Een spelbreker

28 februari 2016

‘Enige tijd geleden vertelde je dat Goethe zich ook onweerstaanbaar aangetrokken voelde tot de achternaam van zijn geliefde. Vulpius, weet je nog?’ vraagt I.
‘Zeker,’ zeg ik, ‘Goethe zei toen toe dat hij de “piramide van zijn bestaan voortaan zo hoog mogelijk in de lucht wilde spitsen”. Hm.’
‘Je dacht dat je een grote ontdekking had gedaan, een diepere blik in het onbewuste van de dichter had geworpen…’
‘Ja…,’ zeg ik, nu al op mijn hoede.
‘Je vergist je,’ zegt I., in ‘De man zonder eigenschappen’ noemt Robert Musil haar de vrouw met de “half onfatsoenlijke naam”.’
‘Die verdomde Oostenrijker,’ zeg ik knarsetandend.

 

(Zie blog van 12 februari)

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: