Broodroof

9 november 2011

Romanciers zijn ofwel onwetenden ofwel verlamden. Tot de categorie van de onwetenden, die de literaire canon niet kennen, behoren de onbewuste recyclers. Ze schrijven maar aan, alsof ze geen voorgangers hebben. Hun lot is tragikomisch, ze zijn real-time verliezers van betekenis, zelfs als ze in de prijzen vallen. Tot de andere categorie behoren de romanciers die door hun luciditeit worden verlamd:  ze beseffen dat het genre is voltooid en dat er niets meer aan toe te voegen valt. Ze zijn niet te benijden. Zelf probeer ik van die impasse te profiteren door mijn hoofd te steken door de enige opening die resteert. Omdat ze smal is, verschaft ze genot. De adamiet is – onder meer – de doodsteek van het genre. Het is een vorm van broodroof waarmee ik mijn brood verdien. Een werk van onbarmhartigheid.

Geschiedschrijving

9 november 2011

Verleden vertegenwoordigen.

Neukölln

6 november 2011

Van de Sundgauer Strasse naar Neukölln. Bij helder weer. Met de S1 tot Schöneberg en vervolgens via de Ring tot Neukölln. Te voet naar het noorden, via de Karl Marx Strasse (aan de overkant de platenzaak Bading) naar het Richardplatz. Daar, in Villa Rixdorf, de laatste zonnekloppers van het seizoen op het terras. ‘Willkomen im romantischen Neukölln’ staat op een bord, maar het ‘romantische’ is doorgestreept en vervangen door een bloedrood ‘ausverkauft’. Via de smidse en de Böhmische Strasse en nog een paar straten waarvan ik de naam vergeten ben (ik ben ze niet vergeten: de Zwiestädter Strasse, de Schudomastrasse tot bijna aan S-Bahnstation Sonnenallee, de Braunschweiger Strasse en de Richard Strasse) terug naar de Karl Marx Strasse. Op het Karl Marxplatz een pauze voor de vitrine van een slager die vermaard in Bratwurst is (Blutwurstmanufaktur). In Galerie im Saalbau word ik binnengewenkt door een vrouw die Juliane Daldrop heet, de kunstenares. Aangrijpende potloodtekeningen, sommige van grote afmetingen, van de Neuköllnscènes die ze ziet vanuit haar atelier: binnenplaatsen, auto’s, chaos. Ze woont in Kreuzberg op het Chamissoplatz maar haar atelier bevindt zich hier in Neukölln, waar ze helaas wordt buitengezet omdat het pand wordt ‘verloft’, schandalig zegt ze, de laatste authentieke buurt van Berlijn wordt ‘gegentrificeerd’, en binnenkort is ze bijna een uur onderweg naar Wedding, ten noorden van Mitte, waar ze een nieuw atelier heeft gehuurd. Ik neem de inventaris mee, want ook de titels (Der Sturz, Über der Brüstung) bevallen me. Daarna ga ik een espresso drinken in de Heimathafen, alwaar de sfeer van het oude Berlijn, ik moet volgende week maar eens binnenwippen in de Karl Marx-kroeg op de hoek van het Karl Marx Platz waar op 15 november een documentaire over de buurt in première gaat. Heimathafen dus, Biedermeierdecor, spiegels, wandverlichting, lambrisering, parket, alles is oud, ook de filmaffiche van 1921 (vrouwen met blote borsten) behalve de overspannen dienster die wel in mijn espresso slaagt, maar niet in het stuk taart dat erbij hoort. Daarna via de Neuköllner opera en de prachtige bioscoop Passage (geopend in 1910, met smaak gerestaureerd nadat hij tot eind jaren tachtig tot meubelopslagplaats verkommerd was). Aan de Ganghofer Srasse, waar zich het oudste en indrukwekkendste stadhallenzwembad van Berlijn bevindt (nee, niet echt, het indrukwekkendste is het zwembad van de Leibstandarte SS Adolf Hitler in de Finckensteinallee in Lichtervelde, naast het Bundesarchiv, vlak in mijn buurt), steek ik de straat over en loop even terug tot aan de Rollbergstrasse, altijd klimmend, tot ik aan de gelijknamige bioscoop kom waar ik mezelf overtuig om ‘The tree of life’ te gaan bekijken, een prent van Terrence Malick, maar dat viel dik tegen (weer eens meer dan twee uur van mijn korte leven verspild): het had een kunstwerk kunnen zijn dat tegen de kitsch aan schuurt, maar helaas is het een schuur vol kitsch: de exploderende suikersterren, de zoete fluisterstemmen. Het einde is om over te geven: je kunt niet zo veel eten als je zou willen kotsen. Via U-Bahn Boddin Strasse en via de Ring en via de S1 weer naar de Sundgauer Strasse. Onderweg vind ik een Berliner Morgenpost  die ik dankbaar adopteer. Nu is het kwart voor 22 uur. Ik ga koffie zetten. Het was weer eens een onvergetelijke namiddag voor mezelf (en nu ook voor anderen) in Neukölln, nu nog de spannendste wijk van Berlijn. En ik heb dat allemaal opgeschreven, mijn moed moet wel onbegrensd en oneindig zijn.

Mijn broek zakt af

5 november 2011

Mijn antisentimentalisme zoekt houvast in beelden. Nathan Sjaransky werd na negen jaar uit de Goelag vrijgelaten. Op 11 februari 1986 wandelde hij over de witte streep in het midden van de beruchte Glienicker Brücke van Oost- naar West-Berlijn. Toen hem na zijn aankomst in de vrijheid werd gevraagd wat hij bij het overschrijden van de grens had gevoeld, antwoordde hij: ‘Ik had in het kamp in plaats van een broeksriem alleen maar een stuk touw gekregen om mijn veel te wijde broek om mijn middel vast te binden. En uitgerekend op het moment dat ik de witte streep overstak, knapte het touw. Toen ik mijn eerste stap in de vrijheid zette, dacht ik dus: oei, mijn broek zakt af.’