De stad waarin ik woon

22 oktober 2016

ik loop door de stad uit dankbaarheid.
als een stam is ze, geveld, dood opgericht,
waaruit wat groen nog schiet:
op een tak tak tak een dunne twijg.

 

alles heeft ze me genomen, voor
ze me weer iets gaf. De jonge jaren blut,
de dromen zilt, het vocht te zuur om aan te nippen:
flakkering, vuil lichtspoor, klippen,
kwaadaardig, dom geschut.

 

en nu richt ze zich op,
ik zie de schaamte
– waarop ze als een amazone rijdt –
die paars opstijgt uit haar spleten
omdat ze me zo laat bevrijdt:
haar littekens vergroeid
met vuur en pijn van mij.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: