Beeld van een ongeluk

31 augustus 2014

Roerloos in het bos. Maar de takken blijven je in het gezicht slaan.

 

Advertenties

Bleu

30 augustus 2014

Mijn geluk en mijn ongeluk zijn beiden blauw. Het ene is het van nature, het andere omdat ik er de vroedvrouw van ben. Misschien heeft het niet genoeg lucht gekregen, het is blind en doof en van het gestorte bloed blauw tot in zijn vingernagels. Toch ransel ik het af, en als het niet meer bont is, is het nog altijd blauw. Ik noem het bij zijn bijnaam mijn malheur, maar het scheldt me uit voor bleu.

 

Ongeluk

29 augustus 2014

Mijn ongeluk is met de helm geboren.

 

Narrenschip in Friedenau

27 augustus 2014

A. noem ik Dr. Sonne, omdat hij, net zoals Avraham Ben Yitzhak in Canetti’s Ogenspel, alles weet, alles gelezen heeft, elk muziekstuk kent, alle muziekinstrumenten heeft bespeeld, en omdat hij – ein Gebildeter – een  vrouwenkenner is, een branche waarin hij me adviseert, zoals hij me ook in de letteren wegwijs maakt, zodat ik nu zeker wel Anton Reiser van Karl Philipp Moritz lees. Hij heeft Samuel Beckett nog ontmoet en is een en al leergierigheid. A. is 67, connaisseur en grandseigneur. Als de rijzige dienster van 18 strak langs hem heen loopt, zucht hij vertwijfeld, maar niet zonder ironie: ‘Ze heeft me geen blik waardig gekeurd.’ En dan bestelt hij ijs. M. is psychoanalytica en vertelt me uit haar leven. Omdat ze geen tijd heeft om te lezen luistert ze naar vertellingen op cd, onlangs Jahrestage van Uwe Johnson, nu Ulysses van Joyce. Ze is een vrolijke vrouw, die twee dingen tegelijk kan doen, iets waarin de mannen falen, zegt ze met een glimlach die maakt dat ik haar geloof. S. is in 1968 uit Tsjechië naar Berlijn gekomen, hij is een cineast wiens droom – een film over Kant – niet is uitgekomen. Zijn informatie is niet altijd even betrouwbaar, want hij probeert me wijs te maken dat Leopold II in Congo eigenhandig foto’s heeft gemaakt en dat Conrads Hart der Duisternis zich in Vietnam afspeelt. G. schrijft zijn biografieën en romans eerst in het Frans, Engels en Italiaans om ze dan in het Duits te vertalen, maar zijn manuscripten blijven onuitgegeven. Hij geeft een tijdschrift uit. En dan is er E., even goudblond als de Victoria op de Siegessäule, die met haar amandelogen de woorden uit mijn mond eet en me doet rillen als ze haar hand op de mijne legt. Ook is er de dame van wie ik de naam wel nooit zal kennen, maar die me altijd Der Tagesspiegel overhandigt omdat ze weet dat ik die krant graag als eerste lees. Al die mensen maken deel uit van het podium dat het terras van het S-Café in Friedenau is, waarop een stuk wordt opgevoerd dat zo lang de zon schijnt duurt. En die blijft maar schijnen in Berlijn en Brandenburg: DDR-weer noem ik het, Pools weer zegt A., weer dat tussen Elbe en Oder heerst, droog, zonnig, verstandig weer, weer dat weet wat mensen nodig hebben. Een leerschool is het S-Café, soms der liefde, soms gewoon een school waar de bel nooit gaat. Alles sprankelt, is wijsheid en schoonheid in die aula, waar de linde zich in een zalig groen heeft gehuld en waar het grote huis uit de Gründerzeit aan de overkant als een machtig schip ligt aangedokt, een narrenschip dat zijn loopplank al heeft uitgegooid voor de hele kwettercompagnie.

 

Van Gogh

25 augustus 2014

Natuurlijk sneed van Gogh zijn oor af. Had hij zijn oog moeten uitrukken misschien?

 

Schurken etc.

24 augustus 2014

Ik ga liever om met schurken dan met gefrustreerden. De gefrustreerden zijn er immers van overtuigd dat de bron van hun frustratie hun het recht geeft om hun misdaden te begaan. Ze berekenen. Ze gebruiken. Ze lopen nooit strafrechtelijke risico’s. Ze vinden er plezier in anderen te beschadigen omdat ze zelf beschadigd zijn. Ze schitteren in hun vermoorde onschuldrol en dragen onder hun schmink de sporen van het witsel waarmee ze hun graf hebben gekalkt.

 

Hoop

23 augustus 2014

Soms heb ik alle hoop verloren. Is ze er dan niet? Dan heb ik de neiging om, Kafka parafraserend, te zeggen: toch, ze is er, maar niet voor ons. Niet voor mij? Wat rest er dan voor de hopeloze? Welk werk, in de hoop dat er hoop uit ontstaat?

 

Relatie

23 augustus 2014

Een relatie is een onderzoek naar elkaars conditioneringen.

 

Stof

19 augustus 2014

Stof is goddelijk. Het was er altijd. Het is onuitroeibaar. We zijn eruit ontstaan en zullen erin vergaan. Dat het stof ondanks zijn alomtegenwoordigheid geen beroep op gelovigen doet, maakt het ook voor ongelovigen respectabel. De gelovigen zouden het moeten aanbidden, omdat het stof ook daar is waar ze hun god liever niet willen zien. Het stof zou wel eens de stof kunnen zijn.

 

Aforist

16 augustus 2014

Een aforist is iemand die het in meer woorden niet gezegd krijgt.