Een remake

8 juni 2015

Malevitsj stelde zijn zwart vierkant in 1915 tentoon. Waarschijnlijk schilderde hij het doek in 1913. Misschien was de schilder nog onder de indruk van de diefstal van de Mona Lisa (21 augustus 1911), vooral van het gat dat de roof in het Louvre geslagen had: de lege vlek aan de muur trok meer kijklustigen dan het schilderij. In feite werd de Gioconda beroemd door haar verdwijning, niet door haar glimlach: de potentie van de onzichtbaarheid.

De toeloop naar de lege vlek was welkom: het Louvre dekte er zijn schande mee in. Wekenlang stelde het museum het zwarte gat tentoon. Je zou kunnen zeggen: Malevitsj schilderde met het zwarte vierkant niet alleen een nieuwe versie van de Mona Lisa, maar ook van de sensatie errond. Nieuw was niet het schilderen van het zwarte vierkant op zich. In de oude kosmogonie werd het niets reeds als een zwarte rechthoek voorgesteld (soms met aan elke zijde ‘ad infinitum’ geschreven). Nieuw was dat het zwarte vierkant van Malevitsj een kunstwerk was.

Die twee, Gioconda en zwart vierkant, horen bij elkaar. Misschien moet ik vermelden dat Franz Kafka het gat in de muur (nog een van zijn ‘onzichtbare bezienswaardigheden’, zie mijn notitie van eergisteren) van het Louvre is gaan bekijken zodra hij in Parijs was aangekomen. Zijn reis stond in het teken van het zwart, zoals het hele tijdperk in feite in het teken stond van de scheiding van licht en duister: het nieuwe fenomeen bioscoop was een soort remake van de eerste dag van de Genesis; God als de eerste filmregisseur.

De dag na zijn bezoek aan het Louvre zag Kafka in de reusachtige Parijse bioscoop Omnia Pathé een parodistische colportage van de Gioconda-roof: een sketch van vijf minuten die ‘Nick Winter et le vol de la Joconde’ heette.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: