Regel

9 november 2017

Het liefst ga ik helemaal alleen naar een voorlezing. Dat is de beste manier om nieuwe mensen te leren kennen, zo iemand met wie je dan eens naar de bioscoop kunt gaan.

Advertenties

Sándor Márai in Parijs

8 november 2017

Márai over zijn lange verblijf in Parijs, waar hij in de jaren twintig als journalist voor verschillende Midden-Europese kranten werkte: ‘Ik was bij verscheidene terechtstellingen aanwezig en maakte een reportage over Lourdes.’ Ik kan die zin niet lezen zonder het bebloede hoofd van de maagd Maria in een korf onder de guillotine te zien liggen. Maar ik ben erg gesteld op Márai’s zinnen. Een ervan vervangt een heel cursus journalistiek: ‘Mijn conciërge vond ik even belangwekkend als Anatole France.’ Een gebeurtenis is pas werkelijk een evenement als er een band is met het gebeurde: ‘Als er ergens een huis in brand stond, ging ik erheen. Het brandde voor mijn gevoel ook een beetje voor mij.’ (‘Bekentenissen van een burger’)

 

 

Spuwen

1 november 2017

Catalonië. Terug naar de ‘Kleinstaaterei’? Wat kun je erover zeggen? Misschien wat Saint-Simon in zijn ‘Memoires’ over Monaco zei: ‘Een staatje niet groter dan een rots, waar men als het ware bovenop staand over alle grenzen heen kan spuwen.’

 

Francken naar Spanje

31 oktober 2017

Theo Francken wil Puigdemont in België asiel geven. Ik ben het ermee eens, op voorwaarde dat Spanje Francken neemt. Intussen valt Francken de eer te beurt een oproep te hebben gelanceerd tot alle politieke leiders die hun volk in de steek laten nadat ze het eerst op de rand van de afgrond hebben gebracht: ‘Lafaards aller landen, verenig u, in Vlaanderen!’

 

Work in progress

13 augustus 2017

Zoals Frederik de Grote aan zijn ‘anti-Machiavelli’, zo schrijf ik, dag en nacht, aan mijn ‘anti-Hemingway’.

 

Na Spicer

22 juli 2017

Scaramouche voegt zich bij de kakistocraten.

 

Breuk, hechting

4 juli 2017

Wat me op elke pagina in het filigraan-handschrift van Kafka treft: de horizontale, agressieve, vette streep die de letter t halveert. Maar soms vormt die dwarsbalk een brug tussen twee t’s die niet direct op elkaar volgen, bijvoorbeeld op het einde van het woord ‘veranstaltet’ of in ‘wartete’; een intieme blik in Kafka’s wereld van hechting en breuk.

 

Het hele proces

30 juni 2017

Zo’n oogontsteking is niet bevorderlijk voor het lees- en schrijfproces. Ik leef al een paar dagen op het ritme van de oogdruppels. Plop, plop, in het donker. Het is alsof ik schrijf in een aquarium waarin de goudvissen door de calamares opgevreten zijn. Die calamares zien er zelf uit als het handschrift van Franz Kafka, dat ik eergisteren zag in de Martin-Gropius-Bau. Het hele ‘Proces’, 171 bladzijden welgeteld. Misschien is het ‘Proces’ niet geschreven, maar met een een ragfijn blaaspijpje in het oog van de wereld gespuwd.

 

Goldwater

14 juni 2017

Vertalen is aartsmoeilijk. Je valt van de ene hinderlaag in de andere, ‘Fettnäpfchen’ heet dat hier. Dat heeft niet altijd met ‘valse vrienden’ te maken, hoewel de vertaler er meer dan genoeg heeft. Hij heeft het zo druk met het afweren van zijn valse vrienden dat er geen tijd overblijft om echte te maken. De echte vertaler werkt ’s nachts, in de hoop dat de valse vrienden dan slapen. Maar de echte maffen dan ook.

