Hitler en de enig werkloze Duitser

13 februari 2016

De Russische Berlijner Vladimir Kaminer is in het genre van het komische stukje de beste schrijver die ik ken. Op een dag heeft hij een perceeltje van een ‘Schrebergarten’, een volkstuintje, gehuurd. Als hij daar eens aan het werk is, passeert een vrouw. ‘Hallo,’ zegt ze, ‘kent u me niet meer? Onze tuintjes liggen naast elkaar! Kijk maar, kijk maar!’ en ze draait zich om en wiebelt met haar achterwerk. ‘Ach, u bent het,’ zegt Kaminer.
Ik vertel dat verhaal uit mijn hoofd (het komt uit ‘Mein Leben im Schrebergarten’) omdat ik eraan moest denken toen ik een tijd geleden in het dagboek van R. B. Bandinelli een gelijkaardig verhaal las, maar nu een voorkantverhaal, dat ik ook uit het hoofd vertel.
Op een dag in 1938 moet Bandinelli, een beroemd kunstcriticus, Hitler uitleg geven bij de kunstschatten van Florence. (Bandinelli, die geen vriend van het fascisme is, is dus voor de duur van de rondleiding de Führer van de Führer). Voortaan is de Italiaanse geleerde ervan overtuigd dat hij Hitler ook aan de voorkant van zijn onderkant zou herkennen, zonder zijn bovenkant of zijn gezicht te hebben gezien.
Hoe dat komt? Plots staan ze voor Michelangelo’s ‘Tondo Doni’. Daar neemt Hitler een diepzinnige houding aan die zijn gids uit de duizenden zou herkennen: de Führer legt zijn beide handen op zijn onderbuik, een voor hem typisch gebaar dat Bandinelli innerlijk becommentarieert met de gedachte: nu heeft hij de enig overgebleven werkloze in Duitsland bedekt.
Maar Bandinelli geeft ons ook Hitlers commentaar bij het beroemde schilderij. ‘Michelangelo, Michelangelo,’ murmelt de Führer vanuit de diepte van zijn keel, ‘als het bolsjevisme gekomen zou zijn…’.
Waarop Mussolini, die natuurlijk ook van de partij is, Hitlers gedachte afmaakt in zijn Romeins gekleurde Duits: ‘Alles zerstèert.’

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: