Heroes for one day

12 januari 2016

In 1979 nam David Bowie afscheid van West-Berlijn, de plaats waar ‘the thin white duke’ onder meer zijn ‘Heroes’ opnam. Hij sloeg voorgoed de deur dicht van zijn woning in de Hauptstrasse 155, Schöneberg: een onopvallend pand, vier verdiepingen, ronde erkers en strenge loggia’s, een symmetrisch geconstrueerd gebouw zoals je er duizenden aantreft in Berlijn.
Nu is nummer 155 een huis met verschillende ingangen waarvan er één toegang geeft tot een tattoozaak en een andere tot een massagesalon. Onder een stenen rondboog imponeert de hoofdingang met een smeedijzeren deur die uit fraaie plantenmotieven bestaat. Tot gisteren nergens een spoor waaruit blijkt dat de jonge David Bowie hier van 1976 tot 1978 op zeven kamers bivakkeerde, vaak ruziënd met Iggy Pop, the Godfather of Punk, die op hetzelfde adres in een aangrenzende flat woonde. Bowie kocht in het KaDeWe, het edelwarenhuis op de Wittenbergplatz, de levensmiddelen die Pop verslond nog voor ze in de ijskast konden afkoelen. Dat was een eeuwige bron van ergernis tussen die twee.
Bowie hoorde thuis in Schöneberg, een district dat al altijd ‘queer’ (en gay) is geweest. In het Schönebergse theater Metropol, dat later als de Piscator Bühne een grote renommee verwierf, trad in de jaren twintig de nog onbekende Marlene Dietrich op. Ze zong er met de Franse diseuse Margo Lion de lesbiennehymne ‘Wenn die beste Freundin mit der besten Freundin’. Ietwat later zoog Christopher Isherwood zich in de Nollendorfstrasse nr. 17 vol met de glijdende, androgyne lucht die Bowie – een bewonderaar van de schrijver van ‘Goodbye to Berlin’ (1939) – veertig jaar later met zijn talloze aliassen weer deed vibreren.
De door Bowie graag gefrequenteerde homokroeg Anderes Ufer, Hauptstrasse 157, bestaat niet meer, maar heeft voor het café Neues Ufer plaatsgemaakt. Anderes Ufer was homogericht met multiseksuele inslag. Tolerantie was er troef, maar al te hartstochtelijke heteropaartjes werden soms door een kelner op de schouder getikt met het verzoek de gevoelens van de aanwezige homoseksuele koppels niet te kwetsen.
In West-Berlijn nam Bowie, die zich in ‘de wereldhoofdstad van de heroïne’ had gevestigd om er van zijn demon cocaïne (‘Always Crashing in the Same Car’) af te kicken, de twee eerste delen (Low en ‘Heroes’) van zijn Berlijn-trilogie op in de legendarische, door oorlog en verval toegetakelde en nu weer intacte Hansa-studio’s in de Köthener Strasse, buurt Potsdamer Platz. In de jaren veertig hadden SS-officieren er nog gedanst op de plankenvloer van de grote zaal, ook ‘Meistersaal’ genoemd. Voor Bowie, wiens vader in Afrika nog tegen de manschappen van woestijnvos Erwin Rommel had gevochten, moet dat een speciale ervaring zijn geweest. Vanuit die ‘Studio by the Wall’, vermaard om zijn unieke sfeer en grandioze akoestiek, had je vanaf 1961 een enig uitzicht op de Berlijnse Muur, die 35 jaar later als filmdoek terugkeerde in Bowie’s melancholieke ‘Where Are We Now?’ Volgens Iggy Pop, die in 1977 in de Hansastudio’s ‘Lust for Life’ opnam, zwaaiden de DDR-grenssoldaten soms vanuit hun wachttoren naar de performers in de studio.
‘Helden’ hoorden thuis in West-Berlijn. In ‘Heroes’ bezingt Bowie een jongen en een meisje die op een bank aan de voet van de Muur onder een wachttoren elkaar komen kussen. Die geliefden zijn helden van het ironische genre, helden zonder hoofdletter, helden tussen aanhalingstekens, en indien toch heldhaftig dan toch enkel ‘heroes just for one day’.
In zijn songs heeft David Bowie de Berlijnse Muur graag gethematiseerd. Hij hield van de muur op ‘Liebespaar zwischen Gartenmauern’, een doek dat soldaat Otto Mueller in 1916 aan het westelijke front had geschilderd. Het hangt in het expressionistische Brücke Museum in Grunewald, dat Ziggy Stardust graag frequenteerde.

 

PS: 23 uur: 1500 mensen hebben op change.org een petitie ingediend om de Hauptstrasse in David Bowie-Strasse om te dopen.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: