Een duik in het drakenbloed

23 februari 2017

Een tikkel verweesd voel ik me natuurlijk na de publicatie van mijn boek. Niet alleen een gat in het pantser, ook de wet der traagheid overdondert me (bliksemsnel). Er gaat geen dag voorbij, of ik brei er nog een kop of staartje aan. De veteranenziekte: een mengsel van journalistieke reflex, perfectionistische neurose en het onvermogen om los te laten. Het uitstrijken van de moederkoek. En dagelijks gekweld door de vraag: wat zoek ik hier, in deze stad, wat is mijn rol in deze voortaan al te Dode Zee? In dat halfduister stuitte ik vorige week (een geval van serendipiteit) op een dode die me niet meer loslaat, die me vervult met een vertwijfelde empathie em me bevoorraadt met stof voor een groot verhaal à la Danilo Kiš (‘Encyclopedie van de Doden’). Die dode legt nu beslag op al mijn dagen, vanaf mijn eerste oogopslag tot lang na middernacht. Bovendien zou ik, als ik het doe, hier nog een tijdje kunnen verwijlen om te dubben, ook al moet ik tussendoor op stap voor onderzoek: naar Düren en omstreken in het westen, naar Nürnberg en de streek van Midden-Frankenland in het zuiden, oostwaarts naar Frankfurt, waar ik met Kleist ben afgesproken voor een competitie, zeg maar een duel in het om het stormachtigst kussen van de Markiezin van de Oder. Wat een verhevigd gevoel: niet te weten of je jager bent of prooi, opgeheven door de spanning tussen die twee polen, niet langer onderhevig aan de zwaartekracht, zelfs gesterkt door een mentale levitatie die zich voor de buitenwereld misschien manifesteert in een lichtere, verende tred. Maar mijn verhaal is ook een duik in het drakenbloed, wetend dat ik dit keer het lindeblad waaronder ik kwetsbaar ben met opzet op mijn hartstreek kleef. Zo waad ik, alles of niets, tot de tanden met mijn naaktheid gewapend, in die poel, waaruit al een gesmoorde schaterlach weerklinkt.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: