Deadline

30 juni 2015

Voorlopig einde blog tot vermoedelijk 1 januari, bij leven en welzijn, wegens deadline.

 

Cloacina

29 juni 2015

Drie keer Cloacina. Bij de Duitse reporter en succesauteur Curt Riess (‘Berlin Berlin 1945-1953’) over de Russen die in mei 1945 Berlijn bezetten: heel wat soldaten van het Rode Leger, die uit het diepe oosten komen, weten niet wat een wc is, denken dat het een plek is om voedsel te bewaren, leggen er worst en brood in, zijn verbaasd dat alles verdwijnt als ze doorsassen en gaan een verdieping lager aankloppen om hun proviand weer op te eisen. Waarheid of legende? Leedvermaak? Propaganda? Functioneren de wc’s nog in Berlijn?

Associatie: als Goethe (‘Italienische Reise’, 12 september 1786) aan de huisknecht van zijn herberg in Torbole (Garda-meer) na het eten vraagt waar hij zich kan ontlasten (‘Dove?’), krijgt hij de vriendelijke repliek dat het allemaal niet uitmaakt: ‘Da per tutto, dove vuol!’

Daardoor moest ik ook denken aan Vinicius die in ‘Ik, Claudius’ (Robert Graves) bidt voor een vlotte stoelgang: ‘Laat mijn offer zacht zijn, maar gebonden./ Het worde noch te vlug, noch te langzaam bevonden.’

 

Lust aan ondergang

28 juni 2015

Wat de leiders van de eurozone niet begrijpen: in Griekenland zijn revolutionairen aan de macht, dat wil zeggen mensen die hun ratio in dienst stellen van hun ideologie, waaruit ze hun lustgevoelens puren. Nog meer dan uit hun woorden blijkt het genot uit hun lichaamstaal. Ze genieten van de ondergang, die om te slagen mateloos moet zijn: het neerploffen van de radicale vrucht. Ze genieten van de machteloosheid van de machtigen. Het ligt voor de hand dat de revolutionairen vanuit hun overtuiging regels alleen maar kunnen simuleren. Als het erop aankomt: de enige ware regel is dat er geen is. In de klassenstrijd is misleiding plicht. De nieuwe orde moet uit de chaos ontstaan. Vandaar is het niet eens zeker of het nieuwe Griekse geld door Poetin is gedrukt.

 

Pandora

27 juni 2015

De doos van Pandora. Niet dat ze vol ongelukken zit is het probleem. Het ongeluk is dat ze leeg is.

 

Tartuffe

27 juni 2015

De celliste Sol Gabetta: ‘Maar als de uitvoerder iets te zeggen heeft, kan ook het instrument iets zeggen.’ Het tegendeel is natuurlijk ook waar. Neem nu het theater. Vorig jaar, zelfde tijd, zag ik een afschuwelijke uitvoering van Molières ‘Tartuffe’  (regie Michael Thalheimer) in de Berlijnse Schaubühne. Raaskallen en effectbejag, een opeenhoping van alle gebreken van het regietheater. Zoals zo vaak: door het uit zijn tijd en tekst te halen, wordt een theaterstuk provinciaal, door het erin te laten universeel. Ook Kafka’s ‘Schloss’ is een streekroman. En verder: mensen, zelfs acteurs, hoeven niet de hele tijd te schreeuwen. En verder: ze hebben niet alleen recht op een onderbroek, ze mogen die ook eens dragen.

 

 

We hadden nog moeten lachen, toen we na de aanschaf van ‘Die Berliner Simulation’ op de binnenplaats van antiquariaat ‘Büchertisch’ op de Mehringdamm geconfronteerd werden met een naambord waarop stond dat dit de parkeerplaats van meneer Quälgeist was. Maar even later – toen ik in de metro op de plaats ging zitten van een bebaarde man die volgens zijn T-shirt Bodo heette – sprong ik als door een wesp gestoken op. Zo heet was ik nog nooit gaan zitten, er steeg zelfs een rookpluimpje van de zitplaats op. Hoog tijd voor een ijsje in de Hokey Pokey, lachte E., met de lach van het konijntje dat vers uit de hoed getoverd is.

 

Bloesem

25 juni 2015

Zodra je het ongeluk ziet bloeien, is het malheur al fleur.

 

Altijd opnieuw wil E. weten wat mijn zeven weken op Korfoe me hebben bijgebracht. ‘Niets bijgebracht,’ zeg ik, ‘ maar het was een heilzame breuk, want op Korfoe ben ik zonder schrik verschoten. Het is me vergaan als die paarden in de Camargue, die nooit beslagen worden, die altijd een wilde hoef bewaren, die zwart ter wereld komen en hem wit verlaten, een paard dat, tegen de spelregels in, van het donkere naar het lichte veld verspringt.’ En in mezelf denk ik: ik moet maar weer eens in Saintes-Maries-de-la-Mer in het licht gaan draven.

 

Droom

23 juni 2015

In hondsdagen gelauwerd door bijtende vorst.

 

Reepjes en lapjes

22 juni 2015

Kafka verwaarloost zijn dagboek (en zelfs het schrijven) als hij gelukkig is, als hij met een vrouw een relatie heeft die hem van de afgrond redt. Maar hij vernietigt de relatie omdat ze zijn schrijfpotentie bedreigt. Die contradictie bepaalt zijn leven. Maar hoe valt dit te rijmen? Schrijven is een duurzame trance, waartegen de belofte of het vooruitzicht van seks – laat staan de onuitstaanbare regelmaat van seks – niet opgewassen is. Kafka kiest het zekere voor het onzekere. Hij kiest voor wat hij het best kan en wat hem het duurzaamst bevredigt. Voor de rest is hij niet kieskeurig in impulsieve, vrijblijvende seks. Je zou denken dat zijn in dit opzicht succesvolle wandelingen alleen daarop gericht zijn: struinen om zijn onrust seksueel te dempen. Soms ontstaat er zoiets als een constellatie die vanuit zijn schrijversstandpunt rendabeler is: Felice Bauer niet als liefdesobject (in het beste geval als ingebeeld liefdesvoorwerp), maar als een levend scherm waarop hij, corresponderend, vanuit de verte (van Praag naar Berlijn) zijn innerlijk leven projecteert. Hij begeert haar niet, hij vilt haar om op haar in stukken gesneden huid te kunnen krabbelen en stuurt de beschreven reepjes en lapjes gedroogd, lamenterend en per kerende post naar de rechtmatige eigenares terug.