T4

21 mei 2013

Gropius-Bau. Anish Kapoor. ‘The Organ’ is een installatie die bestaat uit twee delen, van elkaar gescheiden door een grote rechthoekige witte wand. Aan de ene kant, boven ooghoogte, niets anders dan een onooglijke zwarte cirkel. Maar is het een cirkel, of is het een gat? Het is een gat. Aan de andere kant van de wand: een enorme machine, uitgerust met een oprijzende buis waarvan de mond precies past op het zwarte gat aan de andere kant. Misschien een verwarmingsinstallatie, misschien een stroomgenerator (ik vond een merk met de naam Kipor), misschien een gasverdeler. Unheimich. Waarom? Door de wanverhouding. Door het verrassingseffect: omdat een gigantische machine, verborgen achter de witte onschuld van een muur, uitmondt in een op het eerste gezicht zo onschuldig gat, niet groter dan de ingang van een muizenhol. Plato’s grot, teruggekeerd als een moderne installatie, in al haar facetten in beeld gebracht. En de twijfel of je werkelijk alles hebt gezien als je meent dat je alles in ogenschouw genomen hebt. Is de dreiging bezworen, of is er nog iets wat aan je aandacht ontsnapt, iets wat de dreiging wegneemt, of ze juist vergroot? Is er nog iets te zien achter wat je hebt gezien?

T4. Tiergarten 4. Onmogelijk het voorplein van de Philharmonie, niet eens zo ver verwijderd van de Kapoors installatie in de Stresemann Strasse, niet te associëren met ‘The Organ’. Hier werkten – ja zeker, ze waren aan het werk – de doders van het Duizendjarig Rijk.

T4. Een bescheiden, kleine maar goed doordachte tentoonstelling, buiten, achter een bushokje, als bushokje geconcipieerd, zeker toepasselijk, want de slachtoffers werden in de beruchte ‘grijze bussen’ gedeporteerd. Foto’s en documenten. Het leven van Anna Lehnkering, 1915-1940. Anna, ‘erbminderwertig’, werd in de gaskamer gedood door de geleerde mannen (en vrouwen) van wie de namen hier zijn geafficheerd. Ze kreeg wat de moordenaars de ‘Gnadentod’ noemden. Anna behoorde immers tot de groep van de ‘unnütze Esser’. Anna Lehkering werd vermoord in de doodsfabriek van Grafeneck, die in januari 1940 in bedrijf genomen werd. De T4-actie was genoemd naar de villa in Tiergarten 4, de locatie waar de psychiaters en dokters werkten die hun patiënten vergezelden naar de plaatsen waar ze werden terechtgesteld. De dokters en psychiaters draaiden eigenhandig de gaskraan open. Anna is een van de 70.000 slachtoffers van de actie, die begon met het doden van psychiatriepatiëntjes in dertig zogenaamde ‘Kinderfachabteilungen’. Alles samen werden bij de 300.000 mensen vermoord door de uitvoerders van Hitlers eugeneticaprogram.

De villa T4, ook al roofgoed, werd in 1945 tot ruïne gebombardeerd en snel afgebroken door de Berlijnse stadsmagistratuur, zodat ze geen gevaar meer opleverde. Sindsdien bestond de plaats niet meer. Zou architect Hans Scharoun een vermoeden hebben gehad van de plek waar hij zijn Philharmonie neerpootte? Onwaarschijnlijk. De Philharmonie staat precies op het terrein waar de moordvilla T4 heeft gestaan. Bitter: de Philharmonie staat in de Herbert-von-Karajanstrasse nummer 1. Von Karajan: al op 8 april 1933 toegetreden tot de NSDAP, lieveling van maarschalk Goering, in 1944 dirigent op Hitlers verjaardag in het Parijse Théâtre des Champs-Elysées. De slachtoffers hebben langer moeten wachten – tot 1989 – voor ze op dezelfde plek een plaat kregen waarop aan hun bestaan herinnerd wordt.

Überhaupt. Architecten die megaprojecten ontwerpen zouden zich altijd moeten informeren over de plaatsen waar hun plannen worden gerealiseerd. Scharoun is het prototype van een architect die aan urbanicide heeft gedaan. Zijn Staatsbibliotheek, tegenover de Philharmonie, plofte hij dwars over de Alte Potsdamer Strasse neer, alsof hij aan het adres van Walter Ulbricht, de bouwer van de Berlijnse Muur, wilde signaleren: wat u kunt, kan ik ook. Architectuur als blokkade, de Staatsbibliotheek als de expressie van een megalomaan voor wie de stad niets anders is dan buit. Scharoun, Speer, Von Karajan. Een pot nat.

In een brief op privébriefpapier gaf Hitler op 1 september 1939 de opdracht artsen te benoemen die de ‘Gnadentod’ aan ongeneeslijk zieken moesten geven. Een bevestiging dat de oorlog, die op dezelfde dag tegen Polen begon, voor Hitler alleen maar een denkmantel was om ongehinderd te kunnen moorden, bloed dat in bloed vergoten wordt.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: