De dood heet Hahn

27 juni 2016

‘In Berlijn,’ zegt meneer F., ‘is de dood alomtegenwoordig en hij heet Hahn, de grootste begrafenisondernemer in de stad. De hele stad kamt hij uit. Op elke hoek herinnert hij met reclameborden aan zijn bestaan. Er gaat iets troostrijks van uit: “Zelfs als word je door iedereen uitgespuugd, de dag komt dat je op mij kunt rekenen, wanhoop niet.” En zelfs al zou Hahn op een dag zelf zijn zwanenzang moeten zingen, dan is er nog geen reden tot paniek. Een ander neemt het over, maar even deskundig, even toegewijd. Hahn was zelf de vrucht van zo’n metamorfose, want zijn voorganger was de alomtegenwoordigste begrafenisondernemer Grieneisen, wat in mijn oren heel wat akeliger klinkt. In Grieneisen zit de koude en scherpe klank van verongelijkt metaal, terwijl Hahn nog als een wekroep klinkt. Toen de onwennige 24-jarige Carl Zuckmayer in 1920 in het Anhalter Bahnhof arriveerde, blafte de “Berliner Schnauze” hem af met een “Mensch, paβ uff! Sonst kannste dir gleich ‘ne Passage bei Grieneisen bestellen!”’ Naar de beginneling zou geen haan hebben gekraaid.’

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: