Kous

30 april 2016

Wie altijd voortdoet riskeert het lot van de kous die voortdurend gestopt werd.

 

Blanche van Tihange

29 april 2016

Ze heet Blanche
afkomstig uit Tihange
haar lief heet Kamiel.

 

Stralend op het podium
– gaudium, gaudium! –
nemen ze tabletten van jodium
vlak onder het Atomium.

 

Ja, zijn hete staaf
vindt Blanche
wel koel,
het liefst gaat ze in Doel
met Kamiel van Tsjernobil.

 

(De overheid danken ze beleefd
voor de pillen die ze nog in voorraad heeft).

 

Een wens

28 april 2016

‘Drie wensen gun ik je,’ zeg ik tegen I., die verjaart.

‘Aan de ene wens dat al mijn wensen in vervulling gaan, heb ik genoeg,’ zegt I. ‘De twee andere heb ik niet nodig.’

‘Is dat niet ietwat inhalig?’ vraag ik haar.

‘Ik dek me alleen maar in tegen de risico’s van de drie wensen,’ zegt I. ‘Ken je dan Hebels sprookje van de drie wensen niet? Aan een arm, jong koppel verschijnt de doorzichtige bergfee Anna Fritze. Ze mogen drie wensen doen. Ze dubben erover terwijl ze koken. Als de gestoofde peer al op tafel staat wenst de vrouw in een ondoordacht moment dat er een worstje bij was, en zo geschiedt. Haar man is zo boos dat hij de worst aan haar neus wenst, en even later groeit hij er al aan. De derde wens hebben ze nodig om dat ding er weer af te halen.’

‘Zou het tussen die twee ooit nog goed gekomen zijn?’ vraag ik.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordt I., ‘maar iedere kans om gelukkig te worden wordt verbeurd als je het verstand niet hebt om ze te benutten, zegt de verteller in de slotregels.’

‘Misschien kwam het toch nog goed,’ zeg ik tegen I., terwijl ik haar in mijn armen neem. ‘De twisten van wie elkaar liefhebben maken deel uit van hun liefde.’

‘En nu in het Latijn,’ zegt I.

‘Amantium irae amoris integratio est,’ zeg ik, weliswaar niet vanaf het balkon, maar toch tegen haar boezem.

 

Twee mannen – huisvaders van 38 en 41– staan in Dresden terecht voor een misdaad die ze in Meissen pleegden. Ze stichtten in juni vorig jaar brand in een onbewoond huis dat nog maar pas voor vluchtelingen was ingericht. De brandweer kon verhinderen dat de vlammen op andere woningen oversloegen. De schade beliep in de honderdduizenden euro’s. Voor de rechter beweren de betichten dat ze dronken waren toen ze de flessen met benzine over de matrassen uitgoten en ze in brand staken. Ze beweren dat ze zich achteraf schaamden voor hun daad. Maar een video-opname toont hen tijdens de bluswerken: heel uitgelaten. Zes weken later waren ze overigens nog eens in hetzelfde huis en organiseerden daar een mislukte overstroming die – als ze geslaagd zou zijn – de aanpalende huizen onbewoonbaar zou hebben gemaakt. De huiseigenaar had 450 000 euro geïnvesteerd in de restauratie van de woning. Na de wandaden moest hij nog eens 380 000 euro besteden om de schade te herstellen. De eigenaar, een bouwondernemer, ging er bijna aan te gronde. Begin juni werden hij en zijn gezin overigens bedreigd in een brief die onbekenden aan de gevel van het betrokken huis bevestigd hadden. De eigenaar overhandigde de dreigbrief aan de lokale politie, maar die weigerde in actie te treden omdat ze de intimidatie als satire beschouwde.

(Bron: ‘Frankfurter Allgemeine Zeitung’ van vandaag)

 

Vandaag in ‘Der Tagesspiegel’ een huiveringwekkende reportage over het dagelijkse leven in het Saksische stadje Freital. Burgers die niet aan de algemene hetze tegen vluchtelingen deelnemen, worden uit het maatschappelijke leven gesloten, geïntimideerd, gemolesteerd. ‘Democratische’ partijen arrangeren er zich met extreemrechts. Een christendemocratisch raadslid meent dat de turnzalen geen ‘Endlösung’ bieden voor het onderbrengen van vluchtelingen. Over zijn woordkeuze aangesproken excuseert hij zich met het argument dat het begrip in het Duden-woordenboek voorkomt. Een grap die de reporter er hoorde: in Star Trek komen geen moslims voor omdat de reeks zich afspeelt in de toekomst. Nog een grap: een zwarte jongen in een bus wordt voor zwartrijder uitgemaakt.

Slotsom: een leuke samenleving om er als vreemdeling in geïntegreerd te worden.

 

Recept Erdoğan

16 april 2016

Merkel maakt dönermann van Böhmermann.

 

Sedert in Polen de reactie aan de macht is, behoort de Poolse schrijver Stefan Chwin (°1949) in de ogen van PiS ongetwijfeld tot de ‘valse’ Polen, al was het maar wegens de zin: ‘Honderden schrijvers van joodse afkomst hebben de Poolse taal en literatuur verrijkt, wat de Poolse nationalisten hen tot op vandaag de dag niet kunnen vergeven.’ Hoe zouden de Poolse nationalisten dan de Pool Chwin die zin kunnen vergeven?
Alle Polen die ik in Berlijn ken zitten met PiS verveeld, zowel de schrijfster Dorota Danielewicz, met wie ik koffieklets in het Café de France op de Steglitzer Damm, als de klusjesman Andrzej, met wie ik na de werkuren graag het Spaanse glas hef in de Vinos y Más in de Nollendorfstrasse.
Een tak van Andrzejs familie zit in de rats omdat hij wegens de nieuwe Poolse akkerlandwet, die tegen elke EU-wetgeving indruist, geen baas meer is over de eigen grond. PiS wil verhinderen dat buitenlanders, vooral Duitsers, hun hand leggen op Poolse grond. Het Poolse staatsagentschap voor agrarisch onroerend goed gaat elke verkoop controleren. De Poolse boer mag alleen maar verkopen aan een andere boer die al vijf jaar in de streek woont. En de koper moet waarborgen dat hij de komende tien jaar dat land gaat bebouwen.
Een van de vele gevolgen van de nieuwe wet is natuurlijk dat de prijzen van de landbouwgronden kelderen. Heel wat boeren die bij de laatste verkiezingen voor PiS gestemd hebben, wensen nu de nieuwe regering naar de hel. De gefopte boeren willen de wet voorleggen aan het Poolse Constitutionele Hof, maar dat is door PiS gecastreerd. PiS erkent de vonnissen en uitspraken van het Hof niet meer en wil ze ook niet meer publiceren. De boeren zijn daardoor de eersten die aan de lijve ervaren wat het betekent als een regering de rechtsstaat ontmantelt.
Andrzej moet bitter lachen om het nationale Polendom van PiS. ‘Je moet namelijk weten dat zelfs de meest typische uiterlijke kenmerken van het oude Polendom van vreemde herkomst zijn,’ zegt hij. ‘Neem nu de “kontusz”, dé traditionele dracht van de Poolse adel. Maar die lange mouwloze mantel is een importproduct uit Turkije dat in Poolse manufacturen werd nagemaakt. De “kontusz” is nochtans onverminderd een bewijs van Pools patriottisme. Hetzelfde geldt voor de sabel, de “karabela”. Die is nog altijd het absolute symbool van het Poolse wapen. Maar de karabela komt uit Perzië,’ lacht Andrzej. ‘Eigenlijk viel een in zo’n tuniek gehulde Poolse edelman niet te onderscheiden van een Turkse pasja. Jarosław Kaczyński als spiegelbeeld van Recep Tayyip Erdoğan.’
De culturele mix was ooit de kwintessens van Polen. De Polen zijn behalve Pools een mengelmoes van allerlei etnieën: joden, Duitsers, Hongaren, Russen, Roma en Turken die allemaal hun aandeel hebben in de creatie van de Poolse cultuur. Maar de aanhangers van PiS willen dat gemengde verleden zo snel mogelijk in de grond stoppen, ze geven de voorkeur aan zwart boven de regenboog. Ze worden daarin bijgestaan door het feit dat ze geen andere taal dan het Pools spreken, een gebrek waarop ze trots zijn, want ze leggen dat zonder schroom uit als een authentieke bijdrage aan de Poolse cultuur.
De desastreuze ontwikkelingen in Polen bewijzen eens te meer wat voor catastrofes Hitlers invasie van Polen, de oorlog en de ontketening van de Holocaust zijn geweest. Het Europese culturele en commerciële web met al zijn diversiteiten werd in het hart van Europa verbrand en verscheurd, wat nu met administratieve EU-maatregelen, subsidies en culturele stimulansen niet meer goed te maken valt.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Oost-Europa een ‘kwaliteit’ waarover het in het interbellum nog niet had beschikt. De Europese staten die in de greep van Moskou raakten – Polen voorop – waren eerst door Hitlers raciale moordzucht en daarna door de verdrijving van de Duitsers homogener geworden. Dat maakte dat ze ook na de val van de Muur weinig etnische conflicten kenden en het er redelijk rustig bleef, tot opluchting van Brussel en de Europese Unie. In elk geval waren ze minder roerig dan de Balkan-volkeren die in het Joegoslavië van het post-Tito-tijdperk in de jaren tachtig weer de messen gingen slijpen, en ze ook gebruikten.
In zijn essaybundel ‘Geschiedenis van het heden’ heeft de Britse publicist Timothy Garton Ash de vinger gelegd op de ironie van de nieuwe homogeniteit in het midden van Europa na de val van de Muur. Want nu bleek dat de democratie in Centraal-Europa nog het best wortel kon schieten in de ‘gezuiverde’ naties, die hun ‘vreemde’ elementen waren kwijtgeraakt of zich ervan ontdaan hadden en die hun multi-etnisch reliëf en verleden hadden uitgevlakt.
Garton Ash: ‘De herleving van de gedachte van “Centraal-Europa” in de jaren tachtig hield ook een huldiging in van de vooroorlogse etnische en culturele mengeling van de streek: gemengde steden, zoals Praag en Czernowitz of Bratislava – voordat het Bratislava heette -, waar mensen als vanzelfsprekend drie of vier talen spraken; grote minderheden, vooral van joden en Duitsers; multiculturalisme “avant la lettre”. Toch leek een van de eerste voorwaarden om gezien te worden als onderdeel van het politieke Centraal-Europa in de jaren negentig nu juist te zijn dat men niét Centraal-Europees in die oudere betekenis was.’
Het blijvend gevolg van het hitlerisme is de definitieve provincialisering van Europa, die zich altijd opnieuw ergens manifesteert, zoals nu in het Nederlandse ‘Oekraïne-referendum’ in het westen en in het Poolse PiS-optreden in het oosten. Dat is de prijs die we nog altijd betalen voor de civilisatiebreuk van toen, toen een aantal topmisdadigers in Berlijn beslisten dat via de vernietiging van de Europese joden ook een overkoepelende taal moest worden uitgeroeid waarin Europa communiceerde, handel dreef en kunst maakte. Die taal, het Jiddisch, is samen met de mensen die ze spraken vernield. En het Duits, de Europese lingua franca die in heel Europa, ook in de Slavische wereld en tot in de verste uithoeken van Rusland gesproken werd, verloor feitelijk – geografisch en moreel – zijn betekenis. Alleen zijn we ons niet meer bewust van de gevolgen van die verliezen.
Om maar te concluderen: PiS belichaamt niet de traditie van het beschaafde Polen, maar wel een bekrompen nationalistische ideologie die in het verleden telkens weer rampzalig bleek. Het gaat hier niet zozeer om de ironie van de geschiedenis als om het cynisme en de domheid van de mensen die ze maken.

 

Als I. me vraagt naar het slechtste klassieke boek aller tijden, antwoord ik zonder aarzelen: ‘De kleine prins’. Een dommer, slechter en banaler boek kun je je niet indenken, en het ultieme bewijs dat er geen god bestaat, is dat het zowat 100 miljoen keren gedrukt is, dat volwassenen het lezen en dat het kinderen over de hele wereldbol nog altijd terroriseert. ‘Toen Antoine de Saint-Exupéry zijn boek een jaar na publicatie herlas, schaamde hij zich zozeer over de onzin die hij had neergepend dat hij zich met zijn vliegtuig in zee stortte,’ zeg ik tegen I. (misschien het ultieme bewijs dat god wel bestaat). ‘Ik heb die kleine prins altijd al de ultieme schop onder zijn kont willen geven, zodat hij sterretjes zag, maar die ziet hij ook zonder schop onder zijn kont,’ zeg ik tegen I. ‘De beletseltekens, die bijna het hele boek vullen, behoren tot het beste wat “De kleine prins” te bieden heeft, want ze sparen ons van nog meer nonsens die de schrijver onder het mom van diepzinnigheid heeft uitgekraamd,’ zeg ik tegen I. ‘Er is er maar één man die over “De kleine prins” iets verstandigs heeft gezegd, en dat is Harald Martenstein in “Die Zeit” van 20 januari 2012. Over de opinie van de Saint-Exupéry dat kinderen over de wereld zouden moeten regeren meent Martenstein: “Een land dat door kinderen geregeerd wordt stel ik me ongeveer voor als Oeganda onder de heerschappij van Idi Amin”.’

 

Love on the Rocks

7 april 2016

‘Hoe was je onmogelijkste relatie eigenlijk?’ vraagt I.

‘Daarover zou ik moeten vertellen alsof ik al dood was,’ zeg ik, ‘want als je dat echt wilt weten moet je het Napolitaanse verhaal “Die Sängerin Antonelli” lezen. Daarin heeft Goethe het laatste deel van mijn biografie vrij nauwkeurig beschreven.’
‘Vertel dan toch iets over die vrouw,’ zegt I.

‘Een Gibraltar van deugdzaamheid, waarop ik als een dorstige berberaap mijn grimassen maakte en dan doodviel voor een publiek dat even onthutst was als ikzelf,’ antwoord ik met de snelheid van een liaan uit La Mancha, waaraan I. voortslingert door te zeggen: ‘Tja, iedereen is zoals God hem of haar heeft geschapen, en vaak nog erger.’

 

Nog eens bij Goethe

6 april 2016

I. zag me weer eens in Goethe verdiept zitten, en vroeg me wat ik daarbij dacht. ‘Dat het beste wat Duitsland heeft voortgebracht het slechtste niet heeft kunnen verhinderen,’ antwoordde ik.