Winterspel

24 februari 2014

In Sotsji heeft Poetin Oekraïne verspeeld.

Advertenties

Neologisme

20 februari 2014

IBAN-kosmopoliet.

Tribute to belgian Congo

19 februari 2014

Misschien zou Jan Fabre, die in Kiev de geschikte omstandigheden aantreft om in het Pinsjoek Art Centre de brutaliteiten van de Belgische slavendrijvers in Congo artistiek uit de bloedhanddoeken te doen, ook zijn mond eens kunnen opendoen om zijn gastheer Victor Pinsjoek te porren tot enige steun aan de demonstranten die op de Majdan de hersenen worden ingeslagen door de vriendjes van de mecenas-oligarch.

De ongemakkelijke

17 februari 2014

De lectuur van ‘De ongemakkelijke’ (‘Der Unbequeme’), de autobiografie van de Duitse politicoloog Arnulf Baring (°1932) heeft me licht misselijk gemaakt. Joachim Fest (1926-2006), de biograaf van Hitler, was gefascineerd door nazi-architect en minister van bewapening Albert Speer (1905-1981), schrijft Baring in een passage, die eigenlijk gaat over de onlangs overleden Berlijnse uitgever Wolf Jobst Siedler (1926-2013), het hoofd van de gelijknamige uitgeverij.

Albert Speer, in Nürnberg tot 20 haar veroordeeld, was na zijn vrijlating uit de oorlogsmisdadigersgevangenis van Spandau in 1966 vaak te gast bij Siedler, die in Dahlem woonde, een residentiële wijk in het zuidwesten van Berlijn. Speers dagboeken, een berg leugens die de auteur een fortuin opleverde, verschenen bij Siedler.

En dan steekt Baring de loftrompet over Speer, die ‘een aangename, rustige gesprekspartner’ was. De verraste Baring:  ‘Hij had geen allures, was bescheiden en terughoudend. Als je hem iets vroeg, dacht hij lang na voor hij een antwoord gaf. Als ik beweer dat het Derde Rijk in vele opzichten burgerlijk gebleven was, dan was Speer een goed voorbeeld voor mijn stelling.’

Baring ziet zijn stelling bevestigd door de mening van andere dubieuze gesprekspartners als Graf Schwerin von Krosigk, Hitlers Reichsfinanzminister, en François-Poncet, een uitgesproken nazisympathisant die in de jaren dertig de Franse ambassadeur in Berlijn was.

Kortom, Albert Speer vond Adolf Hitler sympathiek. En Joachim Fest, de biograaf van Hitler, vond Albert Speer sympathiek. Hitler had zijn aantrekkelijke kanten, en ‘zulke schilderingen corrigeerden wat ik me onder Hitler voorgesteld had,’ concludeert professor Baring.

Een van de abominabelste frasen van Baring is de volgende: ‘Destijds was ik erg opgetogen ooggetuigen uit die tijd te leren kennen die tot de kopstukken van het Derde Rijk hadden behoord en die de feiten uit hun eigen ervaring konden schilderen.’

Conclusie: de intellectueel Baring is in de wolken omdat hem door charmante leugenaars en megacriminelen een oor wordt aangenaaid. Alleen is hij in dat opzicht nog onnozeler dan Fest, die in ‘Die unbeantwortbaren Fragen. Notizen über Gespräche mit Albert Speer zwischen Ende 1966 und 1981’ uit 2006 tenminste al een vermoeden had dat Speer hem al die tijd voorgelogen had, terwijl Baring zo stupide is om de onzin over de ingetogen Albert Speer nog in 2013 te debiteren.

In de naoorlogse intellectuele Duitse generatie van het type Fest, Siedler en Baring manifesteert zich de hele problematiek van wat Julien Benda ‘la trahison des clercs’ heeft genoemd. Die generatie encanailleerde zich met de charmantste oorlogsmisdadigers uit haar vaderlandse geschiedenis.

Dan is de daaropvolgende generatie, die door Baring verketterd wordt, me toch veel liever. De politicologe Katrin Himmler (°1967), een achternicht van Heinrich Himmler, publiceerde in 2005 haar verontrustende boek ‘De gebroeders Himmler’. Uit de omgang met de documenten leerde Katrin Himmler dat de dood van de daders voor het historisch onderzoek geen verlies is. ‘Integendeel, de daders waren de slechtst denkbare getuigen. Je kreeg van hen alleen maar leugens en halve waarheden te horen. Hun dood heeft het onderzoek juist vrijer gemaakt,’ argumenteerde ze in het gesprek dat ik destijds met haar had.

Station Grunewald

16 februari 2014

Op geen andere plek ter wereld zie en voel ik de tijd zo vibreren als in het station van Grunewald. In de buurt van spoor 17, waar de treinen wachtten die de joden in de dood transporteerden, staat een gebouw – misschien een signaalhuis, misschien het huis van een spoorwegopzichter – dat er al in de jaren veertig stond. Hetzelfde gebouw staat op een oude foto die ik heb meegebracht. Het gebouw op de foto ziet er nu, zeventig jaar later, niet veel anders of ouder uit dan toen. Maar uit de confrontatie van het gebouw op de foto en het gebouw dat ik met eigen ogen zie, ontstaat een spanning die zich niet ontlaadt. Dat vibreren is voor mij het kenmerk van het Grunewaldstation. Het sterkst voel ik dat trillen in de zomer, als de vogels kwetteren en als voor het station de appels in de fruitkramen glanzen, terwijl de gasten op de terrassen een slok nemen. Er is te veel van het niets dat ik niet kan zien. Ik voel de halsstarrigheid van de dingen die voor elkaar niet willen wijken en toch niet kunnen blijven waar ze zijn. Ik houd het er nooit lang uit. Niets strookt er met de werkelijkheid die ik wil formuleren. Niets valt er te vatten, het niets heeft er geen betekenis. Omdat er geen gedachte is, is er ook geen diepte voor.

Mannenpraat

15 februari 2014

Aan de voet van het oude pompstation nummer 3, Hallesches Ufer. Het pompstation is een warm, bakstenen gebouw met een rijzige toren. Een wandelaar, in de vijftig, grijzend, en nog een wandelaar, ouder, ook grijzend, de eerste wandelaar zonder, de tweede (ik) met rugzak.

Wandelaar 1: ‘Zoekt u iets? Kan ik u helpen?’

Wandelaar 2: ‘Helemaal niet. Ik drentel wat.’

Wandelaar 1: ‘Excuseert u mij. Ik dacht dat u de buurt niet kende…’

Wandelaar 2: ‘Toch wel, maar ik heb de toren van het pompstation nog nooit goed in me opgenomen.’

Wandelaar 1: ‘Ja, wat een toren. En hoe hij priemt! Hmmm. Tja, niet iedereen wil hem goed in zich opnemen. Hopelijk laat onze vrouwelijke burgemeester hem staan…’

Wandelaar 2: ‘Ik begrijp het. Ja, hij blijft wel staan, denk ik.’

Wandelaar 1 (glunderend): ‘Ja, hij blijft staan. Nu slaat het uur van de wraak.’

Zwitserse volksstem

11 februari 2014

Nu is Europa aan het Rode Kruis genageld.

Leedvermaak

11 februari 2014

Laten we intens genieten van ons leedvermaak. Voor Victoria Nuland de koekjes van eigen deeg, dat voor mijn part nog wat mag rijzen. En de lege tribunes in Sotsji: elk leeg zitje een muilpeer voor Poetin en het IOC.

het wentelen

van de trommel

van mijn wasmachine

begeleid door

het ritmisch scheren

van mijn vingertoppen

over het Blut und Boden

van mijn soepterrine.

De agressie van de punt

8 februari 2014

Het Amerikaanse magazine ‘New Republic’ meldt belangrijk nieuws over de lezersappreciatie van de punt aan het einde van zinnen in e-mailberichten. Volgens het blad wordt de punt op die plaats als zo agressief ervaren dat de trend bestaat om dat leesteken helemaal weg te laten.