Geld

30 september 2014

‘Zou je graag eens in het geld zwemmen,’ vraagt E.

‘Als het maar niet liquide is,’ antwoord ik.

 

Advertenties

Teken

28 september 2014

‘Geef je een teken als je klaar bent,’ zegt E.

‘Ja, een aanhalingsteken,’ zeg ik.

 

Ode an die Vorfreude

27 september 2014

Op de ‘voorvreugde’, zei ik, toen E. me vroeg waarop ik me het meest verheugde. ‘Ze te moeten missen, ze te moeten verliezen, ervan beroofd te worden, is misschien het ergste wat een mens kan overkomen,’ zei ik, eraan toevoegend dat ik nooit een ‘Ode an die Freude’, wel een ‘Ode an die Vorfreude’ zou schrijven, en dat ik een hekel had aan het woord ‘plezier’, aan de ondiepte van dat woord, terwijl de vreugde geoogst kan worden omdat ze de volle vrucht van de voorvreugde is.

 

Gras

24 september 2014

Wat bedoel je toch met ‘het gras is paars’, vroeg E.

Dat het van pijn niet kan groeien, antwoordde ik.

 

 

Afscheid

23 september 2014

Wie geen afscheid kan nemen, kan maar beter gaan.

 

Wondgeschuurd aan de korrelige tederheid van Bach.

 

Hel

20 september 2014

De hel bestaat uit het ontbreken van elke metaforiek. Ze is te leeg voor een beeld.

 

Schots (en scheef) orakel

19 september 2014

E. denkt dat ik in mijn nopjes ben met het Schotse ‘no’, wat ze afleidt uit de geneugte die ik puur uit mijn ijzige Cameron Brig. En omdat mijn oog in die kamer in het Millennium Hotel in Glasgow op een schilderij valt waarop Delfi is afgebeeld mompel ik afwezig boven mijn Davidoff: ‘Balmoraliseer me niet.’

 

RUK

14 september 2014

Het is nog een heel eind naar de oostkust, het hoofd nog vol van de koelte van Loch Lochy en de neusgaten vol stofdeeltjes uit de hoofdkussens van het al te sjofele Aonach Mor Hotel in Spean Bridge.

Omdat ze onderweg een artikel over de verjaardag van de nu 80-jarige Sophia Loren leest, tatert E. me het hoofd vol over oudere mannen die hun geluk bij veel jongere vrouwen hebben gezocht en gevonden. Ze zegt dat ze zich geen gelukkiger paar kan voorstellen dan Sophia en de ooit 22 jaar oudere Carlo Ponti, dat het leeftijdsverschil nooit een rol speelt als de man maar ouder is.

En alsof ik op het punt had gestaan om iets te zeggen, snoert ze me de mond met een reeks andere stellen waarin de man een twijfelachtige leidersrol speelt op de snelste weg naar het graf.

‘Er zijn tegenvoorbeelden,’ zucht ik vertwijfeld, terwijl ik geen half oog voor het landschap heb en me hardop afvraag of we ooit nog terugkeren naar het UK, dat volgend weekend misschien al het RUK (‘Residual United Kingdom’) zal zijn.

En met een zware voet vertel ik E. dat de 60-jarige Alex Salmond, Schots premier en separatist, al 33 jaar met Moria, de dochter van een garagist, is getrouwd, dat ze zeventien jaar ouder is en dat hij haar heeft opgesloten in een oude molen in het vreselijk dorp Strichen, duizend inboorlingen, even ten noorden van Aberdeen.

‘Die molen wil ik zien,’ kraait E., alsof dat geluid niet voor de haantjes is.

Waarom ook niet? Ja, zo’n molen, die komt me wel van pas, maalt het in mijn Don Quichot-achtige hersenen, terwijl ik een tedere blik op Dulcinea werp.

 

Nachtegaal

12 september 2014

E. vraagt me welk genre ik het liefst beoefen. Het gaat niet om het genre, niet om ‘liever’ of ‘liefst’, zeg ik, het gaat om het subliem bezweren. Maar we zijn gedoemd om te mislukken, want helaas trekken we – als we denken dat we het meesterschap hebben bereikt – met onze zang vriend én vijand aan, en zijn we zo ijdel, dat we, als onze vijand ons looft, de ogen sluiten voor het mes dat hij achter zijn rug verbergt om het in de onze te planten. Was ik maar – zeg ik tegen E. – een nachtegaal, de minst naïeve en de meest geurloze onder de vogels. Terwijl hij met zijn zang zijn vrienden aantrekt, jaagt hij met zijn toon zijn vijanden op de vlucht.