Zomer aan zee

12 maart 2016

Het licht vanuit de toren

kaarsjes niet, harde lampen

het gele van het koren

dat naar het schijnt

moet schijnen

in het land

dat opkomt voor het

het blauwe van…

 

Daarvoor de korrels

die er voor de kolven

van het verstrijken zijn

te dun voor zand

niet dodelijk genoeg voor de o’s die in gesloten stoet voorafgaan aan het lijk

de dunne stemmen

de golfslag in mijn nek

strand zonder

van hoop

de o! en o!

 

O strek je weer

uit de stof die is van ’t stof van ’t goede van weleer

voor ik verbrand kan worden.

 

Hoe zou ik kunnen weten?

Ik weet niet,

toch niet

toch nog niet waarvoor

en hoe

vloed en ebbe, open dicht, vervloekt aan toe!

 

Kom en stamel

me

bij tot

ik wijs word

uit jammerlijke jamben.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: