NVA

29 december 2010

NVA-aanhangers hebben allen iets komisch omdat de partij bestaat uit kleinburgers die terugschrikken voor hun eigen rebellie. Behalve van Vlaanderen liggen ze immers ook wakker van spaarboekjes, beursberichten en tweede auto’s die evenzeer moeten worden afbetaald als de ruime garages waarin ze staan, de huizen met hun wafelbakgeur die eraan palen en de gronden waarop dat allemaal is neergepoot.

Vandaar dat de rebellie van een Bart De Wever, die de belichaming is van al die Vlaamse kleinburgerlijkheid, in al haar gematigdheid Belgisch is. Een politicus van zijn type beantwoordt perfect aan de omschrijving die Lenin gaf van de Duitse rebel: hij koopt eerst een perronkaartje voor hij het station bestormt.

Schelp

29 december 2010

In de literatuur kunnen mensen en dingen tegelijk groot en klein zijn: na de storm trok de zee zich terug in haar schelp.

Netwerken zijn generatiegebonden broeihaarden van opportunisme die voortdurend het serieuze kunstenaarswerk bedreigen. Netwerken zijn ruilbeurzen van dubieuze lofbetuigingen.

Naarmate je ouder wordt, worden de mazen van het krimpende netwerk almaar groter, tot alleen het gat overblijft. Je valt door het net als door een mand (vooral als je niet tegenspartelt). De degelijkheid van het netwerk is een kortstondige begoocheling (zoals verworven ouderdom ook geen waarborg is dat het leven lang heeft geduurd).

Daarom is het beter om je energie niet in een netwerk te stoppen, maar in de duurzaamheid van het ware werk (en de ware vriendschap) en te vertrouwen op het oordeel van de generatie die komt, of die er – haast ongemerkt – al is.

Integratie

27 december 2010

Nergens in de grondwet staat dat vreemdelingen zich moeten integreren, laat staan assimileren. Die discussie wordt dus van meet af aan verkeerd gevoerd. Nergens in de grondwet staat dat vreemdelingen zich moeten aanpassen aan wat zo graag de leidende cultuur wordt genoemd, een term die uiteraard niet voorkomt in de constitutie, want de grondwet is juist restrictief ten opzichte van zulke veralgemenende appels. Je kunt niemand verplichten christen te worden, want zo’n eis zou indruisen tegen de godsdienstvrijheid. Ik heb de indruk dat sommigen van deze evidentie gruwen.

Daarmee wil ik niet zeggen dat vreemdelingen zich niet mogen integreren, of dat het niet wenselijk of redelijk is dat ze ook de taal van de meerderheid leren. Maar juist de nationalistische uitgangspunten beletten dat het echte debat wordt gevoerd.

In België zijn we allemaal het slachtoffer van het integratieve beleid dat het gevolg van de taalwetten is. Ze zouden overal afgeschaft moeten worden, alleen al omdat ze indruisen tegen het gezond verstand, en uiteraard tegen de moderniteit, die honderd jaar geleden meer een realiteit was dan nu.

In het begin van de twintigste eeuw leefde in Praag een gezin dat Kafka heette en dat niet helemaal onbekend is omdat een van de leden de nu bekende schrijver Franz Kafka was. Het werkte de gezinsleden op de zenuwen als iemand alleen maar Tsjechisch in de huiskring sprak. Niet dat de Kafka’s tegen het Tsjechisch waren, maar thuis waren ze het gewoon Duits en Tsjechisch spontaan door elkaar te spreken.

Een vraag in het Tsjechisch werd vaak in het Duits beantwoord en omgekeerd, vloeiend werd van de ene op de andere taal overgeschakeld, ‘zonder echter de talen binnen dezelfde zin te mengen,’ aldus Alena Wagnerová in haar boekje ‘Die Familie Kafka aus Prag’.

De Tsjechische nationalisten duwden kort daarop de taalgebruikers in taalgroepen, waardoor de kleine Joodse groep, die doorgaans de twee talen sprak,  nog kwetsbaarder werd dan daarvoor.

Voor de Tweede Wereldoorlog, voor Hitlers machtsovername, waren er in de Duitstalige gebieden heel wat antisemitische hotels die met hun afkeer van Joden propaganda maakten. Wie zich als Jood probeerde aan te passen of zijn Joods-zijn zonder succes probeerde te verbergen, mocht al blij zijn als hij in die hotels of op de aanpalende stranden alleen maar voor parvenu werd uitgemaakt en niet het voorwerp van nog meer agressie werd.

Zelfs Duitstalige Joden die zich op een kruiperige manier distantieerden van de overal verachte Oost-Joden hoefden niet te rekenen op de sympathie van de Duitse antisemieten, wel integendeel (zie ‘Unser Hotel ist judenfrei’ van Frank Bajohr).

Ik vind het altijd verdacht als de pleitbezorgers van de zogenaamde leidende cultuur een beroep doen op het christelijk-Joodse erfdeel om gelijk te halen. Er is in het verleden iets gebeurd wat die integratieve roep verdacht maakt.

Het appel aan het adres van de vreemdelingen om zich te integreren zou wel eens het voorwendsel kunnen zijn waarachter de roepers zich verbergen om niet duidelijk te hoeven zeggen dat zo’n integratie wel het laatste is wat ze wensen.

De Kafka’s waren taalkundig en cultureel perfect geïntegreerd in het Boheemse web. Met hun kennis van het Duits hadden ze in om het even welk Duitstalig gebied ingeplant kunnen worden zonder dat ze daarvoor een inspanning hadden hoeven te leveren. Dat belette niet dat Elli, Valli en Ottla, de drie zusters van Franz Kafka, allemaal in Duitse vernietigingskampen werden vermoord.

Eik

26 december 2010

In het centrum van Zehlendorf staat een eik. Hij is van 1871. Veertig jaar geleden zou ik hem oud gevonden hebben.

Notities

24 december 2010

Op het Boheemse platteland slachtten de Joodse slagers ook varkens voor de christelijke boeren. Ze deden dat natuurlijk met een ander mes dan het mes waarmee ze de dieren slachtten die ze zelf aten. Van de koosjere dieren die ze zelf mochten eten, hadden de Joden een voorkeur voor de voorste delen omdat die beter konden uitbloeden en daarom strikt koosjer waren. De overgebleven achterste delen verkochten ze aan de christenen in het dorp. Daarover bestond een uitstekende verstandhouding tussen Joden en christenen, een soort arbeidsdeling die ook een eetdeling was. Voor het rituele slachten gebruikten de Joodse slagers het Duitse woord ‘schächten’. In het Bohemen van de negentiende eeuw, vooral van de eerste helft van die eeuw, gebruikten de Joden op het platteland het Duits als religieuze taal, als schooltaal en ook als taal van de sociale opgang. Ze spraken ook Tsjechisch.

Franz Kafka onthult een tip van zijn bedrijfsgeheim door dat van Milena te prijzen. Na het lezen van Milena’s ‘Duivel aan de haard’ (een lezenswaardig stuk over het huwelijk), schrijft hij haar (tussen haakjes): ‘Altijd weer sta ik versteld van het bliksemachtige van je denken, hoe zich een handvol zinnen samenbalt en de bliksem inslaat.’ [Praag, januari/februari 1923]. Hoe bereiken Franz en Milena dat? Ook door de adjectieven weg te laten. De substantieven doen het werk alleen. Maar ze doen het vooral door te spelen met het soortelijk gewicht van de woorden, door ze zo samen te brengen dat ze zich wel moeten ontladen en ze ontladen zich zo dat ze zelfs van oude gedachten nieuwe maken.

Woede

23 december 2010

Toen ik ontdekte dat zelfs je harteloosheid geveinsd was, werd ik razend omdat mijn woede niets betekend had.

Sneeuwklokjes

22 december 2010

Elk jaar opnieuw bevriezen honderden daklozen in de strenge Russische winter. Soms worden hun lijken onder een dikke sneeuwlaag bedolven. Hun stoffelijke overschotten worden pas na maanden ontdekt, als het begint te dooien. Zulke ontdooide doden worden in Rusland sneeuwklokjes genoemd.

Notitie

22 december 2010

Zolang ik niet dood ben, mag ik niet klagen.

Geit nemen

21 december 2010

Een cultuurschok was het ook om gisteren weer met het vreselijke politiek-terminale woord ‘verantwoordelijkheid’ geconfronteerd te worden.

Ik stel voor dat de politici in de toekomst zeggen: ‘Iedereen moet zijn verantwoordelijke geit nemen.’