Een doorgewinterd vertaler kan op de duur de valse vrienden ruiken. Maar dat volstaat niet om een goed vertaler te zijn. Een goed vertaler moet alles weten, minder gaat niet. Hij moet in elk geval veel meer weten dan de auteur die hij vertaalt. Vergeleken met de vertaler is de auteur een analfabeet. De auteur heeft het gemakkelijk. Hij schrijft op wat hem invalt. Maar de vertaler is de woordvoerder van zijn grillen. Een ondankbaarder taak is niet denkbaar. De vertaler mag niet eens verklappen wat voor stommiteiten hij in het werk van de vertaalde auteur heeft gecorrigeerd. Daar kun je nochtans boekdelen mee vullen. Maar niemand mag het weten.

Maar als de vertaler een fout maakt, krijgt hij de volle lading: van de auteur, van de uitgever, van de kritiek, soms zelfs van de lezer.

Het is onbegrijpelijk waarom de vertalers geen schrijvers worden, waarom ze niet op het dek in de zon gaan liggen in plaats van als galeiboeven geketend te blijven zwoegen en roeien in het met eelt gevulde duistere ruim.

Al die gedachten flitsten door mijn hoofd bij het lezen van een passage uit ‘Herzog’ van Saul Bellow. Niet dat daar de kwetsbare plekken van de vertaler behandeld worden, het is zo al erg genoeg. Maar ik stuitte er op een voorbeeld van een vertaalfout waartegen geen kruid gewassen is, omdat de valse vriend niet eens als dusdanig kan worden ontmaskerd.

Ongeveer halverwege de roman bestudeert Moses Herzog de obsceniteiten op de muren van New York: genitaliën, belachelijke copulaties en ook slogans. Hij leest: ‘Moslems, the enemy is White. Hell with Goldwater, Jews.’ Ik weet niet hoe de vertaling in de Nederlandse editie luidt, maar in de Duitse vertaling staat: ‘Hölle mit Goldwasser, ihr Juden.’ Misschien verkeerde de vertaler in de waan dat Goldwasser een door joden geprefereerd parfum is, maar in werkelijkheid is het de naam van een Amerikaans politicus van joodse afkomst die Goldwater heette. Maar hoe kan een vertaler die nog nooit van Barry Goldwater heeft gehoord dat weten? Dan kán hij in dat geval niet weten. Maar dat is geen excuus. Een vertaler moet namelijk zoals gezegd alles weten.

Maar ik heb geen leedvermaak om een vertaler die een fout maakt. Ik heb zelf eens ‘vor Toresschluss’ letterlijk vertaald in plaats van door ‘op het nippertje’. Dat is veel erger dan dat Goldwasser. Het is alsof Gwijde van Dampierre in Consciences ‘Leeuw van Vlaanderen’ de Franse koning bedankt voor zijn e-mailtje met bijlage. Maar het is weer niet zo erg als de Nederlandse vertaling van een woord uit Günter de Bruyns ‘Vierzig Jahre’. De Bruyn heeft het in zijn origineel over groepen mensen die in Oost-Berlijn staan te zwaaien met ‘Winkelemente’, wat de vertaler heeft omgezet in ‘hoekelementen’. In Vlaanderen zouden ze zeggen dat er bij de vertaler een hoek af is, wat in beschaafd Nederlands betekent dat hij ze niet allemaal op een rij heeft.

Overigens was ik een paar dagen geleden bij Dussmann in de Friedrichstraβe, en daar viel mijn oog toevallig (?) op een recentere Duitse pocketeditie van ‘Herzog’, waarin naast de naam van de oorspronkelijke vertaler ook die van zijn revisor staat. Ik kon mijn nieuwsgierigheid natuurlijk niet bedwingen en na enig bladeren stuitte ik op… ‘zur Hölle mit Goldwater’. Attent!

Het klopt dus niet dat de jeugd niets weet. De jonge vertaler weet over het Amerikaanse verleden en zijn politici blijkbaar meer dan de oudere collega-tijdgenoot van ‘Herzog’.

Van contentement om die tastbare vooruitgang ging ik op het terras van brasserie Dressler, Unter den Linden, een glas Sauvignon drinken, een Goldwater Sauvignon Blanc, 2016.

 

Kreeftjes

11 juni 2017

Mezelf betrapt op een tikfout in een nogal behoudsgezind neologisme: minnekreeftjes in plaats van minnekreetjes. Nu het schaartje erin.