Paradijs

28 februari 2019

Vanochtend donderde ik bijna van mijn stoel toen in het rek hoog boven mijn hoofd naar Dantes Paradiso greep.

 

Advertenties

Prothesen

24 februari 2019

Een grote was gedaan en op alle mogelijke plaatsen opgehangen omdat het droogrek onvoldoende ruimte biedt: dus op en over de ruggen van stoelen, aan deurklinken, spanjoletten, het uiteinde van een staande lamp, een bronzen klauw en andere uitsteeksels. De dingen zijn in deze context niet alleen prothesen, ze reiken ons ook de hand, hoe volmaakt of verminkt ze ook zijn.

 

Lichtje

23 februari 2019

Tsjechov, geparafraseerd: ‘Voor het lichtje in de verte, daar leven we voor.’

 

Hitler-klokken

19 februari 2019

Toch een beetje vreemd dat in Duitsland (Thüringen) op de Holocaustdag (27 januari, bevrijding van Auschwitz) nog altijd enkele kerkklokken luiden waarin ‘Alles fuer’s Vaterland – Adolf Hitler’ gegraveerd staat. Zelfs de DDR hebben ze overleefd.

 

Positie

18 februari 2019

Spartelen in een netwerk ligt me minder dan observeren vanuit mijn web.

 

Vrij

16 februari 2019

Mijn vrijheid is me meer waard dan mijn reputatie. Reputatie is het beeld dat anderen van me hebben, vrij ben ik door mezelf.

 

Verschrijving

15 februari 2019

Wie zou niet vrolijk worden van een geslaagde verschrijving als ‘boekenblijlage’?

 

Toen Alain de Bottons ‘Pleasures and Sorrows of Work’ in de ‘New York Review of Books’ van 28 June 2009 in de grond werd geboord, reageerde de auteur in het publiek furieus tegen zijn criticus Caleb Crain: ‘I will hate you till the day I die and wish you nothing but ill will in every career move you make. I will be watching with interest and schadenfreude.’ (29 juni 2009). Niet meteen een ideale opening voor een zakelijk debat. Later betreurde De Botton zijn uitbarsting, en verklaarde wat hij de volgende keer zou doen, nl. de recensent privé aanschrijven. ‘Put this message in an envelope, not on the internet.’ Maar tegelijk pleitte de Botton voor begrip: ‘Books will sink without review coverage, which is why authors and publishers care so acutely about them — and why there is a quasi moral responsibility on reviewers to exercise good judgement and fairness in what they say.’ De Botton adviseerde de recensenten om de vijf (of zes) regels van John Updike (in de inleiding van zijn introduction to ‘Picked-Up Pieces’, 1975), te behartigen:

1. Try to understand what the author wished to do, and do not blame him for not achieving what he did not attempt.
2. Give enough direct quotation – at least one extended passage – of the book’s prose so the review’s reader can form his own impression, can get his own taste.
3. Confirm your description of the book with quotation from the book, if only phrase-long, rather than proceeding by fuzzy précis.
4. Go easy on plot summary, and do not give away the ending.
5. If the book is judged deficient, cite a successful example along the same lines, from the author’s œuvre or elsewhere. Try to understand the failure. Sure it’s his and not yours?
To these concrete five might be added a vaguer sixth, having to do with maintaining a chemical purity in the reaction between product and appraiser. Do not accept for review a book you are predisposed to dislike, or committed by friendship to like. Do not imagine yourself a caretaker of any tradition, an enforcer of any party standards, a warrior in any ideological battle, a corrections officer of any kind. Never, never … try to put the author “in his place,” making of him a pawn in a contest with other reviewers. Review the book, not the reputation. Submit to whatever spell, weak or strong, is being cast. Better to praise and share than blame and ban. The communion between reviewer and his public is based upon the presumption of certain possible joys of reading, and all our discriminations should curve toward that end.’

Zwijgen? Spreken? Een hachelijke kwestie voor wie zich als auteur verkeerd begrepen, beledigd of aangevallen voelt. Edmund Wilson kraakte in ‘The New York Review of Books’ van 15 juli 1965 Nabokovs Engelse vertaling van Poesjkins ‘Eugene Onegin’. Nabokov liet het niet over zijn kant gaan. Hij reageerde op 26 augustus 1965 in hetzelfde blad met niet eens ingehouden woede, en verbrak de regel van de stilte: ‘In the present case, however, things have gone a little too far.’ En meteen daarop begon Nabokov de opinie van Wilson punt voor punt te weerleggen. Ongeacht de ongeschreven regels en de geldende normen, is de kwestie dus toch iets wat iedereen voor zichzelf moet uitmaken, naargelang de aard van het beest. Een lezer greep het Nabokov-Wilson-dispuut aan om zijn conclusie zo te formuleren: ‘Even Nabokov swung hard at silly Wilson… right in front of everyone. Are you fancier than Nabokov?’

 

Ultrakurz…

13 februari 2019

Ik dacht het patent te hebben op het langste Duitse woord ooit:
Ultrakurzwellengeradeausempfänger.
Maar nu ben ik gevloerd door Timothy Garton Ash: Weltpolitikfähigkeitsverlustvermeidungsstrategie
(op de Veiligheidsconferentie van München).

 

De Taliban zijn onder ons

12 februari 2019

In 2011 won Eugen Gomringer, moedertaal Spaans, Bolivië, nu Zwitserland, 93 jaar, de poëzieprijs van de Berlijnse Alice Salomon-school in Marzahn, Berlijn. Een van zijn beroemdste gedichten ‘Avenidas’ uit 1953 werd als hommage aan de zuidgevel van de school in zwarte letters aangebracht:

avenidas
avenidas y flores
flores
flores y mujeres
avenidas
avenidas y mujeres
avenidas y flores y mujeres y
un admirador

dreven
dreven en bloemen
bloemen
bloemen en vrouwen
dreven
dreven en vrouwen
dreven en bloemen en vrouwen en
een bewonderaar

Omdat het gedicht in 2017 als seksistisch en aanstootgevend werd bevonden, werd het van de gevel verwijderd.