Doderer. Twee comparatieven in één naam. Doderst kan (het) niet.

 

Advertenties

Wumba Wumba

30 augustus 2016

Iemand moet eens de conclusies trekken uit de uiteenlopende kledingstijl van de flamboyante joodse kosmopoliet Else Lasker-Schüler en de op een piek met de vreselijke naam Todtnauberg verdwaalde troglodiet Martin Heidegger. Onlangs zag ik een foto van Heidegger met kaboutermuts, in 1966 in zijn koboldige Todtnauberger hut gemaakt door de fotografe Digne Meller Marcovicz (wier halfzus door Hitler in Plötzensee werd vermoord): de dwerg vergiftigd door eigen kitsch, alle gemeenheid verzameld in de spits van muts en neus, gemeen van top tot teen.
Zijn pak – zijn existentiële kostuum – had hij laten maken door de vermaarde Grimm-illustrator Otto Ubbelohde. Het hele verdorven Duitsland zit in dat Heideggerpak, het kostuum van de man die in 1930 door zijn studenten met een fakkeltocht wordt geëerd omdat hij het aanbod van een professoraat in Berlijn verwerpt. Hij voelt zich alleen maar thuis in de provincie. De grootstad heeft hij altijd al gehaat, wat nog zijn onschuldigste verwantschap met de nazi’s is. Dat was in 1918 al zo, toen hij als militair meteoroloog in de Berlijnse Friedrichstraβe op de vlucht sloeg voor de ‘gemeenste en geraffineerdste seksualiteit’, wat hem tot de conclusie noopte dat een gezondmaking van de jeugd alleen nog mogelijk was door een ‘bodenständige Kultur an den Provinzuniversitäten’.
Het is onmogelijk je Heidegger voor te stellen als een man die zichzelf een vrouwennaam geeft, en daarmee is hij inderdaad de tegenpool van de joodse dichteres Else Lasker-Schüler, die zichzelf ook de prins van Thebe, Jussuf en Tino van Bagdad noemt en die zich in november 1932 nog een laatste keer voor de catastrofe laat vieren als ze in Hotel Sachsenhof in de Motzstraβe de Kleistprijs in ontvangst neemt. Ze rinkelt in het metaal dat ze overal aan haar lichaam draagt, gaat gekleed in de onmogelijkste jurken, maar uiteindelijk toch het liefst in pantalon, het kledingstuk dat ook Asta Nielsen, de koningin van de stomme film, in de rol van Hamlet draagt.
Een paar maanden later zit Else Lasker-Schüler al in het Zürichse café Odeon in de kring van Duitse ballingen, hand in hand, Wumba Wumba te scanderen in de ijdele hoop om zo in Berlijn Hitler te exorciseren, terwijl de gerugzakte Heidegger op de vraag van Karl Jaspers hoe een primitief als Hitler een land kan leiden antwoordt: ‘Sehen Sie nur seine wunderbaren Hände an!’

 

Staart

29 augustus 2016

Die y in Heideggers Seyn is toch niets anders dan een staart die een hoofdletter vergiftigt (of een angel in het leven zelf).

 

Die hab ich satt?

28 augustus 2016

De zon zat gisteren al wat lager toen ze me, fietsend, onder vuur nam vanuit haar verbrijzelde heup, dat wil zeggen vanachter de eindeloze rij spijlen die de afsluiting vormen van de Botanische Garten. Ze scheurde me Unter den Eichen in ontelbare, gelijkmatige reepjes lichtend spek. Bij die hitte dacht ik met wellust aan ‘die kalten Frauen, die mich streicheln in dieser durchgerissnen Stadt’. Die hab ich satt?

(Citaat Wolf Biermann, ‘Die hab ich satt!’, 1966, uit ‘Berlin, du deutsche Frau’)

 

Vijftig jaar geleden werden vrouwen beboet omdat ze naakt op het strand lagen, nu als ze dat gekleed doen. Als de autoriteiten de boerkini willen verbieden, waarom maken ze dan geen jacht op de bedrijven die hem maken en verkopen? Op Aquasel, de onlineshop, of op de Turkse fabrikant Hasema, die de modellen Gardenya (ook haarbedekkend, 98,80 euro) en Acelya (korter van stof, 79,90 euro) maakt? Maar ook westerse ondernemingen scheppen geld met moslimkleding. Tommy Hilfiger (VS), Zara (Spanje) en Mango (Catalonië) hebben een Ramadancollectie voor hun Arabische klanten op de markt gebracht. In reclamespots maakt de Zweedse keten H&M reclame voor de hijabi, de hoofddoek. Voor luxehoofddoeken werft Dolce & Gabbana (Italië), en de keten Marks & Spencer (Groot-Brittannië) brengt boerkini’s met bloemetjesmotieven op de markt. De Hijabi Stores schieten in Europa als paddenstoelen uit de grond. Waarom zijn de autoriteiten zo vlijtig op het strand en ondernemen ze niets tegen de westerse bedrijven die aan de verkoop van mobiele vrouwenkooien geld verdienen? Waarom worden ze door hun aandeelhouders niet geboycot? En wat het strand betreft: moeten ook kleuters, peuters en zuigelingen van elk geslacht in naam van de Europese waarden in de brandende zon worden gebraden? Maar als ze geen beschermende kleding mogen dragen, mogen ze dan nog door hun ouders gefotografeerd worden? Vliegen die dan niet als pedofielen in de bak, als ze de kiekjes van hun geroosterd kroost op Facebook posten?

 

Het monster

26 augustus 2016

Nu is het monster wellicht fit genoeg om zijn hok te verlaten. Het scharrelt op 413 pootjes, de voetnoten. Het is nog wat onwennig in zijn gelede bestaan van halve, nieuwsoortige duizendpoot met schild, spitsneus en facettenoog. Het kruipt, graaft, vliegt. Het heet ‘Berlijn – Leven in een gespleten stad’ en is hel, vagevuur en hemel, het heeft mijn wereld verslonden en weer uitgespuugd, een duel tussen Woland en Moby Dick. Alle duivels nog aan toe, geef mij nu wodka en dorade op een terras aan de rand van de Viktoria Luise Platz, bij het ruisen van fonteinen onder de pergola van de Ribaltone. En dan, later op de dag, duiken en zand zuigen op de bodem van de Havel.