Geheugen, spreek?

3 september 2016

Soms word ik geprezen voor mijn uitstekende geheugen, maar er is niets van aan. Vandaar dat ik zoveel opschrijf, ook al biedt die ijver geen enkele garantie op beterschap. Maar het helpt wel, in de zin dat het vertroost, want wat ik opschrijf – als ik het dan tóch opschrijf – probeer ik zo te noteren dat behalve ikzelf ook anderen er nog iets aan hebben. Dat is wat men in het algemeen vorm en stijl noemt, want zelfs als alles al gezegd is, kan het nog altijd anders en beter worden gezegd, eenvoudiger vooral, zonder adjectieven. Zo maakt de mens van een nood een deugd.

Ik was nooit sterk in namen en jaartallen, wat ik aanvankelijk vervelend vond. Maar dat gebrek biedt dan weer het voordeel dat ik gebruik maak van vervangstuk en prothese, van de ezelsbrug, waarop ik – als ik er verwijl om me te oriënteren – soms mijn bestemming helemaal vergeet.

En zo komt het dat ik nooit vergeet dat in Berlijn de Schloβbrücke aanvankelijk de hondenbrug werd genoemd, omdat het jachtgezelschap er de honden richting Tiergarten over jaagde. En als je me vraagt om het Pruisische tijdperk onder soldatenkoning Friedrich Wilhelm I te typeren, vat ik die periode van militaire zuinigheid samen in het beeld van het koninklijke tafelzilver dat, zonder enige consideratie voor zijn artistieke waarde, op bevel van de koning werd omgesmolten tot staven waarop het legerstempel werd gedrukt.

Op die manier ontstaat uit mijn gebrek zelfs een poëtica van de metaforische verdichting, van het sterke beeld, niet eens zo’n slechte poëtica overigens, want niet verduisterd door ideologisch gesternte.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: