Over hoekhangers en luchtinademers

21 juni 2015

Casanova schrijft me dat hij in Kafka’s verhaal ‘Eine kleine Frau’ (oktober 1923, Berlijn) een komische beschrijving van ‘nutteloze’ mensen aangetroffen heeft: ‘Eckensteher und Lufteinatmer’. Letterlijk vertaald zijn dat ‘hoekstaanders en luchtinademers’. Volgens Casanova heeft Kafka die uitdrukkingen uit het Berlijnse jargon overgenomen.

In de vertaling van Willem van Toorn worden de ‘Eckensteher und Lufteinatmer’ ‘baliekluivers en luchtopsnuivers’. Geen verkeerde vertaling, maar naar mijn gevoel niet grappig – want gezocht en te literair – en daardoor ook niet doeltreffend.

Want de kern van de zaak is toch wel dat die ‘nutteloze’ mensen de grootste tijd van hun leven doorbrengen met hun belangrijkste bezigheid: op een hoek staan en lucht inademen. In dat opzicht is er, wat de ‘Eckensteher’ betreft, geen groot verschil tussen ‘staan’ en ‘hangen’, dus pleit ik voor het geallitereerde woord ‘straathoekhangers’ of zelfs gewoon ‘hoekhangers’, wat in de context al duidelijk genoeg is.

Van de ‘luchtopsnuivers’ maak ik ‘luchtinademers’ (of zelfs gewoon ‘inademers’). Wat is er ‘nuttelozer’ dan een mens die geen andere activiteit uitoefent dan in- en uitademen?  (Het werkwoord ‘opsnuiven’ is veel te geëngageerd, als bezigheid van een hoekhanger te vermoeiend ook). Mensen verwijten dat ze in- en uitademen zou een absurd verwijt zijn, maar mensen die dat op hun cv als referentie van vakmanschap zouden aanvoeren, lopen het risico dat ze niet ernstig genomen worden.

Overigens klopt Casanova’s veronderstelling dat een ‘Eckensteher’ Berlijns jargon is. De uitdrukking verwijst naar het historisch personage Ferdinand Strumpf (1803- ?), die in afwachting van iemand die op hem een beroep deed om een karweitje op te knappen altijd op de hoek van de Berlijnse Königstrasse/Neue Friedrichstrasse aan te treffen was. Vanaf die standplaats becommentarieerde hij op een scherpe manier de Pruisische hoofdstedelijke evenementen. Een ‘Eckensteher’ tref je in de Duden aan als ‘Müssiggänger’, leegloper, maar een ‘Lufteinatmer’ valt zelfs in het Duits verklarend woordenboek in een vacuüm.

De hele zin uit Kafka’s verhaal, in de vertaling van Willem van Toorn (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2009) luidt overigens: ‘Zo is het in wezen ook altijd geweest, altijd had je die nutteloze baliekluivers en luchtopsnuivers, die hun nabijheid altijd op de een of andere superslimme manier, het liefst door verwantschap, wisten te excuseren, altijd hebben ze alles in de gaten gehouden, altijd hebben ze hun neus vol lucht ergens van gehad, maar het resultaat van dat alles is alleen dat ze daar nog steeds staan.’

In de (oudere?) vertaling van Nini Brunt (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2002), loopt het zo: ‘Maar zo was het eigenlijk altijd, altijd waren er die nutteloze baliekluivers en lucht-opsnuivers, die hun nabijheid altijd op een buitengewoon sluwe manier, liefst door bloedverwantschap, verklaarden, altijd hebben ze hun ogen de kost gegeven, altijd hebben zij de lucht ervan gehad, maar het resultaat van alles is dat zij nog altijd op dezelfde plaats staan.’

En nu Kafka, origineel: ‘So aber war es im Grunde immer, immer gab es diese unnützen Eckensteher und Lufteinatmer, welche ihre Nähe immer auf irgendeine überschlaue Weise, am liebsten durch Verwandtschaft, entschuldigten, immer haben sie aufgepaßt, immer haben sie die Nase voll Witterung gehabt, aber das Ergebnis alles dessen ist nur, daß sie noch immer dastehn.’

Nu mijn vertaling: ‘Maar zo was het eigenlijk altijd al geweest, altijd waren er die nutteloze hoekhangers en luchtinademers, die altijd een lepe smoes – liefst verwantschap – wisten te verzinnen voor het feit dat ze daar in de buurt rondhingen. Nooit was er iets wat hun ontging, hun neus blonk door hun reukzin uit, maar de uitkomst van dit alles is toch alleen maar dat ze daar nog altijd rondhangen.’

Ik geef toe dat men mij op die blinkende neus kan pakken.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: