De klos

6 december 2015

‘Adorno in Neapel’ van Martin Mittelmeier gelezen. (Ik bereid mijn grote reis naar Napels en Capri voor). Geïrriteerd over Mittelmeiers verkeerd citeren/interpreteren van Kafka’s verhaal ‘Die Sorge des Hausvaters’ (‘De zorg van de huisvader’ heet het verhaal in de hier gebruikte vertaling van Willem van Toorn).

Het is een kort verhaal over een garenklos die Odradek heet. Volgens Mittelmeier gaat het om een nutteloos en geheimzinnig ding. Maar is het wel een ding, of uitsluitend een ding? Is het niet ook een wezen? Is het zinloos? Volgens de bezorgde vader in Kafka’s verhaal lijkt het allemaal weliswaar zinloos (‘das Ganze erscheint zwar sinnlos’), maar nergens poneert hij dat het werkelijk zinloos is.

Volgens Mittelmeier ziet Odradek eruit als een garenklos die zich in een ster kan veranderen (‘kann sich aber in einen Stern verwandeln’). Maar in Kafka’s tekst is geen sprake van ‘verwandeln’ want de klos is immers stervormig: een ‘sternartige Zwirnspule’. Ook al is Odradek bij Kafka onooglijk (‘winzig’), toch lijkt hij volgens de bezorgde vader ‘op zijn eigen manier compleet’ (‘in seiner Art abgeschlossen’).

In Kafka’s tekst is er sprake van een dwarsstaafje dat via een ander staafje verbonden is met een van de straalpunten van de ster, zodat het geheel als op twee benen rechtop kan staan. Mittelmeier beweert echter dat het dwarsstaafje zich met andere straalpunten (meervoud) van de ster verbindt. Maar dan zou het geheel toch niet op twee, maar op ten minste drie of nog meer benen rechtop moeten kunnen staan.

Volgens Mittelmeier gaat het bij Odradek om een metamorfose van afval tot ster, maar in Kafka’s tekst is het juist omgekeerd, want de bezorgde vader is ontvankelijk voor de verleidelijke gedachte dat Odradek vroeger een doelmatige vorm heeft gehad en nu alleen nog ‘kapot’ lijkt. Maar is Odradek nu zinloos omdat hij kapot lijkt? Hoe zou hij zinloos kunnen zijn als hij de huisvader zóveel zorgen baart dat Kafka zijn verhaal ‘De zorg van de huisvader’ noemt?

Zinloos is Odradek zeker niet, immers ‘alles wat doodgaat heeft daarvoor een soort doel gehad, een soort bezigheid, en daardoor is het versleten’. Maar volgens de bezorgde vader geldt dat nu juist niet voor Odradek, en precies zijn duurzaamheid is de reden van de bezorgdheid van de vader. ‘Zal hij dan zelfs ooit nog voor de voeten van mijn kinderen en kleinkinderen met achter hem aan slepende eindjes garen van de trap af rollen? Hij doet immers klaarblijkelijk niemand kwaad; maar de gedachte dat hij mij ook nog zou overleven, doet mij bijna pijn,’ aldus de bezorgde vader, die, terloops gezegd, een weergaloze beschrijving geeft van het lachen van Odradek: ‘Een lachen zoals je alleen zonder longen kunt voortbrengen.’

Om maar te zeggen: ik heb niet langer fiducie in Mittelmeiers analyse, die wellicht niet te kwader trouw, maar wiens lezing gewoon slordig is. Dat zou niet eens zo erg zijn, als het juiste woord niet het fundament was waarop Mittelmeiers hele argumentatie wil steunen.

Voor mij is hij de klos.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: