Vuile lakens

13 december 2016

Dat moest je erbij nemen als je tweehonderd jaar geleden in Italië een grote tournee maakte: nachtelijk kroeggebrul, oorverdovende klokken, ongedierte in bed en vuile lakens, aldus Erik Wegerhoff en Joseph Imorde in ‘Dreckige Laken’ (Wagenbach, 2014).

Hoe had ik niet aan dat onsympathieke gedicht van de onsympathiekste aller en meest kitscherige van alle dichters moeten denken, Gottfried Benn, die in ‘Pastorensohn’ zijn pastor-vader, ‘der Alte’, een nieuwe verovering in bed ziet bemorsen direct na moeders dood, en die de lakens met zijn ‘Zeugeschwengel’ bevuilt om een nieuwe kikkervis te maken:

 

‘Der Alte ist im Winter grün

wie Mistel und im Sommer Hecke,

‘ne neue Rippe und sie brühn

schon wieder in die Betten Flecke.’

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: