Schmidt

23 november 2015

Misselijk makende  toespraken over ‘de grote Hanseaat’ Helmut Schmidt, die vandaag wordt bijgezet. Ik verdenk hem ervan dat hij zijn leven zo lang getrokken heeft uit overtuiging van zijn onmisbaarheid. Maar niemand zal hem missen, want hij is gedoemd te behoren tot de categorie van Bondskanseliers van wie bijna niemand de namen nog kent: de nazi-meeloper Kurt Georg Kiesinger, bijgenaamd Häuptling Silberzunge (van wie men zich alleen herinnert dat hij een muilpeer van Beate Klarsfeld kreeg) en Ludwig Erhard, die zo weinig te vertellen had dat het debat over zijn regeringsverklaring, waarvoor twee dagen waren voorzien, bij gebrek aan gespreksstof tot één dag werd ingekort. Als historisch figuur kan Schmidt  – die dat wist en erdoor gefrustreerd was – niet op tegen Adenauer en Kohl, laat staan tegen zijn partijgenoot Willy Brandt. De geschiedenis zadelde Schmidt met Baader-Meinhof op. Schmidt offerde zijn vriend (ex-SS-Untersturmführer, ariseerder van Tsjechië en nazi-Duitsland-bevoorrader van dwangarbeiders) Hanns Martin Schleyer, voorzitter van de Duitse werkgeversbond, uit staatsraison op aan de RAF. Schmidt werd geroemd als intellectueel omdat hij een paar spreuken van Kant en Marcus Aurelius van buiten had geleerd. In feite had hij alleen maar verachting voor schrijvers en intellectuelen, zoals bleek uit zijn arrogante optreden in de redactie van Die Zeit. Toegegeven, een Bondskanselier in functie is in zijn uitspraken aan restricties onderworpen. Maar toen hij daarvan was bevrijd, hield Schmidt niet op de universele rechten van de mens (o.a. in China) belachelijk te maken met het argument dat de Bijbel en de Inca’s ook geen mensenrechten kenden. Uiteindelijk ontpopte hij zich tot een Poetinvriend die een loopje nam met het internationale recht door onder meer het bestaansrecht van Oekraïne te betwisten. Hij was in alle opzichten een hypocriet en lomperik, en wie daaraan twijfelt moet er maar eens de memoires van Klaus Harpprecht (Schräges Licht) en Zeit-medewerker Fritz Raddatz  op nalezen. Het werk van de historica Sabine Pamperrien, die in Helmut Schmidt und der Scheisskrieg  Schmidts versie van zijn soldatenleven in de oorlog in twijfel trok, is nauwelijks ter kennis genomen. Maar de Duitsers bewonderden Schmidt als een morele autoriteit, omdat ze nu eenmaal de neiging hebben om in het stof te gaan liggen voor elke goed van de tongriem gesneden korporaal. (Ironisch genoeg heeft Schmidt die Duitse behoefte aan politieke idolatrie zelf ooit eens gehekeld in een gesprek met de Frankfurter Allgemeine,  wat aan zijn verering door de Duitsers geen afbreuk deed.) Natuurlijk is mijn beoordeling hard en onrechtvaardig, maar dat moet ook wel als men de dingen weer wat in het lood wil trekken.

 

Advertisements

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: