Imitatio Stalini

2 september 2016

Vanochtend met mijn zoon een lang telefoongesprek over o.a. George Orwell, de tuinier, de natuurobservator, de schrijver van de huishouddagboeken. Voor mij een aanleiding om daarna wat in Orwells dagboeken te bladeren. Ik blijf hangen op 11 april 1942, waar hij het heeft over Stafford Cripps, die toen al geen ambassadeur in Moskou meer was, maar minister van Vliegtuigproductie. Orwell: ‘Een merkwaardig feit is dat Cripps in de meer verheven passages van zijn toespraken lijkt te zijn aangestoken door bepaalde stembuigingen van Churchill. Dat zou erop kunnen wijzen dat hij nu sterk onder Churchills persoonlijke invloed staat.’ Je eigen positie verraden door imitatiegedrag. Dat fenomeen interesseert me al lang, ik ‘bestudeerde’ het ook in mijn Stalinboek ‘De Gelaarsde God’ (2003).

Chroesjtsjov, de opvolger van Stalin, zei ooit over zijn voorganger: ‘Ik sprak ook met zijn mond.’ Tal van functionarissen in het Stalintijdperk lieten zich, alsof ze lege vaten waren, ‘vollopen’ met de gebaren van de chef. In ‘Ik verkoos de vrijheid’ vertelt Viktor Kravtsjenko dat Lazar Kaganovitsj, na Molotov de machtigste man in het imperium, zich helemaal naar Stalin modelleerde: ‘Ik had Kaganovitsj in het begin van zijn loopbaan dikwijls gezien. Toen had hij een kleine donkere baard en was hij het type van een intellectueel. De man, die nu voor mij stond, had een totaal ander uiterlijk. De baard was verdwenen en door een snor “à la Stalin” vervangen.’

Het hele Sovjetambtenarendom lijkt op een fysieke extensie van het Stalincorpus. Het geeft zich over aan een morbide, nationale ‘imitatio Stalini’, wat je overigens ook terugvindt in de Russische literatuur. De agent Jakov A. Neuman uit Dombrovski’s ‘De faculteit van de onnodige kennis’ stopt zijn pijp zoals Stalin ze stopt: ‘Hij pakte een paar sigaretten uit een pakje Hertogin Flor, brak de filters eraf, scheurde het papier los en drukte de tabak met een grote uitgestoken gele duim vast in de pijpenkop.’ En in het verhaal ‘Onder vrienden’ van Vladimir Vojnovitsj bootst een zekere Molokov Stalins manier van spreken na om zijn omgeving te imponeren. In Vasili Aksjonovs epos ‘Generaties van de winter’ componeert een Sovjetsecretaris, een veelzijdige idolaat van zijn bazen, zijn outfit à la carte: ‘Een tuniek à la Stalin, een baardje à la Rykov, een alwetend lachje à la Boecharin.’

Verder was ik ingenomen met Orwells beeld van Clement R. Attlee, die toen nog minister voor de Dominions was: ‘Attlee doet me denken aan een vis die net dood is, maar nog geen tijd heeft gehad om te verstijven’ (19 mei 1942). Een sterk beeld, en zelfs ontroerend als je weet dat Orwell zijn geliefde vishengels had staan in de hoek van de ziekenhuiskamer waarin hij in 1950, 47 jaar oud, aan tbc overleed.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: