Dies Irae

24 mei 2015

De honden van Notos en Agios Nikolaos, van Petritis en Perivoli, van Vitalades en Agia Varvara, ze blaffen niet meer als ik eraan kom. Zelfs Tito, de gemeenste hond uit de buurt, wiens ogen scherper dan zijn tanden zijn, neemt geen notie meer van me als ik zijn pad kruis. Wat een onverschilligheid! Al die honden, ik heb ze door de kunst van mijn passages getemd, door gewenning, niet door mijn stok.

Ik maakte mijn wandelingen zonder het straathondje Ira, mijn kleine begeleider die er een hele week verlamd bij lag. Een trap? Een aanrijding? Maar net toen ik overwoog om hem in Kerkyra in te laten slapen, krabbelde hij overeind, huilde en jankte niet meer, kwispelstaartte alsof er nooit iets aan de hand was geweest en ligt nu weer aan mijn voeten en siddert alleen nog in zijn dromen.

Wat een hondendag! Uit Berlijn belde mijn ontroostbare buurvrouw, die op mijn flat past, dat haar hondje Lara, geplaagd door een tumor, een paar dagen geleden het finale spuitje heeft gekregen.

Dat gebeurde allemaal vandaag en uitgerekend op de dag dat ik het mooie verhaal ‘Kapitanios’ van Stratis Myrivilis had gelezen: een hond redt een schipper van de verdrinkingsdood op zee, het trouwe dier wordt jaren later aangevallen en gebeten door een dolle hond, zodat de schipper zich uit zorg voor zijn kinderen genoodzaakt ziet om Kapitanios met een kogel af te maken. Een gezinsdrama.

Ik heb ‘Kapitanios’ heel graag gelezen. Het verwonderde me geen beetje dat de schrijver van ‘Het blauwe boek’, waaruit dit verhaal afkomstig is, een groot bewonderaar was van zijn landgenoot Alexandros Papadiamantis, wiens zwartgallige meesterwerk ‘De moordenares’ een verpletterende indruk op me heeft gemaakt. Een grootmoeder doodt haar kleinkind, een meisje, maar hoe en vooral waarom! Na lezing moet iedereen het betreuren een mens en zelf geen hond te zijn.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: