Een wens

28 april 2016

‘Drie wensen gun ik je,’ zeg ik tegen I., die verjaart.

‘Aan de ene wens dat al mijn wensen in vervulling gaan, heb ik genoeg,’ zegt I. ‘De twee andere heb ik niet nodig.’

‘Is dat niet ietwat inhalig?’ vraag ik haar.

‘Ik dek me alleen maar in tegen de risico’s van de drie wensen,’ zegt I. ‘Ken je dan Hebels sprookje van de drie wensen niet? Aan een arm, jong koppel verschijnt de doorzichtige bergfee Anna Fritze. Ze mogen drie wensen doen. Ze dubben erover terwijl ze koken. Als de gestoofde peer al op tafel staat wenst de vrouw in een ondoordacht moment dat er een worstje bij was, en zo geschiedt. Haar man is zo boos dat hij de worst aan haar neus wenst, en even later groeit hij er al aan. De derde wens hebben ze nodig om dat ding er weer af te halen.’

‘Zou het tussen die twee ooit nog goed gekomen zijn?’ vraag ik.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordt I., ‘maar iedere kans om gelukkig te worden wordt verbeurd als je het verstand niet hebt om ze te benutten, zegt de verteller in de slotregels.’

‘Misschien kwam het toch nog goed,’ zeg ik tegen I., terwijl ik haar in mijn armen neem. ‘De twisten van wie elkaar liefhebben maken deel uit van hun liefde.’

‘En nu in het Latijn,’ zegt I.

‘Amantium irae amoris integratio est,’ zeg ik, weliswaar niet vanaf het balkon, maar toch tegen haar boezem.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: