Een vogel voor Marianne

30 mei 2013

‘Draai je nek eens een beetje, langzaam,’ zei Marianne bij haar thuiskomst tegen haar man. Vlak daarna haalde ze haar schouders op en zei dat het al niet meer hoefde. Ze had genoeg gezien. Nog meer dan op haar man was ze kwaad op zichzelf omdat ze het niet eerder had gemerkt. ‘Kijk me niet meer aan,’ zei ze tegen haar man, die geschrokken was teruggevallen in de zetel waarin hij altijd zat. ‘Kijk me niet meer aan,’ had ze nog eens gezegd, gewoon omdat de waarheid nu plots helemaal tot haar was doorgedrongen. Haar vriendin had gelijk. Haar man was een vogel. Die dertig jaar dat ze met hem samen was, had ze daar nooit iets van gemerkt. Ze was met een vogel getrouwd. Het was om de muren op te lopen.
Marianne liep naar de badkamer. Ze probeerde de film van haar huwelijksleven af te draaien. Maar er was niets opmerkelijks. Ze had nooit iets verdachts aan haar man gemerkt. Ze waren altijd een goed echtpaar geweest, ze hadden geen kinderen en zelfs geen huisdieren gehad en niets wees erop dat in die situatie ooit verandering zou komen. Ze waren nooit samen naar de zoo geweest en nooit had haar man erop aangedrongen om dat te doen. Ze kon zich niet herinneren dat er ooit een kooi is huis was geweest of dat haar man ooit gefloten had, zelfs niet in het begin naar haar, toen het nog de moeite loonde. En toch was het waar dat hij een vogel was, al kon Marianne niet uitleggen hoe of waar, misschien niet in het geheel, maar in de afzonderlijke delen.
Juist daarom, dacht Marianne. Een betere vermomming is niet denkbaar. Ze haalde de handdoek waarin haar man zijn nagels knipte uit de wasmand, maar vond daarin geen sporen. Ze haastte zich naar de keuken, maar vond in de kast geen zaad dat haar vermoeden voedsel gaf. Toen Marianne de woonkamer betrad, zat haar man nog altijd stokstijf in de zetel, de handen om de leuningen gekromd. Er parelde wat zweet op zijn voorhoofd, merkte Marianne, die zich afvroeg hoe dat nu kon.
Marianne wist niet hoe ze het moest aanpakken. Plots trok ze weer haar mantelpakje aan en spoedde zich naar de fopshop, alsof ze vleugels had. Precies één euro dertig gaf ze uit. Daarna haastte ze zich weer naar huis, maakte het papier van het minuscule pakje los, opende de la van het nachtkastje waarin haar man zijn bedlectuur bewaarde, deponeerde daar iets wat zilverachtig glansde, spoedde zich weer naar de woonkamer en bleef daar zo lang naast haar man zitten tot die aanstalten maakte om naar bed te gaan. Marianne bleef zitten waar ze zat.
Ze hoorde hem plassen, hij poetste zijn tanden zoals altijd. Ze hoorde hem de slaapkamer binnengaan. Het bed kraakte. Ze hoorde hoe hij de la van het nachtkastje opentrok. Vlak daarna snerpte de politiefluit door het hele huis.

 

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: