slot, dat ook Humboldtforum heet. Niet eens over de naam van het bouwwerk bestaat er een consensus bij de ‘vrienden’ van het…  Slot? … Humboldtforum? Ik stel voor om het ding gewoon het ding te noemen. Misschien kunnen de ‘vrienden’ van het ding aansturen op een compromis. Als kopie van het Hohenzollern-ding verdient de koepel zijn kruis. Maar als Humboldt-ding of als kosmopolitisch forum waarin de wereldculturen elkaar bevruchten, past het kruis er als een tang op een varken op. Ik stel dus voor om op even dagen (of omgekeerd) het kruis te hijsen en het op oneven dagen (of omgekeerd) te verhullen, of om het dagelijks te vervangen door iets anders: de boeddha, Nefertete, Zeus, Shiva, Donald Trump, Horst Seehofer, Woody Allen, moeder Theresa, Homer Simpson, Cristiano Ronaldo… De voorraad is groter dan je zou denken. Maar misschien is het nog beter om de hele discussie aan je voorbij te laten gaan, want het zou ook om een list van de ‘vrienden’ van het… ding kunnen gaan. Wie immers aan het welles-nietes-debat participeert, legitimeert in zekere zin al het bestaan van het ding en van al de rommel die erin zit. En daar kunnen we maar beter niet in trappen.

 

Schulz

21 mei 2017

Eerst zocht de sociaaldemocratische kandidaat voor het bondskanselierschap de coalitie met de reactionairen van Die Linke, de opvolgers van de DDR-SED. Toen hij daarvoor in de verkiezingen van Saarland machtig werd afgestraft, zocht hij gekweld de schouderklop met de liberalen van de FDP. Geen wonder dat zijn fans, die zijn verhaal over sociale rechtvaardigheid hadden geslikt, de SPD in Sleeswijk-Holstein een rammeling van jewelste gaven. Die afgang – driemaal is toch geen scheepsrecht – kreeg een denderend naspel in de SPD-burcht Noordrijn-Westfalen, waar de sociaaldemocraten vorige zondag werden weggeblazen. Drie keer op rij een nederlaag. Toen hij werd berispt wegens onregelmatigheden die hij als voorzitter van het Europese parlement had begaan, gedroeg de kandidaat zich als een telg van Trump: hij speelde de onschuld die door zijn rivalen werd vermoord. Ondertussen liet hij zich door de jongsocialisten in Tübingen bejubelen (Schulz: ‘Roep eens Martin, Martin!’), ging hij slijmen bij de werkgevers en verdedigde hij zaterdag in de FAZ het Wehrmacht-uniformportret van Helmut Schmidt*, de arrogantste, reactionairste en ongeïnspireerdste kleinburgerlijke SPD-leider uit de naoorlogse geschiedenis. Schmidt, wiens hele intellectuele bagage bestond uit twee van buiten geleerde citaten van Marcus Aurelius, was de SPD’er die met onverholen leedvermaak een einde maakte aan het tijdperk van Willy Brandt, van wie wij dachten dat hij, en niet de betweter, intrigant en ijzervreter Schmidt, het ware toonbeeld was van de SPD. En met zo’n ‘straatvechter’ (de kandidaat over zichzelf) als Schulz, die iedereen een oor aannaait, wil de SPD, die ook in de buitenlandse politiek geen enkel kompas heeft (sinds de sociaaldemocratische ex-bondskanselier Gerhard Schröder voor de ‘loepzuivere democraat’ Poetin werkt weten we niet meer of de SPD nu voor of tegen de Kremlin-baas is) de nationale verkiezingen in september winnen. En zo wordt het zelfs voor de vergevingsgezindste sympathisanten van de SPD en voor elke mens die niet voor infantiel versleten wil worden volslagen onmogelijk om voor de kandidaat of zijn partij te stemmen. Van zo iemand als Schulz wil je zelfs geen nieuwe stofzuiger kopen voor de gehalveerde prijs, want wat voor een kat zit er in de regenboogkleurige zak? Vorwärts, Genossen, de afgrond in!

* De kandidaat betreurt dat een foto van Schmidt in Wehrmacht-tenue recent uit de militaire school van Hamburg werd verwijderd.

Geen liefde of verliefdheid nu ik aan het smeden ben. Hun hitte maakt het ijzer koud.

 

Daar is hij weer

14 mei 2017

‘Ik loop de populisten niet achterna,’ verklaart Bart de Wever, NVA. Kan ook niet als je koploper bent.