Schulz, Steinmeier, de Bierpinsel en ik

13 maart 2017

Vandaag ging ik een namiddagje lezen in boekhandel Hugendubel in de Schloβstraβe in Steglitz, aan de voet van een toren die Bierpinsel heet omdat er vroeger bier geschonken werd. De Bierpinsel, die een borstelvorm heeft, staat nu helaas al jaren leeg en droog.

Bij Hugendubel ga ik soms wat boekjes lezen waaraan ik geen geld wil spenderen, bijvoorbeeld aan biografieën van nog levende politici. Ik wist niet goed of ik moest lachen of huilen (ik lachte dus door mijn tranen heen) toen ik in de biografie van Martin Schulz een citaat van de Europese christendemocraat (CSU) Manfred Weber tegenkwam waarin die zegt dat Martin Schulz nooit trucjes gebruikt: ‘Er trickst nicht, das kommt bei Martin Schulz nicht vor.’ Wie mijn blogbijdrage van gisteren las (‘Martin! Roep eens Martin!’) weet inmiddels dat Webers schouderklop niet klopt.

Irritant vind ik ook de onbescheidenheid van de vrouwelijke auteur. Want ondanks het feit dat de Schulz-biografie van Margaretha Kopeinig flinterdun is, aarzelt ze niet om haar werk dé biografie (‘Die Biografie’) te noemen. Die ‘die’ moet onderstrepen dat de biografie definitief is, dat er niets meer aan toe te voegen valt, alsof Schulz dus al dood is eigenlijk, of tenminste geen recht meer heeft op een leven na dé biografie.
Maar nu zijn er ook maar liefst twee flinterdunne biografietjes over de sociaaldemocraat Frank-Walter Steinmeier verschenen, Duitslands nieuwe bondspresident. Beide boekjes matigen zich ook al aan dé biografieën te zijn, alsof er meer dan één definitief kan zijn. Het ene boekje is van Cord Balthasar (‘Steinmeier. Die Biografie’), het andere boekje heeft een duo geschreven (Torben Lütjen/Lars Geiges): ‘Frank-Walter Steinmeier. Die Biografie’.

Alle achting voor de schrijvers. Ten eerste moet je immers over flinke dosis creatieve doodsdrift beschikken om een onderwerp te kiezen waarover niets te zeggen valt. Zelf zou ik er niet in slagen om ook maar drie bladzijden te vullen over Steinmeier, een sociaaldemocratisch ambtenaar die via zijn vroegere baas Gerhard Schröder en zijn goede SPD-vriend Matthias Platzeck, met wie ik hem soms op het terras van herberg Tomasa in Zehlendorf het glas zie heffen, aan de leiband van het Kremlin ligt. (Platzeck, die ook voorzitter is van de Deutsch-Russische Freundschaftsgruppe, verdedigt de legalisering van de gewelddadige Krim-annexatie door Poetin en geeft graag interviews aan de Russische propagandazender ‘RT Deutsch’, terwijl Steinmeier in zijn vorige functie van minister van Buitenlandse Zaken de NAVO aanviel door het bondgenootschap van ‘Säbelrasseln’ tegen Moskou te beschuldigen).
Je moet volgens mij wel flink levensmoe zijn om over Steinmeier te willen schrijven, tenzij de schrijvers aan hun onderwerp geld willen verdienen, iets waarvan ik hen sterk verdenk omdat ik geen ander motief zie. Er is helaas wel altijd een idioot die zulke boekjes koopt om ze te lezen, in plaats van, zoals ik, er een voorzichtige en vooral haastige blik in te werpen, want wie weet of je slaapwandelend nog thuis geraakt.

Dat je zo’n Steinmeier-biografie met zijn tweeën schrijft, vind ik echter heel plausibel, want in zijn eentje krijgt een fatsoenlijk schrijver zo’n boekje niet vol.

Ook die twee Steinmeier-biografieën worden dus geacht definitief te zijn. Ik vrees dat de auteurs daarin wel eens gelijk zouden kunnen hebben. Eigenlijk is Steinmeiers biografie altijd al voltooid geweest. Een grote kunst om ze te schrijven kan het dus wel niet zijn geweest, dacht ik bij Hugendubel, terwijl ik een spijtige blik wierp op de Bierpinsel, waar ik me wat graag in een vol biervat had gegooid. Aan die Bierpinsel zouden mijn biografen tenminste een kluif voor het slothoofdstuk van mijn levensloop (dé biografie) hebben gehad, het definitieve dus.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: