Gebroken wit

31 december 2018

Op de Breslauer Platz, aan de bushalte. Een man steekt de straat over. De veter van zijn linkerschoen is losgekomen, in hun achterstand voorspellen de nestels – outsiders tegen wil en dank – niets goeds. De man draagt een kind in een geriemde zak op zijn borst. Hij plaatst zijn voet op een bankje en buigt voorover, maar veert recht als het kind met het hoofd naar beneden, achterwaarts, uit het tuig dreigt te glijden. De man heeft geen ervaring in wat hij doet. Hij tilt het kind uit zijn buidel, plaatst het op de bank, gaat ernaast zitten, legt zijn linkerbeen over zijn rechter en strikt zijn veter, terwijl hij het wankelende kind geen seconde uit het oog verliest. Als dat maar goed afloopt! Maar daar komt mijn bus al aan en ik stap in de gele muur die me met een zuinige geeuw opslokt. Ik had nog langer toegekeken als ik had gekund. Wat ik nog net zie: de man draagt een gebreide, witte muts, gebroken wit (maar niet van het vallen), het kind een – ook niet van een smak – bloedrode pinnemuts. Maar bij gebrek aan een pointe hoef je nog geen steek door je hart te voelen.

 

Advertenties

The Bright

30 december 2018

Soms speelt een individuele ramp in het voordeel van het algemeen belang, soms komt een collectieve catastrofe een enkeling goed uit. Ik herinner aan de Duitser in ‘Gunzenhausen’ die zich verheugt over de implosie van het ‘Derde Rijk’ omdat die hem ontslaat van een belastingtoeslag. In de korte roman ‘Leben im Winter’ (1980) van Klaus Schlesinger, die zich afspeelt in het Oost-Berlijn kort na de bouw van de Muur, gaapt op het plein tegenover het huis van Martha een leegte. Door een geallieerd bombardement zijn de huizen er in de oorlog weggemaaid. ‘Op een keer, toen ze tijdens de zondagse koffieklets in de erkerkamer zaten, had Martha gezegd: kijk, er was toch ook nog iets goeds aan de oorlog, anders hadden we nu niet de hele namiddag zon gehad.’

 

Kort verhaal

29 december 2018

‘Zeker weer te veel gezopen,’ zei het spiraaltje tegen het condoom in de goot.

 

Neurose

28 december 2018

Schrijven: bezweren van de dood. Een zonderlinge remedie voor iemand die nauwelijks deelneemt aan het leven.

 

Onlangs las ik bij Richard Cohen (‘How to write like Tolstoy’) dat Iris Murdoch in ‘The Paris Review’ seks eens als een gecompliceerde, subtiele, alomtegenwoordige, mysterieuze, gevarieerde zaak heeft omschreven. Ze besloot met ‘Sex is everywhere’. En ik probeer die woorden te rijmen met Murdochs seksuele lijdzaamheid zoals Elias Canetti (‘Haar gezicht was Vlaams, zoals op een vroeg schilderij van Memling’) die in ‘Party tijdens de Blitz’ beschrijft: Murdoch die zich voor de coïtus uit kleren wringt ‘die in de verste verte niet met liefde te maken hadden, wollig, lelijk’, een vrouw van wie hij zegt dat ze amper merkte dat hij bij haar binnendrong (‘misschien had ik eerder iets gevoeld als ze zich een beetje verzet had’): ‘Het enige wat ik merkte was dat haar ogen donker kleurden en haar Vlaams roodachtige huid nog iets roder werd.’ Een afrekening? ‘Na deze opsomming of vermelding van niet erg aantrekkelijke eigenschappen is het niet meer dan billijk om te zeggen dat Iris degenen die ze van hun geest beroofde op haar manier erg dankbaar was en ook na jaren niemand vergat die ooit iets voor haar had betekend.’ Een faire, evenwichtige, tolstojaanse benadering dus. Hoewel: ‘Ze droeg reusachtige sandalen, die haar grote platvoeten nog eens extra accentueerden.’

 

Mozaïek

26 december 2018

Ik hoorde gisteren de paus voor diversiteit pleiten. Hoe meer kleurige steentjes, des te mooier het mozaïek, zei hij. Een groot dichter is aan zijne heiligheid voorwaar ook niet verloren gegaan.

 

Vergelding

25 december 2018

Ik verklap nog een (laatste) geheimpje. In ‘Gunzenhausen’ heeft Salinger een vriend die Keeman heet, een duvelstoejager. In werkelijkheid had Salinger helemaal geen vriend met die naam. Hij was wel bevriend met een man die Kleeman heette. Omdat die mijn pad kruiste op een moment dat ik een redelijk goed vermomde deus ex machina nodig had om me uit een benarde situatie te redden, besloot ik de letter ‘l’ in Kleeman te schrappen, een verlies dat winst betekende, want na die operatie beschikte ik in Keeman akoestisch over een ‘sleutelman’ die alle deuren voor me opende.

Zelfs Nabokov geeft soms een toelichting bij een naam van een personage, zij het niet van harte. (‘Ik weet dat ik mensen die juweeltjes niet zou moeten uitleggen,’ schrijft hij in ‘Geheugen, spreek’.) Als beginnend vlinderjager moest Nabokov op een dag teleurgesteld constateren dat zijn vangst van de Plusia excelsa geen grote ontdekking was. De lepidopteroloog Bruno Kretschmar bleek die mot immers al in 1862 als de Autographa excelsa te hebben beschreven. Later revancheerde Nabokov zich op Kretschmar door diens naam te geven aan een personage dat hij in zijn roman ‘Camera obscura’ blind had gemaakt. Wat meteen de vraag doet rijzen: mag een auteur in een werk van de verbeelding wraak nemen op bestaande personen? Voor mijn part wel, op voorwaarde dat die vergelding zo goed is verwoord dat het lage motief van de auteur erbij verbleekt. Want uit die vereffening verrijst dan toch weer iets groots wat die wraak in de schaduw stelt.

 

Opdoemen in de sneeuw

24 december 2018

In ‘De gave’ laat Nabokov in de sneeuw een vage gele vlek opdoemen: een tram. In ‘Dieven’ laat Tsjechov een troebele rode vlek opdoemen, ook in de sneeuw: een huisje. En in ‘De kapiteinsdochter’ laat Poesjkin Pjotr Andrejewitsj Grinjow in een sneeuwstorm roepen: ‘Wat is dat voor zwarts daar in de verte?’ Het is een mens.

 

O-benen op de Krim

23 december 2018

Nu het jaar bijna om is, is dit mijn laatste kans om eraan te herinneren dat precies honderd jaar geleden Vladimir Nabokov door een bolsjewistische schildwacht met o-benen op de Krim werd gearresteerd omdat hij ervan verdacht werd met zijn vlindernet naar een Brits oorlogsschip op de Zwarte Zee te seinen. Ik vraag me af waarom Nabokov die o-benen moest vermelden. Misschien wegens een catocala adultera die door die hoepel de vrijheid tegemoet fladderde?

 

ваше здоровье

22 december 2018

Het bevel tot de militaire aftocht uit Syrië en Afghanistan (en het ontslag van James Mattis in de nasleep ervan) is een boodschap van Trump aan Moskou: ‘Pak heel Europa maar.’ Omdat ik geen zin heb Poetins hand te schudden, wordt het tijd om mijn tabletjes bij de apotheker in te slaan. Maar als ik de frons in diens voorhoofd correct ontcijfer, lees ik daarin: ‘Waarom geen slok novitsjok?’