De zilveren mens

28 november 2016

Zondagnamiddag. De S-Bahn tussen Sundgauerstraβe en Schöneberg. Een zestal haltes. Station Sundgauerstraβe stap ik in. Op de bodem naast de deur, naast een damesfiets: een mens. Man of vrouw? De mens is over het hele lichaam dichtgeplakt. Zijn broekspijpen zijn met ducttape aan zijn schoenen bevestigd. Over het hoofd een kap. Het gezicht, ook de ogen, onzichtbaar, uitgewist door lagen zilverpapier. Een ondoordringbare mens. Een verbrande mens? Nader beschouwd gaat zijn gezicht schuil onder talloze kleinere repen zilverpapier. De grotere stukken zijn met plakband aan de kap bevestigd, rondom. Onderweg is de mens in de weer om de kleinere repen te herschikken. De mens knistert de hele tijd, alsof er stroom door hem gaat, geen kwik, daarvoor is hij te loom. Hij glinstert, mat. De passagiers in de coupé doen hun best om het tafereel te negeren waarin hij zijn anonieme hoofdrol speelt, ze simuleren onverschilligheid, maar de verpakte mens zuigt alle blikken aan. Vanuit onze ooghoeken observeren we hem, maar slaat hij ons gade? Onderweg verliest de mens een aantal repen, zijn metaal is in de rui, hij ontbladert, zonder dat zijn ontzilvering hem ontmaskert. De mens is een raadsel. Als de trein in Schöneberg stopt, verheft hij zich, neemt zijn fiets ter hand en stapt als omhulsel uit, het vacuüm tegemoet. Op de bodem: een spoor van zilveren snippers, elementen van een boodschap die niemand kan ontcijferen. De onbehaaglijkheid valt te snijden. Er valt geen woord, geen gebenedijd.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: