Grondverf

27 november 2015

Gisteren in het Kaffeehaus aan de Weidendammbrücke, Friedrichstrasse, mannengesprek in het Kaffeehaus, wij, twee Vlaamse schrijvers van in de zestig onder elkaar, de ene al beroemder dan de ander, beiden overtuigd dat het ware genot van de oudere man – want van middelbare leeftijd waren we volgens de Oxford English Dictionary al een tijdje niet meer – de aanblik is van het genot dat hij de jongere vrouw verschaft. Een tussen mannen eerder ongewone conversatie over oudere mannen en hun erotische relatie met jongere vrouwen, vrouwen tussen de dertig en veertig dus. Wat jonger en ouder is, komt niet in aanmerking, want jonger is té jong, en ouder is té oud. We verlieten de zaak als de heren van de schepping. Niettemin, al was ik opgetuigd met hoed en das, toch zag ik huiswaarts kerend de waarheid onder ogen. Met een baard van drie dagen ben je nog presentabel, maar alles wat zich onder de halsboord bevindt ziet er toch uit als een geopende pot met grondverf die te lang in een keldergat heeft gestaan, zo’n potje met een stokje om te roeren erin. En dat visioen deed me besluiten dat kleren de man niet afmaken.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: