De deurklinken van Napels

16 december 2015

Voorbereiding op Napels. Lectuur. Op zoek naar een relatie tussen Napels en Berlijn vind ik wat ik zoek in ‘Das Ideal des Kaputten’ (1926), een essay waarin Alfred Sohn-Rethel (1899-1990) de schoonheid van het kapotte bezingt. Het kapotte als een bron van vindingrijkheid: de motor van een kaduke bromfiets om slagroom te slaan. Begiftigd met een bijzondere opmerkingsgave constateert Sohn-Rethel dat de deurklinken in Napels hooguit een symbolische betekenis hebben en daarom tot de mythische wezens behoren. Ze dienen tot niets, omdat deuren in Napels geen ander doel hebben dan open te staan (en met een ‘vreselijk krijsen’ weer open te gaan als een luchttocht ze toch eens heeft dichtgegooid). Tussen haakjes voegt de auteur eraan toe waar het voor mij op aan komt: ‘Napels met gesloten deuren, dat zou Berlijn zonder daken zijn.’ Ik trek dat door: Napels als het doorlaatbare, een krater, een golf. Berlijn als het dichtgemetselde, een muur, een steppe. Napels poreus, Berlijn verkalkt. Napels sponzig, in staat me op te nemen. Berlijn verhard, droog als de haren van zijn vrouwen.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: