Rosch ha-Schanah

31 december 2013

Toen ik in de late namiddag uit de stad, uit de leeggelezen Bösebubenbar, met de S-1 terugkeerde naar Zehlendorf, constateerde ik dat de trein niet stopte in het station Brandenburger Tor (Unter den Linden) dat gesloten was wegens het aanbrekende nieuwjaarsfeestgedruis aldaar. Dat was een déjà vu, alsof ik een paar decennia was teruggekatapulteerd, toen Berlijn nog in tweeën verdeeld was en de treintjes onder Oost-Berlijns territorium van west naar west reden en in de ondergrondse Oost-Berlijnse spookstations alleen maar vertraagden, niet stopten, niet mochten stoppen uiteraard. Intussen ben ik thuis en is het alsof er oorlog woedt. Overal knallen, de hemel een opengetrokken fosforblik, de aarde een voetzoekersparadijs. Overal roedels honden die in paniek en met de staart tussen hun poten het hazenpad kiezen, een spoor van bloed in hun zog, want de glassplinters van de gesneuvelde bierflessen waarmee de trottoirs zijn bezaaid zuigen zich vast in de speldenkussentjes onder hun poten. Guten Rutsch (Rosch ha-Schanah) ins neue Jahr dan maar. Dat doet me eraan denken hoe gisteren die vriendelijk lachende man bij Reichelt me een groene paprika, import Israël, onder de neus duwde, zeggende dat hij was gekweekt met het water dat de Palestijnen zo node moeten missen, en wat ik daarvan vond, waarop ik alleen maar antwoordde dat het er niet aan te zien was en dat het er niet op stond ook.

De geslaagde schrijver

31 december 2013

Een schrijver is werkelijk geslaagd als hij een beboterde braadpan zo kan beschrijven dat de lezer zijn kleren uittrekt.

Vlek en schittering

30 december 2013

Als ik me niet vergis was het Lichtenberg die het noorderlicht eens met de schittering van de haringen in de oceaan verklaarde. Maar die haringen kunnen ook schitteren door hun afwezigheid, aldus Helga M. Novak, die in 1957 noteert dat IJsland, waar ze in hetzelfde jaar uit de DDR naartoe is gevlucht, van die vis afhankelijk blijft (‘Im Schwanenhals’). Stalin, van wie Novak een laat slachtoffer is, is het tegendeel van alles wat men zich onder licht kan voorstellen. In zijn ‘Carnets’ noemt Albert Camus hem een grijze vlek.

Vermoeden

29 december 2013

Misschien is poëzie de teruggave van het universum aan zijn rechtmatige eigenaar.

Dialogen

28 december 2013

Kulturforum, 25 december: Pablo Picasso. Expositie ‘Frauen, Stiere, Alte Meister’. Zijn ‘dialogen’ met Cranach, Rembrandt, Goya. Zijn angst voor een hoed op het bed (de dood van de torero). Zijn ruwe omgang met de vrouwen die hem inspireerden. Als schilder de grootste van de 20ste eeuw, als minnaar een Andalusiër van de 19de.

Kulturforum 26 december: Erich Mendelsohn, architect. Expositie ‘Drei Kontinente, Sieben Länder’. Zijn dialoog met de zandbanken op de Koerse Schoorwal (Kurische Nehrung) die hem als soldaat in de Grote Oorlog fascineerden; vandaar later zijn nauwkeurige omgevingsstudies (zon, wind, huizen etc.) voor hij ook maar aan een concept, laat staan aan de uitvoering ervan begon. Zijn hele scheppende leven een onafgebroken ontwikkeling van natuurlijke vormen die zijn inspiratiebronnen waren: vissenlijven, kreeften, slakkenhuizen, mossels, fossielen. Soms een fabriek met een buishoed erop (voor de hoedenfabriek van Luckenwalde, 1922), soms alleen maar een buishoed (de Einsteintoren in Potsdam, 1920). Mendelsohns dialogen met de muziek van Bach, Beethoven en Brahms, die hij meteen omzette in tekeningen (zoals hij Luise Maas, zijn vrouw, die een celliste was, omzette in kunst).

Later buiten op het Potsdamer Platz: een gecomprimeerde expositie van enkele werken van Edvard Munch, lichtende reproducties op glas. Zijn late zelfportret (1940-1942) tussen staande klok en bed, een gebalde dialoog met zichzelf, met leven en werk. De schilder, al een oude man, staat aarzelend in het deurgat, een drempel die twee kamers verbindt, of scheidt. Hij kijkt ons aan als in een spiegel. Achter hem de kamer met zijn levenswerk: de schilderijen elkaar verdringend aan de wand. Rechts van hem de tijd in de vorm van een staande klok, links van hem de dreiging van het in zijn richting oprukkende bed (waarop een sprei met zwarte en rode levenslijnen?) en aan de muur in die slaapkamer, die ook een doodskamer is, het erotisch verweer in de vorm van een geschilderd naakt. Voor hem werpt zijn lichaam een schaduw dat een kruis zou kunnen zijn. Een meesterwerk, een compressie die een memento is.

Onthoofding in Berlijn

27 december 2013

Kerstmis en vooral de dag erna. Geen kranten in Berlijn. De kioskhouders: skeletten in hun kazematten. Ontdaan van hun papieren lijven gapen standaards en rekken met hun ribben van metaal. ‘Het hele gezin onthoofd!’ Dat is de collectieve krantenkop die in mijn gesublimeerde hoofd blijft hangen.

Mars

27 december 2013

het zijn de stappen
die me redden
niet de woorden
die later komen
en die
de echo’s
van mijn hielen zijn

dat stappen
waarmee ik de innerlijke vijand
uitput
die me belegert
met de linies van zijn regels,
zijn spelling,
zijn spijkerschrift,
zijn lagelandgepieker

mijn marcheren
dat alleen maar marchanderen is:
het vellen van mijn huid
het vloeren van opstandigheid

ik verhinder
dat de vijand zich nestelt
in mijn ribfluwelen bloed
dat in werkelijkheid
slechts een doekje is
waarmee ik ’s avonds
mijn theater sluit

wat is de zaal nu moe
van de gewoede stemmen

het donker
bekroont
met zijn geaardheid
al het licht.

Wonen

25 december 2013

Hoe zou een schrijver in de taal kunnen wonen? Woont de beeldhouwer soms in een steengroeve, de schilder in een tube?

De kerst van Bartleby

23 december 2013

hoe verwoord ik
de zucht
die uit een dichte knoop
ontsnapt?

hij klonk zo moe
en weigerde te rijmen
op zijn
‘I would prefer not to’.

Het Russisch despotisme

23 december 2013

In Rusland is nooit de soeverein, maar altijd een karakter aan de macht.