Dialoog in lege winkel

19 januari 2015

Ik droomde dat ik een winkelier was.

Plots stond er een vrouw, die me in een vorig leven had gekweld, in de zaak.

‘Graag mijn vorig leven,’ zei ze.

‘Dat heb ik niet in voorraad,’ zei ik, wat ze zelf ook had kunnen zien, want alle rekken waren leeg.

‘Wat hebt u dan wél?’ vroeg ze.

Ik wees naar een bezem in de hoek.

‘Goed,’ zei ze, ‘pak hem maar in.’

‘Nee,’ zei ik, ‘vlieg er maar direct mee weg.’

 

 

De broek van Casanova

18 januari 2015

Vandaag lag ik in het S-Café toch dubbel van het lachen. Een ongeschoren Casanova stoof onder zijn kaboutermuts naar binnen met wat ik dacht – niet zijn gewone dracht – een krijtstreepbroek te zijn. Maar daarvoor waren de witte streepjes te onregelmatig, de lijn te onderbroken, en bovendien was het bij nader inzien een niet zo schone corduroybroek. Terwijl hij erop klopte alsof hij as afschudde, vertelde Casanova dat het om een massagraf van mottenlarven ging die tussen de ribben van zijn ribfluwelen broek verhongerd waren.

 

Eetlust

16 januari 2015

Na een week versterving en labeur een dagje eten ter heropstanding. Een Berliner Frühstück in brasserie Dressler, Unter den Linden: een ontbijt geserveerd op een étagère van opklimmende, in omtrek kwijnende, zilveren schotels: een maagdelijk planetarium, bekroond door een ei. ’s Namiddags Sauerkirschkuchen (warm) mit Sahne, hoog bij Baier in de Schlossstrasse: een praalgrafachtig interieur van koper en marmer, waar bejaarde dames zich komen bekwamen in het uitglijden en morsen (en waar je van het plafond kunt eten als je erbij zou kunnen); ’s avonds afdalen in de hemelse sausen van restaurant Bergamo in de Friedenause Bahnhofstrasse: Maultaschen, truffels gemuilkorfd door eigen deeg, omheind door een tuintje waarin kruiden de kracht van hun beperking vieren. Luxe, calme et volupté.

 

Drie keer beroemd

15 januari 2015

Omdat A. tijdens onze tafel- en salongesprekken in het S-café in Friedenau graag in erotische details gaat, noem ik hem Casanova, hoewel ik hem eigenlijk meer op Schopenhauer vind lijken, wat hem bevalt, omdat hijzelf eerder overeenkomsten met Socrates ziet.

 

Mijn krant

14 januari 2015

Vanochtend een totaal doorweekte krant, niet in maar op mijn brievenbus, wat toch van enige tact van de krantenbezorger getuigt. Stel je voor dat mijn krant door een vijand van de ‘Lügenpresse’ wordt bezorgd! Ze wekte meteen mijn medelijden op. Ze zag eruit als een volwassen kat die in een plas was verzopen, en zeker even zwaar. Ik heb de katernen voorzichtig van elkaar gescheiden, alsof het aan elkaar gekleefde pootjes waren, en dan de afzonderlijke bladzijden van die katernen uit elkaar gepeld, alsof het mijn eigen vel was. Omzichtig, zonder ook maar een blad te scheuren (want ik moet er nog in knippen), heb ik de vellen over de stangen van het droogrek gehangen, zodanig dat het papier alleen maar aan de lucht is blootgesteld. Zo hangt ze daar te drogen, gerimpeld, alsof ze al niet meer van vandaag is. Soms ga ik even in de slaapkamer kijken hoe ze het stelt, alsof ik een rillende vriendin, die nog niet van het nieuws na de operatie bekomen is, aan haar ziekbed bezoek. Met een strijkijzer had ik haar graag wat opgewarmd, straks doe ik het met mijn hand.

 

Vita nuova

13 januari 2015

Doorknippen. Doorknippen, die oude draad! En dan maar hopen dat je de eindjes niet meer aan elkaar kunt knopen.

 

Een kleed van licht

12 januari 2015

Je moet al in een opgewekte stemming zijn om een sombere tekst te kunnen schrijven. Lezers moeten natuurlijk ook oog willen hebben voor het licht dat tussen de donderkoppen is geschoven. Het is toch prachtig, zo’n zwartgeblakerd wolkendek dat nu eens met goud is omrand en waar dan weer een bundel licht uit valt. Het is heerlijk om in zo’n sombere baaierd als schepper op te treden, in een kleed van licht dat je ondanks je naaktheid langs de engel met het vlammend zwaard gesmokkeld hebt.

 

Confessio

11 januari 2015

Mijn Berlijnmanuscript is niet af. Door mijn omgang met de verkeerde mensen en mijn gebrek aan mensenkennis heeft het project schade, schande en vertraging opgelopen. Maar aangezien ikzelf daarvoor gekozen heb, ben ik de grootste idioot. Zo werd ik de dief van mijn eigen gevoelens en stal ik mijn eigen tijd: een verloren, kostbaar jaar, waarin ik mijn tijdvenster heb bespuwd terwijl het zich sluit. Wat een bittere balans. De stad keerde zich van me af omdat ik haar verraden had. Terwijl ik dacht dat ik onzichtbaar in de camera obscura zat, was ik in werkelijkheid door overbelichting verblind en naakt aan alle blikken blootgesteld. Nu knip ik de schijnwerpers uit voor de cinemascope van de bevrijdende slag.

 

Indianen

10 januari 2015

In de voorlaatste editie van ‘Der Spiegel’  (2/2015) het droomrelaas van een vrouw: ‘Ik dacht dat het heerlijk zou zijn om door het landschap te galopperen. Maar in mijn droom moest ik me uitsloven om aan een paard te geraken en ik ben er alleen maar in geslaagd om op een paardenrug te zitten. Hals en kop van het dier waren tamelijk onecht.’

Hoe zou ik daarbij niet aan Kafka kunnen denken? ‘Als je toch eens een indiaan was, altijd alert, en je op je galopperende paard, scheef in de lucht, steeds weer kort trilde boven de trillende aarde, tot je de sporen losliet, want er waren geen sporen, tot je de teugels weggooide, want er waren geen teugels, en je het land voor je als gladgemaaide heide haast niet zag, al zonder paardenhals en paardenhoofd.’ (‘Wens, indiaan te worden’, vertaald door Willem van Toorn, Atheneaum – Polak & Van Gennep).

 

Soumission

9 januari 2015

Vandaag kruisen handenschuddende citaten mijn pad: ‘Man, being reasonable, must get drunk; the best of life is but intoxication.’ (Lord Byron, Don Juan). En even later: ‘De mens, schepsel van het niets, kan de onbegrijpelijke beproeving die hem wordt opgelegd – deze enkele jaren van bestaan – slechts het hoofd bieden door zich een roes te drinken.’  (Michel Tournier, De elzenkoning).