RIF

1 december 2016

Uwe Johnson in ‘Jahrestage’ (zondag 3 september 1967) over Ilse Koch: ‘Ze bestelde de dood van getatoeëerde kampgevangenen en maakte uit hun huid en knoken lampenkappen, handschoenen en boekomslagen.’ In ‘Eichmann in Jerusalem’ citeert Hannah Arendt Ben Goerion met de woorden ‘dat de meeste mensen zich nu realiseren dat vandaag de dag de gaskamers en de zeepfabriek het eindstation van het antisemitisme zijn’. Het ‘Historisch Nieuwsblad’ van juli 2014 refereert in dit verband aan de anti-Duitse propaganda in de Grote Oorlog, toen de Britse regering het gerucht verspreidde dat de Duitsers zeep maakten uit de lijken van hun gesneuvelde soldaten: ‘De Britse regering ontkende pas in 1925 dat de Duitsers er in de Eerste Wereldoorlog lijkenfabrieken op na hadden gehouden.’ Ironisch genoeg werd de Britse regering vijftien jaar later het slachtoffer van haar eigen propaganda, aldus het ‘Historisch Nieuwsblad’, want het oude zeepverhaal, dat ze zelf had verzonnen, maakte dat ze geen geloof hechtte aan de rapporten over de Endlösung, de fabrieksmatige moord op de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De legende van de zeepverwerking zou opgeld hebben gemaakt toen de oorlogsomstandigheden de rationering van zeep in het zogenaamde Derde Rijk noodzakelijk maakten. De ‘Reichsstelle Industrielle Fette (und Waschmittel)’ regelde de verdeling van de Einheitsseife, waarin de afkorting RIF werd gedrukt, waaruit sommige nazi’s (in Polen?) ‘Rein jüdisches Fett’ gemaakt zouden hebben. Het is een uitermate persvers beeld. Uit de huid van de joden, die voor de nazi’s de laatste drek waren, zou het product worden gefabriceerd waarmee de Duitsers zich völkisch wassen.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: