God save the queen

28 maart 2017

In het Bodemuseum is de Big Maple Leaf gestolen, godzijdank. De dieven – zullen we ze maar tactvoller heelmeesters noemen? – hebben beseft dat de schijf onze esthetische gevoelens kwetst. De queen was erop afgebeeld alsof ze op het punt stond door haar kapper vermoord te worden. Het getuigt voorts van slechte smaak om de beeltenis van een vorstin op een discus te plaatsen, ook al is die van goud, wat het er overigens niet beter op maakt. Het is weggegooid geld. De nominale waarde van het ding is een miljoen euro, maar de kans dat de schijf in het KaDeWe over de toonbank gaat is gering, niet zozeer wegens haar afmetingen (diameter 53 cm) of gewicht (honderd kilo), maar omdat ze op de vrije markt bijna vier keer zoveel opbrengt. De kans is dus groot dat de schijf nooit meer naar het Bodemuseum terugkeert. Tot ieders opluchting. Hoogstwaarschijnlijk is het ding – als het niet op de bodem van de Spree ligt – al in de smeltkroes beland, die was zeker al opgestookt. Misschien maken de dieven er ringetjes van waar iets doorgehaald kan worden. Iets wat past bij het lenteweer, bij opwaaiende zomerjurken. In elk geval hoeft niemand meer op die schijf te kijken. De plaat is gepoetst. God save the queen.

 

Advertenties

Cijfers

27 maart 2017

Is de zin ‘twee maal twee is vier in New York’ minder absurd dan de zin ‘twee maal twee is vier om half drie in New York’? Kan preciezer absurder zijn? In elk geval is ook het absurde gebonden aan condities. Dat is de geruststellende ratio ervan.

Ik ben de laatste tijd nogal ontvankelijk voor de absurditeiten in het cijfermatige, ook omdat ik een passage van Salinger over de leeftijd van de schoonmoeder van de verteller zo aardig vind: ‘Ze is achtenvijftig. (En zou de laatste zijn om dat te ontkennen.)’

 

(J.D. Salinger, ‘Voor Esmé – Veel liefs en morsigheid’)

 

Gisterenochtend zat ik voor dag en dauw, maar toch al in de eerste zon, op mijn balkon te lezen. Ik bedacht dat Stanley Kubrick zijn inspiratie voor Major (King) Kong uit ‘Dr. Strangelove’ (1964) misschien niet alleen in ‘Red Alert’ (1958) van Peter George opgestoken heeft. Major Kong is de triomfantelijk met zijn hoed zwaaiende copiloot die op de vallende atoombom zit vlak nadat hij die uit zijn beknelde positie in de laadruimte van de B-52 heeft bevrijd. Misschien, dacht ik, heeft Kubrick ook wel Salingers ‘The Catcher in the Rye’ (1951) gelezen, dus ook de slotparagraaf van hoofdstuk 18 waarin Holden Caulfield zegt: ‘Maar goed, ergens ben ik blij dat ze de atoombom hebben uitgevonden. Als het ooit nog eens oorlog wordt, dan ga ik er bovenop zitten. Als vrijwilliger, ik zweer het je.’

 

List

21 maart 2017

Je verbeelden dat je fantasie hebt is geen slecht begin.

 

En nu is er mijn blog die me van traagheid en ontrouw beschuldigt. Het geheime dagboek voelt zich op dieet gezet omdat ik voorlopig geen geheimen deel omdat ik er geen heb. En ik maar provoceren door over mijn project te zeggen dat ik het licht aan het einde van de tunnel niet wil zien. Met het gevolg dat ik me de suppoost voel van een zaal waarin de stillevens klagen dat ze aan lege muren hangen.

 

‘Hayir?’ ‘Evet!’

14 maart 2017

Erdoğan zal een voorwendsel zoeken om het referendum van 16 april te annuleren mochten te veel indicaties erop wijzen dat hij aan het kortste eind zal trekken. Althans wint deze opinie ook in Turkije veld. Het regime is onzeker en zou het liefst het woordje ‘hayir’ (‘nee’) laten verbieden. Zo heeft het Turkse ministerie van Gezondheid honderdduizenden antirokersbrochures ingetrokken omdat daarin het woord ‘nee’ voorkomt. En de Chileense film ‘¡No!’ (2012) over het referendum dat dictator Pinochet ten val bracht is uit het repertorium van het digitale platform Digitürk verwijderd. Zal Erdoğan nu iedereen in de gevangenis stoppen die de vraag of hij een dictator is met ‘nee’ beantwoordt? Als hij een beetje consequent is: ‘Evet!’

 

Vandaag ging ik een namiddagje lezen in boekhandel Hugendubel in de Schloβstraβe in Steglitz, aan de voet van een toren die Bierpinsel heet omdat er vroeger bier geschonken werd. De Bierpinsel, die een borstelvorm heeft, staat nu helaas al jaren leeg en droog.

Bij Hugendubel ga ik soms wat boekjes lezen waaraan ik geen geld wil spenderen, bijvoorbeeld aan biografieën van nog levende politici. Ik wist niet goed of ik moest lachen of huilen (ik lachte dus door mijn tranen heen) toen ik in de biografie van Martin Schulz een citaat van de Europese christendemocraat (CSU) Manfred Weber tegenkwam waarin die zegt dat Martin Schulz nooit trucjes gebruikt: ‘Er trickst nicht, das kommt bei Martin Schulz nicht vor.’ Wie mijn blogbijdrage van gisteren las (‘Martin! Roep eens Martin!’) weet inmiddels dat Webers schouderklop niet klopt.

Irritant vind ik ook de onbescheidenheid van de vrouwelijke auteur. Want ondanks het feit dat de Schulz-biografie van Margaretha Kopeinig flinterdun is, aarzelt ze niet om haar werk dé biografie (‘Die Biografie’) te noemen. Die ‘die’ moet onderstrepen dat de biografie definitief is, dat er niets meer aan toe te voegen valt, alsof Schulz dus al dood is eigenlijk, of tenminste geen recht meer heeft op een leven na dé biografie.
Maar nu zijn er ook maar liefst twee flinterdunne biografietjes over de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier verschenen, Duitslands nieuwe bondspresident. Beide boekjes matigen zich ook al aan dé biografieën te zijn, alsof er meer dan één definitief kan zijn. Het ene boekje is van Cord Balthasar (‘Steinmeier. Die Biografie’), het andere boekje heeft een duo geschreven (Torben Lütjen/Lars Geiges): ‘Frank-Walter Steinmeier. Die Biografie’.

Alle achting voor de schrijvers. Ten eerste moet je immers over flinke dosis creatieve doodsdrift beschikken om een onderwerp te kiezen waarover niets te zeggen valt. Zelf zou ik er niet in slagen om ook maar drie bladzijden te vullen over Steinmeier, een sociaaldemocratisch ambtenaar die via zijn vroegere baas Gerhard Schröder en zijn goede SPD-vriend Matthias Platzeck, met wie ik hem soms op het terras van herberg Tomasa in Zehlendorf het glas zie heffen, aan de leiband van het Kremlin ligt. (Platzeck, die ook voorzitter is van de Deutsch-Russische Freundschaftsgruppe, verdedigt de legalisering van de gewelddadige Krim-annexatie door Poetin en geeft graag interviews aan de Russische propagandazender ‘RT Deutsch’, terwijl Steinmeier in zijn vorige functie van minister van Buitenlandse Zaken de NAVO aanviel door het bondgenootschap van ‘Säbelrasseln’ tegen Moskou te beschuldigen).
Je moet volgens mij wel flink levensmoe zijn om over Steinmeier te willen schrijven, tenzij de schrijvers aan hun onderwerp geld willen verdienen, iets waarvan ik hen sterk verdenk omdat ik geen ander motief zie. Er is helaas wel altijd een idioot die zulke boekjes koopt om ze te lezen, in plaats van, zoals ik, er een voorzichtige en vooral haastige blik in te werpen, want wie weet of je slaapwandelend nog thuis geraakt.

Dat je zo’n Steinmeier-biografie met zijn tweeën schrijft, vind ik echter heel plausibel, want in zijn eentje krijgt een fatsoenlijk schrijver zo’n boekje niet vol.

Ook die twee Steinmeier-biografieën worden dus geacht definitief te zijn. Ik vrees dat de auteurs daarin wel eens gelijk zouden kunnen hebben. Eigenlijk is Steinmeiers biografie altijd al voltooid geweest. Een grote kunst om ze te schrijven kan het dus wel niet zijn geweest, dacht ik bij Hugendubel, terwijl ik een spijtige blik wierp op de Bierpinsel, waar ik me wat graag in een vol biervat had gegooid. Aan die Bierpinsel zouden mijn biografen tenminste een kluif voor het slothoofdstuk van mijn levensloop (dé biografie) hebben gehad, het definitieve dus.

 

Martin Jubel-Schulz

12 maart 2017

‘Merkel deed nooit een inspanning om in de schoenen van andere mensen te gaan staan,’ zegt Katarina Barley, de secretaris-generaal van de Duitse sociaaldemocraten in de Berlijnse krant ‘Der Tagesspiegel’ van vandaag. Ze steekt de loftrompet over Martin Schulz, de SPD-kandidaat voor het kanselierschap die het opneemt tegen Merkel. Dat is Barley’s goed recht, en zelfs haar plicht. Maar wat voor een bizarre persoonlijkheid de gewezen voorzitter van het Europese parlement wel is, bewees Martin Schulz recent toen hij de Juso’s of jongsocialisten in Würzburg, die hij had toegesproken, opriep om zijn naam te scanderen. ‘Jullie kunnen eens roepen! Martin roepen!’, aldus Martin Schulz tot de verbouwereerde jongeren, die uiteindelijk schoorvoetend (en schoorkelend) ingingen op zijn verzoek. Het tafereel werd opgenomen door een medewerker van de Bayerische Rundfunk. Martin Jubel-Schulz doet dus wel een poging om in de schoenen van een ander te gaan staan. Zou het een toeval zijn dat Nikolai Ceaușescu voor schoenlapper in de leer is gegaan?