Bamberger Hörnchen

3 juni 2015

Zaterdagavond in de luchthaven van Korfoe waande ik me in een Duitse nationale airport. Aan de gates werd alleen maar Duits gesproken en behalve een vlucht naar Thessaloniki gingen alle vliegtuigen naar Hamburg, Stuttgart, München, Frankfurt en Berlijn.

In mijn Korfiotische verblijfplaatsen Notos en Agios Nikolaos, twee dorpen van samen vijfhonderd zielen, had ook iedereen Duits gesproken: de autochtone Grieken die in Duitsland hadden gewerkt en de toeristen die er almaar talrijker neerstreken. Andere talen hoorde ik er nauwelijks.

Ik was dus eigenlijk wel opgetogen dat ik naar Berlijn terugkeerde om daar nog eens een andere taal dan Duits te horen. Geen wonder dat het me gisteren – mijn ijskast was leeg – naar de grote fruit- en groentemarkt aan de Maybachoever in Kreuzberg trok, dat kon geen toeval zijn.

Ik kocht er kurkuma bij de Indiër en een linnen muts bij de Paki, olie bij een Italiaan, zoethout uit België bij een Luxemburger, mosterd (bij Abraham?), olijven bij een Turk. Eindelijk nam ik weer een bad in Babel.

Van geluk kocht ik Him-, Brom- en Heidelbeeren bij een Duitser, en van contentement verschillende soorten Duitse aardappelen, alleen al voor het plezier dat ik aan hun vorm en naam beleefde: Spunta, Drillinge, de schuchtere Miss Blush, de brutale Anneliese, het glanzende Königspurper en het erotisch opgewonden Bamberger Hörnchen, allemaal Kartoffeln dus. Verder hier en daar ook kersen, en om direct te eten Zucchinipuffer met kruidenyoghurt en gebakken banaan bij twee forse zwarte dames. En vers orangesap.

Wat een markt! Als je hem helemaal afdweilt, ben je zeker drie kilometer ver gelopen, en toch weer op hetzelfde punt. Je honger is beslist gestild als je van alles hebt geproefd wat onder het zeil wordt aangeboden.

Van geestdrift zou ik bijna vergeten dat ik een paar uur eerder bijna weer in Griekenland was. Ik moest het een en ander regelen in de Belgische ambassade in de Jägerstrasse aan de Gendarmenmarkt. In het aanpalende gebouw viel mijn oog op een bord dat ik nooit eerder had gezien: in dat pand had de Joodse schrijfster Rahel Varnhagen salon gehouden, in hetzelfde gebouw waarin nu de Griekse ambassade huist. Had ik het niet gedacht, dat ook daar Duits gesproken werd.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: