Brandhaard Saksen

13 maart 2016

Vandaag zijn er deelstaatverkiezingen in Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Saksen-Anhalt. De feitelijke inzet is de vluchtelingencrisis. Ook buiten de Duitse grenzen is iedereen benieuwd naar de electorale winst die de nieuwbakken xenofobe partij AfD (Alternative für Deutschland) eruit haalt. De kernvraag is of de politieke en sociale destabilisering van Duitsland een voortschrijdend proces is. Het thema AfD is ook een belangrijk onderwerp in twee nieuwe boeken van voormalige Nederlandse Duitsland-correspondenten. Mijn hier volgende recensie over ‘Wir schaffen das!’ (Prometheus) van Frank Vermeulen (NRC Handelsblad) en ‘We kunnen niet allemaal Duitsers zijn’ (Atlas Contact) van Wouter Meijer (NOS) verscheen eergisteren in ‘NRC Handelsblad’.

 

Pegida en de opkomst van de populistische, xenofobe AfD (Alternative für Deutschland) vormen de belangrijkste thema’s van ‘Wir schaffen das!’, het boek waarmee Frank Vermeulen op heldere wijze het actuele Duitsland analyseert. Eigen inzichten wisselt hij daarin af met die van politicologen, historici, journalisten en andere deelnemers aan de Duitse samenleving.
Etnische homogeniteit door uitsluiting is de programmatische kern van de rechtse burgerbewegingen in Duitsland. Vermeulen toont aan hoe Pegida en aanverwante groeperingen zoveel mogelijk migranten, vluchtelingen en asielzoekers willen uitsluiten. Andere meningen worden verworpen. Vandaar dat ze het vooral op de pluralistische samenleving, de gevestigde media (‘Lügenpresse’) en de politieke elite hebben gemunt. Zo vertelt Vermeulen hoe bondskanselier Merkel bij een bezoek aan een asielcentrum in het Saksische Heidenau door een racistische menigte op een lawine aan scheldwoorden (‘elende Fotze’, ‘gemene hoer’) werd onthaald.
Maar niet alleen racisten en rechtse burgerbewegingen schuiven de komst van een miljoen vluchtelingen in de schoenen van Merkel, die vastgepind wordt op haar uitspraak Wir schaffen das. Het verwijt dat ze met die woorden de sluizen heeft opengezet voor alle vluchtelingen krijgt ze ook te horen in haar eigen gelederen, vooral in de Beierse zusterpartij CSU. Vermeulen noemt dat terecht een onzinnige bewering, ‘want de meeste mensen die vanaf september Duitsland binnen reisden, waren al onderweg op het moment dat zij (Merkel) besloot de humanitaire nood in Hongarije te lenigen’.
Vermeulen toont goed aan hoe uitsluiting, racisme en populisme in Duitsland hand in hand kunnen gaan met criminele tendensen. Zo heeft Pegida-voorman Lutz Bachmann een strafblad wegens inbraak, geweldpleging en drugsdelicten, wat zijn volgelingen blijkbaar niet deert. Zij zoeken nu politiek onderdak bij de AfD, door Vermeulen treffend beschreven als een initieel conservatieve, op het gezin gerichte anti-europartij, die radicaliseerde tot een pro-Russische, populistische anti-vluchtelingenpartij. Toen aanvoerster Frauke Petry onlangs pleitte voor het desnoods neerschieten van immigranten die de Duitse grens illegaal overschrijden, kreeg de AfD terecht een extreemrechtse reputatie.
Vooral in Saksen zijn racistisch geweld en brandstichtingen inmiddels aan de orde van de dag – een uniek fenomeen in Europa. Geconfronteerd met het criminele extremisme dat de AfD aanwakkert, kun je vraagtekens hebben bij de mening van de door Vermeulen geciteerde politicoloog Werner Patzelt uit Dresden, die vindt dat de opkomst van de AfD een Duitse inhaalmanoeuvre in het Europese partijenlandschap is.
In zijn ‘We kunnen niet allemaal Duitsers zijn’ vult voormalig NOS-correspondent Wouter Meijer Vermeulen goed aan. Meijer merkt op dat er in Duitsland weliswaar geen grote rechts-populistische partij bestaat, zoals in Nederland, Oostenrijk en Frankrijk, maar dat er – een essentieel verschil – in vergelijking veel meer geweld tegen buitenlanders is en dat er vaker aanslagen zijn op onderkomens van vluchtelingen. ‘Een mogelijke verklaring is dat mensen die geen ventiel vinden op het stembiljet, eerder hun toevlucht zoeken tot geweld,’ meent Meijer. Maar door het bestaan van de AfD, die al enkele zetels in het Europese parlement veroverd heeft en in de Duitse gemeenten en deelstaten fors in opmars is, bestaat dat ventiel nu wel en is Meijers standpunt wat achterhaald.
‘We kunnen niet allemaal Duitsers zijn’ is ruimer van opzet, maar ook verbrokkelder dan Vermeulens boek. Meijer belicht ook minder dramatische thema’s zoals de autonomie van de deelstaten, de Energiewende, financiën en industrie. Interessant is zijn analyse van de mentaliteitsverschillen tussen Duitsland en Nederland die hun weerslag hebben op de economie en de sfeer op de werkvloer. Naar aanleiding van het recente VW-emissieschandaal leren we bijvoorbeeld dat chefs in Duitsland minder vaak tegengesproken worden dan in Nederland. Dat is geen uit de lucht gegrepen bewering. Meijer haalt zijn informatie immers ook bij Nederlandse managers die door hun leidinggevende posities in Duitsland over voldoende ervaring beschikken om te kunnen vergelijken.
Maar in het politieke deel is Meijer ietwat slordiger en raakt hij soms in een tegenspraak verstrikt. De ene keer schrijft hij: ‘Merkel wil graag een Duits Europa, een Europa dat haar meer macht geeft dan Duitsland alleen zou hebben’, en een paar bladzijden verder: ‘Duitsland wil liever niet leiden.’

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: