Geven

30 juni 2014

Echt geven doen we pas als we de mensen van wie we houden vragen om ons een wederdienst te bewijzen. Niet zozeer omdat we die nodig hebben, maar omdat we beseffen dat het moment geschikt is en dat we het niet voorbij mogen laten gaan.

Kafka

29 juni 2014

Kafka is zuinig met adjectieven. Waar hij ze inzet getuigen ze van zijn wilskracht om ze te gebruiken.

Gedachte

28 juni 2014

In plaats van zelfmoord te plegen kan de schrijver maar beter proberen zijn afschuw voor het leven zo helder te formuleren dat zelfs de doden niet langer willen talmen met hun verrijzenis.

Verdriet

27 juni 2014

Thuis treuren de dingen. Wat een smart. Hoezo? Ik heb ze nooit in de rust van hun zwaartekracht bedreigd, niet eens gestoord in het stof waarin ze zijn vergrijsd. Zie nu hoe ze huilen om alles wat verschoven is, om de oneffenheden in het tapijt en de stilte die blauw tussen de kieren knelt. En al die ontgoochelingen achter het behangpapier, want aan de bulten te zien huilt de muur daarachter zijn pleistertranen. Wat een tegenslag. En dat nadat alles zo rooskleurig was ingevet. Moet ik mijn ogen wassen met al dat verdriet?

Schaamte

26 juni 2014

In alle opzichten heb ik een criminele aanleg, als ik al geen beproefde misdadiger ben, om het even of ik implodeer (van verdriet) of explodeer (van woede). Nee, niet om het even. In het eerste geval keer ik me tegen mezelf, maar niet genoeg, verzwakt door een gebrek aan zelfhaat dat me telkens weer opricht. In het tweede geval keer ik me tegen de ander, en daardoor met de volle lading werkelijk tegen mezelf, beseffend dat ik mezelf vernietig door de spiegel aan scherven te slaan waarin ik zou moeten kunnen kijken om uit de reflectie van de schaamte weer op te kunnen staan.

(S-Bahncafé Friedenau)

Topofobie

25 juni 2014

Amper is de geliefde mens verdwenen, of de locaties waarin hij zich bewogen heeft keren zich tegen ons, alsof we gestraft moeten worden voor het verlies. Meteen ontplooien de plekken hun onvermoede, boosaardige kracht, alsof ze al die tijd op dat moment hebben gewacht. Zij zijn gebleven. Hun macht bestaat uit de leegte waarmee ze ons vervullen en uit de wrede belofte dat hun bron niet opdroogt, omdat hij zich met onze ellende voedt.

(Knofi, Bergmannstrasse)

Rusland

24 juni 2014

Vijfentwintig jaar geleden dacht men dat Rusland door de knieën was gegaan. Nu blijkt dat het zich alleen maar heeft gebukt om de veters van zijn laarzen dicht te knopen.

Het laatste vuil vanonder de teennagels van Berlijn halen. Als dat geen liefde is. De rush die ook een roes is: het manuscript van ‘Berlijn, gezicht van een Duitse eeuw’ voltooien tegen 1 augustus. De laatste zwerftochten door Wedding, Lichtenberg, Rummelsburg. En dan, daarna, de sprong naar het zuiden?

Beertje

22 juni 2014

In de Hauptstraße aangesproken door een jongeman – een jonge vader, zo blijkt. Of ik onderweg niet het pad van een pluchen beertje heb gekruist. Thuis is zijn zoontje ontroostbaar. Samen tillen we elke steen op tussen Innsbrucker en Breslauer Platz, doorwoelen het gebladerte aan de voet van elke linde. Beertje spoorloos. Ontroostbare vader. Zo eindigt de dag toch wat in mineur. Toch nog een gemberthee in de Schwartzsche Villa in Steglitz. Met honig uiteraard.

Römische Dekadenz

22 juni 2014

Tweede helft public viewing vanuit het S-Bahncafé in Friedenau. Bij het Belgische doelpunt: geen reactie. Wij: Ciabatta mit Feta. Ciabatta mit Mozarella. Riesling en G-T na vierurig ontbijt in Hasenheide. Römische Dekadenz.