De man Mozes en Kertész

1 april 2016

‘Een hard oordeel vel je over Imre Kertész,’ zegt I.
‘Tegen mijn zin,’ zucht ik. ‘Hij is een tragischer figuur dan Mozes, want Kertész gooide de stenen tafel aan diggelen die hij zichzelf had gedicteerd op de Sinaï die hij zijn hele leven heeft beklommen. En anders dan Mozes bezweek hijzelf voor een soort immaterieel afgodsbeeld – geen geld, maar de erkenning door een dictator die hijzelf een rattenvanger heeft genoemd – hoewel hij wist dat hij geen tweede kans zou krijgen om zijn geboden nog eens uit te houwen. Hij bereikte het beloofde land, maar keerde het vrijwillig de rug toe. Wat een catastrofe!’
‘Zou hij zich van zijn vergissing bewust zijn geweest?’ vraagt I.
‘Ik denk het wel,’ zeg ik. ‘Want die anders zo vriendelijke en charmante man werd woedend als men erop alludeerde. Hij moet geweten hebben dat je het pact met de duivel niet op je sterfbed, maar in je jeugd sluit.’
‘Maar toen zat hij in de hel, in Auschwitz-Birkenau,’ zegt I.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: