Camera obscura in de gespleten stad

11 februari 2017

In mijn rug: wat rest van de Muur, daarachter het ministerie van Financiën, de grauwe stenen walvis die al zoveel regimes en instanties in zijn maag heeft vermalen (Görings Luftfahrtministerium, Sowjet-Wirtschaftskommission, provisorische Volkskammer, Haus der Ministerien van de DDR, Treuhandanstalt). Voor mij is dit altijd de Prinz-Albrecht-Straβe. Rechts voor mij de Martin-Gropius-Bau, met daarin ‘Le Baiser de l’Hôtel de Ville’ (1950, Parijs) van Robert Doisneau; links voor mij de ‘Massenerschieβungen 1941-1944’ in het Documentatiecentrum Topographie des Terrors. Deze gespletenheid van Berlijn. Later ikzelf in het ondergrondse van de bibliotheek op het terrein, elke dag opnieuw, om me te verdiepen in het zwartste zwart, de donkerste kamer waarin ik, badend in de schaduwen van mezelf, uit mijn negatief probeer te komen, elke dag opnieuw.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: