Gesprokkel

23 december 2015

I. spreekt me aan op mijn Napels-stukjes, ze vraagt me of Alfred Sohn-Rethel de kiem van zijn ‘Ideal des Kaputten’ (zie 16 december) mogelijk in Goethes Napels-impressies gevonden heeft. Het zou kunnen, maar ze duwt me een passage onder de neus waarin Goethe verslag uitbrengt over zijn bezoek aan de Napolitaanse markt: ‘Er is geen stukje ijzer, leer, laken, linnen, vilt enz. dat niet opnieuw als prul op de markt komt en niet opnieuw bij de een of de ander aftrek vindt.’ En omdat ikzelf graag bij I. aftrek vind, delf ik voor haar nog een recyclagepassage op, namelijk als Goethe op 28 mei 1787 observeert hoe zelfs de kleinste kinderen altijd op alle manieren bezig zijn en nering doen (en dus het cliché weerleggen dat de Napolitanen ‘lazzaroni’, leeglopers zijn). Op het strand verzamelen de kinderen zelfs de kleinste stukjes takjes en wrakhout in manden: ‘De kinderen lopen later met hun mandje verder de stad in en brengen als marktkramers hun kleine houtvoorraden aan de man. De ambachtsman, de kleine burger koopt het hout van hen, brandt het op zijn drievoet tot kooltjes om zich te warmen, of gebruikt het om zijn karig maaltje op te koken.’ En ja, I. lacht en ik verheug me dat ze door mijn gesprokkel al ontvlamt.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: