Vergelding

25 december 2018

Ik verklap nog een (laatste) geheimpje. In ‘Gunzenhausen’ heeft Salinger een vriend die Keeman heet, een duvelstoejager. In werkelijkheid had Salinger helemaal geen vriend met die naam. Hij was wel bevriend met een man die Kleeman heette. Omdat die mijn pad kruiste op een moment dat ik een redelijk goed vermomde deus ex machina nodig had om me uit een benarde situatie te redden, besloot ik de letter ‘l’ in Kleeman te schrappen, een verlies dat winst betekende, want na die operatie beschikte ik in Keeman akoestisch over een ‘sleutelman’ die alle deuren voor me opende.

Zelfs Nabokov geeft soms een toelichting bij een naam van een personage, zij het niet van harte. (‘Ik weet dat ik mensen die juweeltjes niet zou moeten uitleggen,’ schrijft hij in ‘Geheugen, spreek’.) Als beginnend vlinderjager moest Nabokov op een dag teleurgesteld constateren dat zijn vangst van de Plusia excelsa geen grote ontdekking was. De lepidopteroloog Bruno Kretschmar bleek die mot immers al in 1862 als de Autographa excelsa te hebben beschreven. Later revancheerde Nabokov zich op Kretschmar door diens naam te geven aan een personage dat hij in zijn roman ‘Camera obscura’ blind had gemaakt. Wat meteen de vraag doet rijzen: mag een auteur in een werk van de verbeelding wraak nemen op bestaande personen? Voor mijn part wel, op voorwaarde dat die vergelding zo goed is verwoord dat het lage motief van de auteur erbij verbleekt. Want uit die vereffening verrijst dan toch weer iets groots wat die wraak in de schaduw stelt.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: