Het Duitse volk en Schmidt

29 januari 2016

‘Wel,’ zeg ik, nu het ei toch komt, ‘in een gesprek met de historicus Fritz Stern (“Unser Jahrhundert”, 2010) zei de oude Helmut Schmidt: “Als Hitler in 1936 doodgeschoten zou zijn, zou hij nu een held van de economische geschiedenis zijn”.’
‘Een enormiteit,’ zeg ik, ‘alsof dat (wat eigenlijk?) alle misdaden kan rechtvaardigen die Hitler vóór 1936 beging: de “Reichstagsbrandverordnung”, de machtigingswet (die ondanks de sociaaldemocratische tegenstemmen tot stand kwam en die de sociaaldemocratische partijleider Otto Wels veroordeelde met de uitspraak: “Vrijheid en leven kan men ons afnemen, maar niet onze eer”), de wet op de ambtenarij (willekeurig ontslag van joodse en politiek “onbetrouwbare” ambtenaren), het verbod van de sociaaldemocratische partij wegens land- en hoogverraad, de afschaffing van de vrije vakbonden, het verbod op de vorming van nieuwe partijen, de inbeslagneming van volks- en staatsvijandig vermogen (de bestaansbasis van voornamelijk joodse zakenmensen), de “Schutzhaft” (het willekeurig oppakken van politieke tegenstanders, folter en moord), de concentratiekampen Dachau en Oranienburg. Alsof bovendien Hitler in 1936 “Mein Kampf” nog niet had geschreven en gepubliceerd! Op zoveel onzin van Oberstammtischführer Schmidt moet je toch repliceren met het citaat van de joodse schilder Max Liebermann toen die eind januari 1933 de nazi’s met hun toortsen door het Brandenburger Tor zag marcheren: “Je kunt niet zoveel eten als je zou willen kotsen”. En zo’n Schmidt-onzin wordt dan door menig recensent ook nog eens briljant genoemd, en de man wordt tot in het graf geprezen, zodat hij bijna rechtstaat in zijn kist.’
‘Hé, hé, dram je niet wat door, ben je niet zelf verblind?’ vraagt I., ‘moet je zijn uitspraak niet anders interpreteren? Wilde Schmidt niet zeggen: het Duitse volk is onbetrouwbaar, toen en nu? Bedoelde hij niet: Duitsers zijn voor hun comfort tot alles in staat, als het erop aankomt kunnen ze géén democraten zijn, maar als het erop aankomt kunnen ze ook wel democraten zijn? Waarschuwde Schmidt de Duitsers niet voor zichzelf?’
‘Ja, dat moet het zijn,’ erken ik opgelucht, bang dat ik veralgemeen, ‘misschien zijn ze zo verblind door hun bewondering voor zijn commandostijl dat ze hem – een gelijkgezinde – zelfs verafgoden omdat hij hen ongezouten zegt dat hij hen uit zelfkennis doorziet.’

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: