Geschiedenissen

30 augustus 2013

Het wonderlijkste in de wereld is dat alles gebeurt zoals het gebeurt, en niet en nooit anders. Niets gebeurt ooit anders dan op de manier waarop het gebeurt, ook al scheelt het misschien niet veel. Het is verbazend dat we in de gebeurtenissen met onze vrije wil tussenbeide kunnen komen, want daardoor kunnen we de loop van een gebeurtenis mee bepalen, waardoor die gebeurtenis (in onze verbeelding?) unieker wordt dan ze zonder onze tussenkomst geweest zou zijn. Zo leveren we onze bijdrage aan het veroorzaken van dingen die zonder onze tussenkomst anders (ook ‘niet gebeurd’ is anders) waren gebeurd, en die we in zekere zin gedwongen hebben niet anders te gebeuren. In de wereld van de gebeurtenissen is er geen enkele parallel, geen betrekkelijkheid, geen schaduw en geen echo, want daar is luciditeit een synoniem van verblinding. Want alles is zoals het is en bij de minste afwijking van die congruentie zou de oerknal zich opnieuw voordoen. Maar dat klinkt te dramatisch: als we de consequenties zouden kennen van de onnozelste dingen die we doen of laten, zouden we in kortste keren krankzinnig worden. Geen wonder dat we grote daden nodig hebben om gezond te blijven, want van de grote handelingen beelden we ons tenminste in dat we de gevolgen ervan kennen.

Advertenties

Huid

29 augustus 2013

Vijfentwintig jaar geleden. Driehonderdduizend kijklustigen voor de luchtshow op de Amerikaanse basis van Ramstein. Een botsing van de Frecce Tricolori op veertig meter hoogte. Een brandend toestel maait zich door de massa. Roland Fuchs stond er middenin: ‘Toen ik opstond, merkte ik dat er iets nats van mijn armen, mijn rug en mijn gezicht hing. Ik trok eraan om het van me weg te werpen. Maar het was mijn huid.’

Russische newspeak

28 augustus 2013

Het Russisch is een woord rijker: legitimisator. Dat is een mens (een onderdaan) van wie Poetin aanneemt dat hij het bestaande regime bewust of onbewust mee helpt legitimeren. Tot de legitimisatoren behoren ook de opponenten wier activiteiten door Poetin om die reden (tijdelijk) worden geduld.

Flukken

26 augustus 2013

De DDR was zuiver actionisme. Dat was niet op slagen en niet op mislukken gericht, maar op iets wat daartussen ligt en waarvoor het onbewuste misschien wel een teken, maar de taal geen woord heeft. Dat woord zou ‘flukken’ (een amalgaam van ‘falen’ en ‘lukken’) kunnen zijn. De DDR-economie was op het afmatten gericht, het doel was de moeheid van mens en materiaal, verpakt in ‘Neues Deutschland’. Om te begrijpen wat ik bedoel kun je twee dingen doen. Je leest ‘De eerste en de tweede’ (EPO, 1999) van Landolf Scherzer. Daarin werkt een zekere Hans-Dieter Fritschler, een eerste partijsecretaris, zich als Sisyfus (maar geen gelukkige) te pletter, zonder enig resultaat. Een minder omslachtige methode bestaat in het analyseren van DDR-moppen, waaruit blijkt dat de chronische moeheid van mens en materiaal geen incidenteel defect, maar een opzet was van de ideologie. Samengevat in de vraag: ‘Waarom was het wc-papier in de DDR zo ruw?’ ‘Opdat zelfs het laatste gat rood zou worden.’ Angela Merkel, de eerste en de laatste Bondskanselier die in de DDR gesocialiseerd werd, heeft dat fenomeen ooit als volgt samengevat: ‘Weet u wat een mens in de DDR nog het meest van al geërgerd heeft? Allemaal sloofden ze zich de hele dag uit, maar er is niets uitgekomen. Het wrijvingsverlies was er eindeloos. Je zag de warmte er wel ten hemel opstijgen, maar op aarde was daar niets van te merken.’ (Angela Merkel. ‘Mein Weg’. Ein Gespräch mit Hugo Müller-Vogg, Hoffmann und Campe, 2005).

Altijd weer het slot

24 augustus 2013

Berlijn. Een centrum is er sedert 1945 niet meer geweest, niet in West- en niet in Oost-Berlijn. En voordien? Het centrum is er altijd op drift, soms tref je het aan in de periferie.

Omdat het centrum nomadisch is, is het eerder een zoekende naar dan een dolende in de woestijn: dorst naar zand. Maar dat is overal en nog altijd zo in Berlijn.

Op het Alexanderplein sta je aan de rand van een afgrond. Het plein wordt weggezogen door vacuüms die daar goed zichtbaar zijn, ook de wind verliest er zijn weg.

Vanuit de verte wenkt de televisietoren, maar aan zijn voet, die een omkraagde nek is, word je van je stuk gebracht.

Bij gebrek aan een centrum is er tussen beide armen van de Spree, waar ooit het Paleis van de Republiek oprees, een middenrif, museumeiland genaamd. De gebouwen zijn ontweide dinosaurussen die met holle schedels snuffelen naar hun ruggengraat.

Daar verrijst een slot dat nu al op zoek is naar de schaamte waarmee het in de grond kan zakken.

Schlachtensee

22 augustus 2013

 

Geboren in Wetteren
leek ik voorbestemd
voor de letteren
al zijn daar meer dode vijvers
dan zerken van geleefde schrijvers.

In elk geval rijmde er de Schelde
met de verleden tijd
of toch met een verborgen bron
die omdat ze welde
me voor het leven kwelde.

Op pieken in bergen van zand
spiedde ik naar een beloofder land.

Wandelde ik er over de grachten,
en over zwermen muggen
die zich kromden als de ruggen
van doorgezakte ophaalbruggen

over de muren van de luchtkastelen
die als balonnen in mijn oases dreven
vol kleur en nog nat van de messen
die er hun dorst naar bloed mee lessen.

O jeugd, o kinderjaren, o was ik maar
gespaard gebleven van herinneringen
O was ik maar meetkundig neergekomen:
lijnen, punten, stippen,
kringen voor mijn velodromen.

Nu ben ik in Berlijn beland
ook geen gebrek aan water en aan zand
ook niet aan kouwelijk,
ook niet aan vissenbloed in Schlachtensee en wijven
en ander vet om me mee in te wrijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Rijm

21 augustus 2013

Telkens als ik me dof, stomp en plat voel, grijp ik naar mijn slijper: het rijm. Daarna voel ik me eerder gescherpt dan geslepen: spits na de daad.

Russen in Berlijn

19 augustus 2013

Zowat één keer in de maand gebruik ik op zondagnamiddag koffie bij Reinhard’s, het restaurant-café op de hoek van Kudamm (geen koeien, wel gekortwiekte keurvorsten) en Fasanenstrasse, een filiaal van Kempinski. Dat drinken is een aderlating.

Naar Kempinski ga ik als ik het beu ben Duits te horen. Iedereen spreekt er Russisch, de kelners nog het meest. Alleen in Baden-Baden is het nog erger. ‘Robota,’ hoor ik de waiter zeggen als er weer eens een lading Moskovieten zijn dorst in Veuve Clicquot komt smoren.

De Russische mannen zijn getatoeëerd, in tegenstelling tot hun vrouwen die nog veel ruimte bieden. Als schrijver heb je nu eenmaal een oog voor onbeschreven bladen. Ze ruiken alsof de muscus onverdund in je neusgaten wordt gespoten.

Wat kom ik daar bij Reinhard’s doen? Kijken natuurlijk, en luistervinken naar al die klanken, die eruitrollen als boter bij de vis. Russisch is een prachtige taal, alleen jammer dat ze door Russen wordt gesproken. Ik val niet eens uit de toon met mijn jeansvestje, buiten onder de luifels op het terras, wel met mijn eclair die amper besteld als de bliksem op mijn tafel verschijnt. Spasibo.

Het is namiddag, maar de lampions lichten al op. Het parket is zo blank geboend dat je schrikt van je eigen spiegelbeeld als je vooroverbuigt, maar waarom zou je dat doen? Op weg naar de toiletten stuit je op kunstwerken die je thuis zelfs niet ingemetseld zou durven etaleren. De pissoirs zijn gratis en zo proper dat beschaafde mensen de neiging hebben terug te deinzen. Niet de Russen dus, die mikken er maar op los.

Trouvaille

19 augustus 2013

Het heeft geen zin je buik in te trekken als je op de weegschaal staat.

Bergen en dwergen

18 augustus 2013

Onlangs hoorde ik in Achouffe een Waal opscheppen tegen een Vlaming. De Waal zei: ‘Zulke bergen als wij hebben, die hebben jullie in Vlaanderen niet.’ En de Vlaming antwoordde: ‘Maar als we ze zouden hebben, zouden ze veel hoger zijn.’